Twee en een half jaar oud en verontwaardigd tot in elke vezel van zijn lijfje.
"Jandej niet spelen!" roept hij, "Jandej werken!"
Sinds hij Bob De Bouwer kijkt, heeft spelen volledig afgedaan, alles staat nu in het teken van de bouw en de afbraak. Hij pakt zijn hamertje en gaat een houtblokje te lijf. De routine: twee keer kloppen en dan kijken of het blokje veranderd is. Fronsen, twee keer harder kloppen en opnieuw kijken. Lippen hierbij stijf op mekaar geperst. Op het gelaat van deze jonge bouwheer is er nu geen plaats voor een lachje.
Iedereen staat rond de jongste telg van de familie. Dat hij al zoveel woordjes meer kan zeggen dan de laatste keer. Dat je hem ziet groeien terwijl je erbij staat. De grootouders zijn zoals steeds het ergst. In voortdurende extase, want hij is beslist de mooiste, de slimste, de beste. En dat zij 't niet makkelijk zal hebben, de mama, als hij groot wordt.
"Zo'n willetje dat hij heeft!"
Na het eten rook ik in de tuin een sigaret. Een vliegtuig klimt machtig omhoog. Hij heeft het ook gezien en wijst.
"Papa daar!" roept hij onzeker en hij kijkt mij met grote ogen aan: ik moet het bevestigen.
Ik kijk naar boven, waar het vliegtuig net tussen de wolken verdwijnt.
"Papa daar," zeg ik.
'k heb het akelige gevoel dat de papa van die jongen niet in het vliegtuig zit ... ?