Van het paard dat gisteren plots voor de deur van het café stond, net voor sluitingstijd. Van de man die de ochtend daarop in de krantenwinkel een betoog afstak tegen de ouders en de advokaten van de vermoorde en ontvoerde kinderen, dat die verdomme veel praat hebben. Van die wilde en roekeloze nacht, laatst. Over die ontroerende film. De charmante etentjes, de meeslepende boeken.
Anekdotes. Verhaaltjes.
De vrienden, zij kennen ze. Waren erbij soms. De familie, zij wordt sporadisch ingelicht. In het ongewisse staat de lezer. Druppels lezen doet u op een need-to-know basis. Met af en toe een blik door het sleutelgat. Maak er niet meer van dan het is: ik schrijf hier niet mijn eigen Big Brother neer.
Eenmaal dat eenzijdig afgesproken is, kan ik u nog wel meegeven dat dat paard van in de eerste zin door de politie werd opgehaald; toen wij ervandoor gingen, waren de agenten van dienst al tot de conclusie waren gekomen dat het niet paste in de combi.
U wordt hier niets wijzer, zoveel moge duidelijk zijn.
Neen, wijzer, dat niet.
Maar 't is wel goed geschreven.
Empathisch als we zijn, hadden we ons inderdaad al geďdentificeerd met achtereenvolgens de jonkvrouw, de koningin, de e-mama, en nu ook bijna met het paard. Met wisselend succes, zo moet eerlijkheidshalve gezegd. Wijzer leken we er niet van te worden, dat kan ik U meegeven.
Dus, goed dat U het zegt! Klare taal af en toe is niet meer dan gepast! :)
(hoger was ik)
't Is pas wanneer de halve wereld zich om je begint te bekommeren, dat je jezelf een probleem moret beginnen vinden.
Tijd zat,dus.