Hypochonders, zelbeklagers en kleinzerigen: tegen de muur ermee. Vuurpeloton in de aanslag, goed richten en schieten voor ze nog maar de kans krijgen een jammerklacht over hun lippen te laten rollen.
Ik heb een hekel aan mensen die graag zeggen hoe slecht het wel met hun gaat. Want ze hebben geen chance gehad, meneer! School niet afgemaakt, want die van wiskunde had ne pik op mij. Ontslagen want ik durfde mijn mond open doen tegen de baas. Gescheiden want zij was nymfomane.
Give me a break.
Iedereen maakt fouten. U, ik, mijn god: zeker ik, god trouwens ook mocht hij bestaan, uw buurman, uw baas, uw hond, uw partner (mijn partner maakt geen fouten, die ziet mij graag, maar dat staat los van dit betoog, bovendien is zij de enige, dus daar heeft u toch niets aan).
Maar goed: iedereen maakt fouten. De kunst is dan of die te onderkennen of die weg te moffelen. Grote levenskunstenaars moffelen hun fouten handig weg voor hun omgeving, maar trekken er zelf wel lering uit.
Erover klagen, anderen de schuld gaan geven geeft geen pas.
Vallen en opstaan, daar draait het zo'n beetje om. Nog belangrijker: na het vallen nonchalant de schrammetjes deppen en gewoon verder gaan. En vallen doen we allemaal — zelfs mijn voor de rest onfeilbare partner.
Waar dit allemaal toe leidt, vraagt u zich verwonderd af. Welaan, beste lezer, ik had u zowaar onderschat. Een onderdanig mea culpa is hier gepast, ik had beter moeten weten: u wordt niet zo eenvoudig om de tuin geleid. Dacht ik met het vorige postje (waar van de oorspronkelijke zeven vlammende alinea's slechts een magere conclusie overiend bleef) voldoende handig mijn zelfbeklag weggemoffeld te hebben... u zag er dwars doorheen!
U noemde mij in koor een bleitsmoel.
Had u ongelijk gehad, ik had aan uw voordeur gestaan. En de bleitende smoel, u was het geweest. Maar u had gelijk en als een volleerde meester spaarde u de roede niet.
Daarvoor wilde ik u even bedanken. Geacht en bemind publiek.
Recente reacties