Bed in, licht uit, omdraaien en snel-snel mijn hoofd tegen de kussensloop neervleien om te voorkomen dat ik onderweg naar dat hoofdkussen al in slaap val. Wanneer ik denk: nu wil slapen ben ik bij de 'sla' al weg van de wereld. Waar en wanneer ik wil. Zo diep, hypercompact en sterk geconcentreerd, dat ik na vijf-zes uurtjes ruim uitgerust ben. Op zich niet zo sterk — Jacques Delors doet het naar verluidt met twee uurtjes minder — maar u hoort mij niet klagen.
Er is natuurlijk wel een keerzijde: ik droom niet. Of liever, ik herinner mij mijn dromen nagenoeg nooit. Een vriend vertelt mij regelmatig zijn dromen. Die zijn dan zo boeiend en bizar en sfeervol dat hij ze zou kunnen bundelen tot 1001 nachten. Ik ben jaloers als ik de de verhaaltjes hoor, hij ziet ze elke nacht in Technicolor met Almodóvar in de regiestoel. Hij wordt wakker in een roes, ik met ongedane zaken hamerend in mijn achterhoofd.
Maar als ik dan 's droom, dan is dat, licht uitgedrukt, indrukwekkend. De droom van gisteren bijvoorbeeld was zo tastbaar dat ik mij er de hele voormiddag van vergewist heb of hij niet echt gebeurd was. En dat ik deze avond maar 's op tijd ga slapen. Misschien komt zij deze nacht nog 's terug?
Mooi geschreven!
Khad net zin in een dutje...(10h51)
er bestaan daar gelukkig (danku wetenschappers) trucjes voor (om je dromen beter te onthouden).Neem je voor, voor je slapen gaat, om deze nacht te dromen en je dromen te onthouden. Zo verscherp je je aandacht. De volgende ochtend, wanneer je wakker wordt, moet je onmiddellijk nadenken: wat heb ik gedroomd deze nacht. Niet eerst nadenken over welke dagelijkse sleur je te wachten staat, neen, je dromen! Dat moet je eerste gedachte zijn als je wakker wordt. Succes! Bij mij lukt het
verry interesting!!!