Zij is slechts bekend bij een paar uitverkorenen. De personeelsdirecteur is een van hen: hij vult de administratieve gaatjes op wanneer Zij haar tol eist. De kuisvrouwen komen haar sporadisch tegen in een duister hoekje op hun parcours in de gangen. Vragen Haar dan met bevende stem of zij Haar niet storen en of ze excuseert en pardon alstublieft en als 't niet geneert efkes zou willen plaatsmaken. Beleefd schuift Zij dan opzij voor de dweil of de stofzuiger. Vroeger liet Ze het schoonmaakpersoneel wel 's schrikken (riep eenvoudig: Boe!), maar sinds er eentje aan een hartaanval was bezweken, was haar zelfs dat eenvoudige pleziertje niet meer gegund. Daarvoor was Zij niet aangenomen, had de personeelsdirecteur Haar streng vermaand. Zij verloekte deze tijden van het heilige Rendement. Arbeidsvreugde was er al lang niet meer bij.
In afwachting van haar brugpensioen doet Zij dan ook nog enkel wat strikt van haar verlangd wordt. In een enorme slok. Van de fanatieke roker die al drie waarschuwingen voor roken op de gang heeft genegeerd, wordt daarna niets meer vernomen.
zo'n spookje moeten wij op het werk ook hebben...