De koene ridder en de trol
De koene ridder reed het machtig kasteel tegemoet dat zich nog helder aftekende tegen de ondergaande zon. Hij werd aldaar voor een avondfeest verwacht. In volle galop bekeek hij zijn spiegelbeeld in het speciaal voor de gelegenheid opgeblonken wapenschild. Nonchalant veegde hij de klodder bloed van zijn wang. Dat bloed was een rechtstreeks gevolg van zijn laatste schermutselingetje met de draak van een onbetekend graafschap. Het prinsesje dat dat wapenfeit hem had opgebracht, bleek na een korte inspectie minderjarig en met syfillis besmet te zijn, dus had hij dat stuk vuurspuwend reptiel eigenlijk evengoed in leven kunnen laten, bedacht hij achteraf.
Maar nu was hij onderweg naar een gothic party avant la lettre, en daar kon je al 's een gehalsketende has-been bourgeois trut tegen het lijf lopen. En die waren voor een ritje op zijn strijdros werkelijk tot alles bereid, zo had de ervaring hem al talrijke malen geleerd.
Bruusk werd de koene ridder echter gestoord in zijn nobele overpeinzingen.
-'Hela... ridder! Riiiiidddeeeeer! Hoooeeehoeee!' riep een krassende stem achter hem.
-'Beetje voor je kijken als je rijdt, ridder. Je had me niet eens gezien! Wegpiraat!'
Misnoegd gaf de ridder een snok aan de teugels om zijn ros tot stilstand te brengen. Hij draaide het hoofd en ontwaarde een laagbijdegrondse trol.
-'Zeg op mormel! Wat scheelt er? Ik ben gehaast!'
-'Wat er scheelt vraagt hij dan?! Dat passeert in dollemansvaart een trol gelijk een ander, gunt hem nog geen blik, laat staan dat hij ambras begint te maken en dat vraagt wat er scheelt! Meneer de Ridder heeft het blijkbaar te druk met andere dingen dan riddertje spelen!'
-'Wees dan blij, achterlijk onderkruipsel,' onderbreekt de ridder hem, 'nu moet ik je wel van kant maken. Want zo gaat dat: ridders maken korte metten met trollen. Ik zie mij op de volgende riddersmeeting al zitten tussen die andere ridders: Hey koene... gehoord dat gij tegenwoordig zelfs geen trollen meer aankunt jong! Ik wil nog tussen de mensen kunnen komen he.'
-'En ikke dan! Bij de volgende vergaderding van het trollensyndicaat hoor ik ze al afkomen: Haa onderkruiper, gij wordt tenminste niet meer gediscrimineerd. Gij wordt genegeerd! Dieper dan dat kunde niet vallen zou ik zo peinzen.'
Zo had de ridder het nog niet bekeken.
En vooral het feit dat hij nu bijna per ongeluk bezig was geweest met positieve discriminatie, stuitte hem danig tegen de ridderlijke borst. Dat een trol hem daarop had gewezen: het leven kan toch raar lopen. Zo schoon zijn: op je fouten worden gewezen door het laagste van het laagste. Even vocht hij tegen de opwelling om een traan te laten.
Dan trok hij zijn zwaard uit de schede en met een zwierige houw scheidde hij het trollenhoofd van de romp.
-'Dank je wel, om me te behoeden voor het slaan van een onvergeeflijke flater,' sprak hij nog tot het rompje, daar hij niet had gezien waar het hoofd was terechtgekomen.
Hij keek nogmaals naar de spiegeling in het schild en zag niks meer want ondertussen was die zon helemaal onder. Toch was hij tevreden met zichzelf. Spoorslags reed hij verder, een nieuw avontuur tegemoet.
Eentje met zo'n bourgeois trut, hoopte hij vurig.
Reacties (1)
Het einde is volkomen fout geschreven het hoord de trol te zijn die het hoofd van de ridder van zijn romp scheidt. Met een slag van het zwaard, das toch belachelijk, wij trolle kunnen ons erg goed verdedigen. Wij zouden die "koene" ridders verbrijselen. Dus ik zou het op prijs stellen moes tu de waarheid in het einde vermelden.
Plaats zelf een reactie
