Met nog een zwaar hoofd van de kater die hij had opgelopen op een onbenullig orgietje gisteren, zat de Ridder achterstevoren op zijn strijdros. Hij moest zich wel op deze manier voortbewegen, daar zijn paard tijdens die orgie ook niet gespaard was gebleven van het een en ander en dientengevolge niet meer in staat was vooruit te lopen. De Ridder zelf had zich tegoed gedaan aan de mollige keukenmeid. Het overvloedige maal met als hoofdschotel een everzwijngebraad had hem daartoe geďnspireerd.
Een tikje misnoegd bekeek hij zijn spiegelbeeld in zijn schild. Met een vermoeid gebaar veedge hij de bruinrode vlekken van zijn gelaat en hoopte stilletjes dat dat de restanten waren van de saus bij het gebraad.
Veel tijd om hierover na te denken werd hem echter niet gegund.
Vanuit het niets scheerde een zwarte schim rakelings tussen de takken van het bos door, en de ridder kon zich nog net op tijd bukken om een frontale botsing te vermijden.
-'Sorriiiieeee!' piepte het zwarte dingetje nog voor het weer uit het gezicht van de ridder verdween.
-'Sorry! Sorry! Maak dat je hier bent, stuk laagvliegend ongeluk! Dat ik je over de kling jaag!'
De brutaliteit! En wat was dat nu in godsnaam geweest?
'Toch maar wat minderen met die brandewijn de volgende keer' nam de Ridder zich voor. Maar daar kwam het gevaarte weer van tussen de bomen gevlogen. Hij zag dat het gevaarte niets anders was dan een pubertje op een bezem gezeten. Met een cape om de hals, een verbrijzeld brilletje op de neus ('hij zal al wel een paar keren tegen de bomen gevlogen zijn,' wist de ridder) en een totaal gedemodeerde hoed op het hoofd.
-'Meneer, hebt u mijn Snaai niet gezien?'
-'Jouw snaai? Noemen jongetjes hun snikkel tegenwoordig zo? Hoe komen ze d'r op?' De Ridder krabde zich even door het haar.
-'Nee meneer, u begrijpt het niet. Ik ben Potter! En u moet mij helpen mijn Snaai te vinden!'
-'Wŕt! Een potter!? Jongen, ik mag dan al vrijdenkend zijn en al wat je wil, maar jij gaat te ver! Stuk schandknaap van ja mijn voeten! Nog maar pas van onder moeders rokken vandaan en al een beetje aan het outen! Erger nog: aan het prostitueren! Onder mijn ogen uit! Halfwassen flikker die je bent!' en hij trok reeds zijn zwaard uit de schede.
-'Meneer de Ridder, past u maar op. Ik heb een stokje van zevenentwintig komma acht centimeter en daarmee kan ik een hele boel...'
Maar verder kwam het jongetje niet: met een wilde houw van zijn zwaard hakte de Ridder een stukje van de bezem. Het jongetje trok die vliegensvlug omhoog en na het uitvoeren van een paar halbrekende capriolen verdween het weer uit het zicht.
-'Mijn mooie Nimbus 2000', snikte het nog even na.
'Wat een gek ventje,' dacht de Ridder, 'stel je voor dat zoiets ooit een rolmodel voor de jeugd wordt.' Hij besloot zich er verder niet druk om te maken.
'Juu!' spoorde hij zijn ros aan, dat spoorslags vertrok. Maar daar de ridder nog steeds achterstevoren op het paard zat, viel hij er met een geweldige smak vanaf. Misnoegd klopte hij het stof van zijn maliënkolder en besteeg moeizaam zijn viervoeter. En tegen de oranje gloed van de ondergaande zon reed hij alweer een nieuw avontuur tegemoet.
Eentje zonder keukenmeiden hoopte hij vurig.
Reageer