De Ridder en de zingende Traagspreker
Spoorlslags ende vierklauwens haastte de Ridder zich naar het koninklijk feest alwaar de genodigden in blijde verwachting waren van zijn aankomst. 'Dedjuu!' vloekte de Ridder hardop wanneer hij merkte dat de schemering reeds rondom hem was ingetreden. Zijn vurig strijdros, enigszins hardhorend omdat het al te vaak de hoef aan zichzelf had geslagen, hoorde nog enkel de 'Juu!' en vatte dit op als een aanmoediging om vijfklauwens het Vlaamsche landschap te doorklieven. Als altijd bezorgd om de snit van zijn blonde lokken, keek de Ridder hier even verveeld van op, maar dacht toen aan de prinses die naar het schijnt niet erg aan haar trekken kwam bij de kroonprins. Glimlachend liet hij zijn ros begaan.
Geheel onverwacht versperden twee speren hem plots de weg en de Ridder diende al zijn koelbloedigheid en vaardigheid aan te wenden teneinde ongelukkken te voorkomen.
-'Hola ende Halt gij hardrijder', sprak een schout tot de Ridder. 'Meneer is niet meer gesteld op zijn paard neem ik aan?'
De ridder was buiten zichzelf van woede.
-'Wat heeft dit te betekenen, gij luizige dienaars van de wet! Scheer u weg voor ik u over de kling jaag en aan de punt van mijn zwaard rijg!'
-'Smaad aan de schout, dat gaat hier nog een plezante rekening worden', noteerde een der gesnorde soldaten moeizaam op een lap perkament.
Met een welgemikte houw van zijn zwaard hakte de Ridder 's mans rechterhand af en daagde hierbij de wetsdienaren uit:
-'Nog kandidaten?'
Uit het geuniformeerde zootje trad een hoogtwaardigheidsbekleder naar voren en hij sprak traag en zangerig. Soms bleef hij vijf minuten haperen in het midden van een zin.
-'Kalmeert toch mijne man... Luister... eens hier.
Gij moet begrijpen... er vallen teveel doden... op onze wegen.'
Dat moest de Ridder wel bijtreden, op zijn wilde rit naar het koninklijk feest had hij al vijf struikrovers, twee beurzensnijders en drie kalkoenen om zeep geholpen.
-'En gij reed... vijfklauwens... aan de rand van het bos.
En gij moogt hier maar in... draf... passeren.'
Het begon de Ridder langzaam te dagen wie hij voor zich had; aan het hof noemde men hem tussen pot en pint de Zingende Traagspreker, een soort van spraakgebrek waar overigens wel meer mensen in zijn graafschap last van hadden.
-'Ahaaa, maar gij zijt het stuk onbenul dat voor elk Graafschap een apart verkeersreglement hebt ingevoerd is het niet?'
-'Jaaa', zong de man zichtbaar gloeiend van trots: 'dat is een van mijn ideeën.'
En dat waren meteen zijn laatste woorden. Met de snelheid van een bliksemschicht ramde de Ridder zijn toernooilans door de keel van de Zingende Traagspreker en schoot een pijl door het linkeroor van een soldaat die hem met de speer de weg versperde. Hij ontvluchtte het tafereel in razende vaart en maande zijn paard met een honende Ju aan tot snelle galop.
-'Nog niet in mijn tijd', lachte de Ridder.
En hij bad vurig dat nog geen andere ridder de prinses had geschaakt.
Reakties
Erg leuk! ;-)) Ook de reactie van Joeri ;-)
Was het paard een vurig Franse Citroënus volbloed of eerder een sloom Engelse Fiësta merrie?





Die Onbemande Camera Obscura langs het jaagpad gezien? *S*