Eindelijk gefikst. De oplossing voor het probleem was zo genant voor de hand liggend dat ik u er niet mee ga vervelen.
februari 2004 Archieven
Reply-To: K. <DerdeK>
To: karl <DerdeK>
Subject: Af en toe neem ik de kodakski nog eens ter hand ...
Date: Fri, 27 Feb 2004 14:15:21 +0100
Verenigd europa... Een Roemeen, communicatie moest in gebarentaal gebeuren,de man toonde me een handvol eurootjes,"belgië" zei hij en dan de duim de hoogte in , "roemenie" en dan de duimnaar de grond.Belgie goed roemenie bach... ikke kinderen in roemenie , geld sturen ,belgie goed kijkeen hand vol eurootjes.Ja soms weet ik niet wat er van te denken.
Karl.
S riep ons van de andere kant van de straat, en hij kwam op ons afgereden met een fiets waar je spontaan het woord scharminkel bij dacht. Wij hadden pas nieuwe fietsen gekregen, voor onze eerste communie. S was raar. S was gek. En S reed altijd met de oudste fiets.
— Zeg, wedden dat ik de straat op mijn hardste uitrij zonder te remmen als er een auto afkomt?
Wij wedden, ook al omdat S nooit om een tegenprestatie vroeg als hij won.
S vertrok en trapte als wat hij was: gek. Bezeten. Gestoord.
Er kwam een auto aangereden. Wij hielden onze adem in. De auto remde niet. Een knal.
S had zijn stuur omgegooid en was overkop gegaan. Of preciezer: op zijn hoofd gevallen en doorgerold. De auto was doorgereden. S was opgestaan en er kwam bloed uit zijn hoofd. Hij was blij.
— Zie je dat ik niet geremd heb!
Het was ook in die dagen dat mijn moeder hem in de gietende regen had gezien. Op blote voeten en in niets anders dan zijn pyama. Wenend en alleen op straat, en S weende niet gauw. Hij mocht niet binnen, zijn vader en zijn zus waren toen alleen thuis. Later zagen we hem een hele tijd niet meer.
In de hoogdagen van onze puberteit kwamen wij mekaar terug tegen. Hij was ober in een café dat hoofdzakelijk bevolkt werd door leden van de lokale kickboksclub. Hij was aktief lid van de club en hij speelde ook nog mee in een TV- serie die toen vrij populair was.
De vrienden op school hadden voor een keer spijt dat zij ook niet waren opgegroeid in mijn wijk, want ik kende S, hij gaf mij zelfs een hand. In het kickbokscafé. Mijn status groeide in die dagen tot ongeziene hoogtes.
De schoolvrienden en ik geraakten uitgekeken op het kickbokscafé en ik zag S nog zelden. Links en rechts hoorde ik een verhaal. Dat hij zijn talenten nog maar 's buiten de ring had gedemonstreerd en dat er ziekenhuis aan te pas was gekomen. Dat hij in een snookerzaal werkte. Dat hij zelf een café had overgenomen. Dat hij een fitnesszaak had geopend. En een discotheek. En nog 's een straatgevecht. En nog een fitnesszaak. En af en toe zag ik hem rijden, eerst in een MRII, dan in een M3 cabrio. In onze wijk heette zoiets een succesverhaal.
Of ik het niet in de krant gelezen had, vroeg de serveuse gisteren. Van S. In Denemarken dacht zij, iets met een ontvoering of een gijzeling of toch zo-iets. Dat hij dus vast zat.
Dat het mij niet verbaasde. Maar dat het mij wel speet. Niet in het minst voor het succesverhaal, wel voor het wenende jongetje in zijn pyama in de regen.
Gehoord op Radio 1, naar aanleiding van de arrestatie van twee pyromanen. Het bleken vrouwen. Interview met een expert psycholoog.
— Verbaast het u niet dat het om vrouwen gaat?
— Neen, geenszins. U begrijpt ook: pyromanie vraagt geen kracht en ook geen bijzondere kennis.
Hij zei net niet: het serieuzere werk, pakweg dat van een massamoordenaar, vraagt planning en organisatie, psychologisch inzicht en fysieke kracht, dàt is dus een puur mannelijke aangelgenheid. Je hoorde het hem denken.
Mijn kandidaatuur voor gast expert psycholoog bij de VRT is onderweg.
Later zullen wij, loggers van zoniet het eerste dan toch het tweede uur, heel blasé kunnen zeggen: "Ach, Walter, ik las hem al toen hij nog post bedeelde en een weblogje had."
Bij de Bezige Bij alstublieft.
Groots.
Mij contacteren is niet makkelijk, zo blijkt. Ver van mij nochtans om vanop een ivoren toren de oren te sluiten voor wat u te vertellen heeft. Neen, het is in dit geval de technologie die niet meewil.
Het script dat hier gebruikt wordt om het contactformulier te versturen, werd een tijd terug misbruikt om spam mee te versturen. Daar werd een mouw aangepast. De mouw bleek wat nauw, want ook u met minder malfide bedoelingen kon het formulier niet meer gebruiken. Verleden werd dat dan weer aangepast, en hoera! u kon mij terug contacteren... Tot diezelfde week het script weer slachtoffer van een krakerspoging, die in eerste instantie onsuccesvol bleek, maar die nu tot gevolg heeft dat ik blanco mails krijg van het formulier. Wij werken eraan.
Wil u mij desondanks toch bereiken: mailen naar [voornaam zonder accenten]ATdruppels.be. Hieronder reageren kan uiteraard nog steeds.
Zeven uur had op de uitnodiging gestaan. Wanneer ik om acht uur aankom, ben ik nog veel te vroeg: de obers zijn nog niet begonnen, en de genodigden beginnen nog maar met mondjesmaat te arriveren. Enkel onze tafel en die van daarnaast zijn al voltallig, het zijn de 'autochtone tafels'.
"Hopen dat het goed gaat deze avond," zegt Mohad met een grijns, "het is een beetje warm geweest tussen de twee families." Het is het feest van zijn broer Sohaib en diens kersverse echtgenote, een Iraanse. Even vraag ik me af of de cameraman een Uzi verbergt onder de lange regenjas — hij wil hem maar niet uitdoen.
De muziek is wat ik mij inbeeld dat er in de discotheken van Casablanca gedraaid wordt: denk Khaled, plak er een beat onder. Het blijken hits te zijn, de Marokkanen en de Iranezen dansen er voortdurend op, zingen zelfs mee met sommige nummers. De vrouwen zijn anders dan onze vrouwen: zij dansen gracieuzer, zijn feller opgemaakt, dragen splitrokken en stilettohakken. Ik geniet en J zegt: "Nu begrijp ik waarom ze die hoofddoeken opzetten, een vent zou van minder gek worden."
Ettelijke keren word ik aangesproken door mannen en vrouwen, jong en oud, op de dansvloer, op het toilet, aan de bar. "Ben jij de zoon van?" Dat ben ik — het zal mij blijven verbazen hoe ver de reputatie van mijn moeder strekt onder deze mensen. Later zal Sohaib tijdens een ritueel Henna op mijn hand wrijven: ik hoor erbij.
Rabbia, de moeder van Sohaib, vraagt in haar eigen unieke frans:
— Quand toi te marier?
— Moi jamais me marier.
— C'est pas bon, Frédéric! Un homme doit marier pour être sérieux.
Zij schudt haar hoofd naar mijn moeder: met mij zal het nooit goed komen.
Er wordt alcohol geschonken, maar de meesten onder hen drinken er geen druppel van. Ergens in de zaal wordt een joint gerookt, niemand neemt er aanstoot aan. Mijn buurman merkt op: "En je moet 's kijken hoe ze zich amuseren!"
Hij heeft gelijk. Dit huwelijk is een feest. Een feest zoals ik het daarvoor alleen nog maar had meegemaakt bij Sicilianen. Met evenveel mooie vrouwen maar zonder Chianti.
Moi jamais me marier, denk ik, wanneer ik naar huis ga. Maar als het toch ooit gebeurt, dan zal het zo zijn. Met een feest, stiletto's en splitrokken — en met sloten Chianti.
- Er was opvallend veel eensgezindheid tussen de organisatoren van de betoging enerzijds en de federale politie anderzijds over het aantal betogers: een primeur!
- Zelfs de meest paranoïe burger vond dat er gisteren genoeg blauw op straat was.
- Tot slot ging het er allemaal erg netjes aan toe: de ordediensten hebben op geen enkel moment overwogen om in te grijpen.
U mag mij niet verdenken van veel sympathie richting kersvers ex-VLD voorzitter Karel De Gucht. Mij doet hij daarvoor teveel denken aan de apparatsjiks van een ondertussen teloor gegaan regime. Het ontbreekt hem voornamelijk aan de bontmuts om dat plaatje af te maken.
Maar dat mag u mij meer aanrekenen dan Karel: hij kan er ook niets aan doen dat rare verbanden zich op gezette tijden aan mij opdringen.
Inhoudelijk is het dan weer wel allemaal zijn schuld: de regularisering van de zonevreemde woningen, de fiscale amnestie, en als klap opde vuurpijl — of in zijn geval: als kapmes op het blok — zijn onverbiddelijk verzet tegen het migrantenstemrecht.
De Gucht heeft de afgelopen legislatuur dus voornamelijk gezegd: wij knijpen wel een oogje dicht voor wie de regels jaren geleden aan zijn laars heeft gelapt. Een villaatje met haar veranda op landbouwgrond, ach, wie kraait er naar? Een half miljoen nooit aangegeven euro's op een rekening bij de KB Lux? Kom, de fiscus ziet dat graag door de vingers.
Maar migranten laten stemmen? Daar maken ze een breekpunt van. Want wie weet respecteren die onze regeltjes niet. Dus hop, eerst Belg worden. En dan meteen een echte: zonevreemd woninkje optrekken. Geld op een rekening in het oorspronkelijke vaderland laten staan. Vooral niet angeven. Dat principe heet integratie. En dan mag je stemmen, geen seconde eerder.
Dat is de boodschap die Karel De Gucht met veel verve de wereld heeft ingestuurd. En aan zo'n boodschap heb ik er dus geen.
Maar wat nu gebeurd is, heeft De Gucht niet verdiend.
Verraden worden door de machtigste man binnen je partij omdat je doet wat je is opgedragen: het standpunt van de partij verdedigen. Verraden worden door je eigen premier, die je door dik en dun hebt gesteund, is walgelijk. En je mag zeggen wat je wil, je kan De Gucht niet verdenken van een persoonlijke agenda in deze hetze. Het migrantenstemrecht lag zwaar op de maag van de VLD jongeren, die er een heuse petitie tegen organiseerden. En er was de afscheuring van Beysen. Later de ruzie met Coveliers.
De Gucht voerde naar beste vermogen uit wat zijn partij hem had opgedragen. Niet meer en niet minder. Dat daardoor het werk van Verhofstadt bemoeilijkt wordt, spreekt voor zich. Een staatsman manoevreert zich daar uit. Verhofstadt pleegt daarvoor broedermoord. En zoiets schokt het vertrouwen in de politiek meer dan een uit de bokshandschoen gelopen randfenomeen als het Vlaams Blok.
Het besef dat de zogenaamd democratische partijen met al hun prachtige beginselen in de eerste plaats geregeerd worden door veelal mensen met een paar heel kleine kantjes. Met ego's als zonevreemde huizen zo groot.
En ik beeld mij een eenzaam skiër in die langs een witte helling naar beneden slalomt. Met zo'n rare bontmuts op zijn hoofd. De laatste apparatsjik, een VLD-er. En als hij valt, vervloekt hij even heel hard Da joenk, en kijkt hij vlug even rond om zich ervan te vergewissen dat niemand hem gehoord heeft.
Van de bunnies ben ik zeker: hun netkousen, wipstaartjes en konijnenoren staan in het geheugen gegrift om daar te blijven. Net als de figuurtjes in die outfit, van Aziatische, Afrikaanse en Kaukasische origine. (Of, minder politiek correct: twee negerinnetjes, een thaise en twee blanke stukken.)
En er was drinkbare rode wijn geweest, eerst bij het eten, dan bij de bunnies. De band was uitstekend, de gitarist uitzonderlijk. De deejay speelde muziek waar ik nog namen op kon plakken. Een vriend deed iets onbehoorlijks met een snoepje en mijn zus en de fotograaf van dienst legde het vast. Boterhammen met spek werden uitgedeeld. Ik danste op Michael Jackson — in het licht van recente gebeurtenissen ook al niet politiek correct.
Tot zover de onweerlegbare feiten.
Deductie leert ons de rest. Dat ik alleen naar huis ben gegaan stond bij het ontwaken als een paal boven water. Dat er teveel wijn was geweest, mag ik afleiden uit het gewicht van de massa die nu tussen mijn schouders rust en de hoeveelheid typfouten die ik hier op mijn toetsenbord sla. Dat ik mij aangesteld heb, is kwestie van een en twee en vijf bunnies op te tellen.
Maar waar die roos op mijn salontafel vandaan komt, daar kom ik met die Valentijnskater zo meteen niet uit.
Het meest trieste beeld van 2004 staat nu al vast. Het zijn de ogen van een meisje die vanachter een bril verschrikt naar de opdringerige camera's van het journaille staren. Het meisje is bang. Het meisje is nochtans moedig. Het meisje is Laetitia Delhez.
Het meisje werd opgesloten in de beruchte kelder in Marcinelle. Het meisje had 'geluk': zij werd al na een week bevrijd. Hetzelfde 'geluk' viel Sabine te beurt, al had zij er toen al drie maanden kelder achter de rug. An en Eefje, Julie en Mélissa haddden minder geluk, zij hadden de kelder en bijhorende behandeling niet overleefd.
Acht jaren na de feiten weet Laetitia nog niet of zij zal getuigen in het meest ruchtmakende proces dat Assisen in België ooit heeft meegemaakt. Zij wordt sowieso uitgenodigd om het proces bij te wonen als toeschouwer. Zij verzamelt al haar moed en daagt op. Het meisje verdient voor die moed uw en mijn eeuwig respect en bewondering. Ongeacht of zij nu besluit te getuigen of niet.
Zolang er zo'n mensen als dat meisje zijn, denk je, alle Dutroux ten spijt: er is nog hoop voor de mensheid.
Die hoopvolle gedachte krijgt een ernstige deuk wanneer je cameramensen en fotografen ziet die zich verdringen om dat moedige meisje te bestoken met een spervuur van flitsen, microfoons en vragen. Voor een cover. Voor een sterke kop boven een banaal stukje op de twee.
Een deontologische code met lijfstraffen voor die paparazzi, denk je dan.
En een erehaag voor het meisje.
Na vijftien jaar trouwe dienst als donor was het bloed van nonkel A van de ene dag op de andere niet goed genoeg meer voor het Rode Kruis. Want nonkel A is homo. Dat hij al meer dan vijfentwintig jaar een monogame relatie heeft — zowel binnen het homomilieu als in de naaste familie zondermeer een wapenfeit — maakt voor het Rode Kruis geen verschil.
De regel werd in de meeste Europese landen ergens begin jaren negentig ingevoerd. Aanleiding waren een paar gigantische schadeclaims van mensen die met HIV besmet werden door een bloedtransfusie.
Een normaal mens zou dan twee dingen denken. Een: jezus, je zal maar pech hebben. Ga je niet dood aan dat zware auto-ongeval, maar crepeer je even later wel aan AIDS. Daarna ga je er maar rustig van uit dat donorbloed sindsdien grondig getest wordt. Toch?
Het Rode Kruis elimineerde toen dus de risicogroepen. En dan vraag ik mij af: wie zijn dat, buiten homo's? Pedofiele priesters? Overspelige echtgenotes? Hun minnaars? Hormonaal hyperaktieve pubers? Latino lovers? Gelegenhdeidsheroïnespuiters? Zwarten?
Schiet er dan eigenlijk nog iemand over die niet tot de een of andere risicogroep behoort?
Of worden er statistische verbindingen gemaakt: zwarte pubers die iets hebben met een getrouwde vrouw en het doopsel mochten ontvangen van een katholiek priester? Wij hebben er, en met ons alle nonkel A's, het raden naar.
[Of: zelfs minister Demotte baart af en toe een zinnig idee.]
Bed in, licht uit, omdraaien en snel-snel mijn hoofd tegen de kussensloop neervleien om te voorkomen dat ik onderweg naar dat hoofdkussen al in slaap val. Wanneer ik denk: nu wil slapen ben ik bij de 'sla' al weg van de wereld. Waar en wanneer ik wil. Zo diep, hypercompact en sterk geconcentreerd, dat ik na vijf-zes uurtjes ruim uitgerust ben. Op zich niet zo sterk — Jacques Delors doet het naar verluidt met twee uurtjes minder — maar u hoort mij niet klagen.
Er is natuurlijk wel een keerzijde: ik droom niet. Of liever, ik herinner mij mijn dromen nagenoeg nooit. Een vriend vertelt mij regelmatig zijn dromen. Die zijn dan zo boeiend en bizar en sfeervol dat hij ze zou kunnen bundelen tot 1001 nachten. Ik ben jaloers als ik de de verhaaltjes hoor, hij ziet ze elke nacht in Technicolor met Almodóvar in de regiestoel. Hij wordt wakker in een roes, ik met ongedane zaken hamerend in mijn achterhoofd.
Maar als ik dan 's droom, dan is dat, licht uitgedrukt, indrukwekkend. De droom van gisteren bijvoorbeeld was zo tastbaar dat ik mij er de hele voormiddag van vergewist heb of hij niet echt gebeurd was. En dat ik deze avond maar 's op tijd ga slapen. Misschien komt zij deze nacht nog 's terug?
Gisteren nog vermist, volgende week op druppels: Bernard! Hij ziet er ongeveer uit zoals zijn baasje na het betere nachtje stappen: bijtwonde onder het oog, een paar kilo's lichter en oververmoeid. En nog steeds net als baasje na het betere stapwerk heeft hij afgelopen nacht niet in zijn eigen kot doorgebracht.
Baasje was nog nooit zo blij om een comeback.

Recente reacties