Die zomer zal de zomer van de afrekeningen geweest zijn: het was in die zomer dat druppels zich hadden verenigd in een Apocalyptische zondvloed die het Oude Continent in zeven dagen had overstroomd. Tranen werden rijkelijk vergoten, dure woorden gesproken en weer ingeslikt nog voor hun echo was uitgestorven. Die zomer was de eerste zomer na de val van de torens.
De zon was zeldzaam maar verzengend. Vakantiegangers schoven in monsterfiles aan voor de huidkanker die hen wachtte naast het zwembad.
Lijken uit de kasten van multinationale concerns spoelden in ijltempo aan op vervuilde stranden. Witte boorden op zwart zand. Die zomer was de opperfraudeur de machtigste man van de planeet.
Sirenes loeiden onafgebroken die zomer.
Sirenes lokten onweerstaanbaar die zomer.
Vrouwen zagen hun mannen in hartstochtelijke golven verdwijnen om nooit meer terug te komen. Kapiteins zagen hun vrouwen verzuipen omdat ze zich goede zwemmers wisten.
Die zomer ook liep zij naast hem onder de schuchter verlichte gang in het centrum van een onbeduidende stad. Vlakbij de toren die nooit was afgeraakt, spijts al de druppels van bloed, zweet en tranen die ervoor waren vergoten.
In het kleine licht in die langgerekte schaduw nam hij zich voor zijn geluk in haar schoot te leggen.
Waw. Zucht. Vraagteken. Stilte.
...dat alles die zomer.
De toren als metafoor voor wat u in haar schoot wil "leggen", u hebt voorwaar geen minderwaardigheidscomplexen dunkt me :)