Wegens websiteverbouwingsverlof is uw favoriete weblog even gesloten.
Wij verwachten u terug vanaf 9 augustus.
Wegens websiteverbouwingsverlof is uw favoriete weblog even gesloten.
Wij verwachten u terug vanaf 9 augustus.
Ofwel: een eerste voorzichtige vrucht van het nieuwe speelgoed. Oordeel niet te hard, elke eerste oogst smaakt naar azijn. En een Château Pétrus ligt niet meteen in het verschiet.
Of ik met haar wilde meegaan naar de winkel om een nieuwe computer te kopen? Dat ik wel wilde, maar dat dat helemaal niet meer hoeft, tegenwoordig: "We kunnen met mijn computer gewoon een andere computer kopen." Geen industrie die zichzelf zo goed in stand houdt als die van de IT.
Met een paar kliks vinden we een Dell die aan alle vereisten voldoet. Het lastenboek zijnde: een plat scherm, iets waarmee ik kan surfen en ceedeetjes maken en word enzo doen.
Op het precieze ogenblik dat ik de bestelling wil plaatsen, vraagt zij hoe het zit met de ondersteuning wanneer er iets fout loopt. Ik scroll naar boven om de garantievoorden even na te lezen. Zij schreeuwt het zowat uit wanneer zij het fotootje ziet van de machine.
— Dat is hem toch niet he!?
Dat ik bang ben van wel.
— Een zwarte?! Zoals mijn TV zeker?! Weet jij hoe vaak je dat moet afstoffen? Elke dag.
De Packard Bell IXTREME 5510 (met scherm FT 500 WHITE) is zo de eerste computer die ik bestel voor zijn kleur.
Of: computers staan nu nog maar even ver in hun evolutie als de auto ten tijde van de Ford T. Waarvan Henry Ford hemzelve beweerde: "Verkrijgbaar in alle kleuren, zolang het maar zwart is."
En ook met de ene Ford T kon je makkelijk een andere kopen. Je hoefde toch al niet meer te voet naar de garage.
Wij genieten van een levensgroot bewegend panorama 270° rondom ons bij het ontbijt. In de brandende zon aan de houten tafel voor de Refugio del Cinque Torri smaken de capuccino en het brood heerlijk.
Bij de eerste afdaling van onze wandeling moeten we even halt houden voor vallende keien langs de rotswand links van ons. Wij glimlachen wanneer we de dader van de minilawine bespeuren: een zwarte eekhoorn spurt de loodrechte wand op. Het zal niet onze laatste ontmoeting blijken met de viervoetige bewoners van de bergen.
Een uur of twee na ons vertrek steken we de weg over die als een litteken door het landschap snijdt. Bergop tot we de pas over zijn. Af en toe steken we een stuk sneeuw over dat nog vergeten smelten is. De dieptes naast het pad zijn vaak indrukwekkend, maar na een tijdje hel ik mijn lichaam niet meer systematisch over naar de andere kant.
Als beloning voor de laatste zware klim wacht ons op de top van de pas een snijdende wind, maar die doet niets af aan het zicht op de vallei.
"Yeti," lach ik en wijs naar de mest op het pad. Bij het afdalen zien wij de daders: veertien wilde paarden grazen rond een meertje. Wij naderen tot op honderd meter en gaan zitten. Dichter wil ik niet: de donkere hengst heeft ons in de gaten, maar besluit nog geen alarm te slaan. Houden zo: dit tafereel verstoren zou zonde zijn, doodzonde. National Geographic, maar dan live.
Beneden loopt het pad langs een riviertje. Wij zijn omringd door bergformaties. In heel deze vallei staat een hut. Eén, waarschijnlijk onbewoond. Thuis ben ik tevreden met 10 bij 30 meter voor mij alleen. Van de lagere school onthouden: gemiddeld driehonderd drieëndertig Belgen per vierkante kilometer. Hier deel je een veelvoud van die oppervlakte met een een paar wilde paarden.
Even verder glipt er een marmot voor onze voeten. Het beestje glipt weg in haar hol onder een rotsblok en houdt onze stappen nauwlettend in de gaten. De argwaan is overbodig: een marmot nemen wij er ook nog wel bij.
's Nachts heb ik vanuit mijn bed in de Refugio zicht op een prachtige berg met een even mooie naam.
"Ik kom terug" zweer ik hem.
zaterdag, 3 juli
Per honderd meter die wij met de bus stijgen kleurt de lucht donkerder grijs.
De bergen rond Cortina gunnen ons nog net de tijd om wat te eten op een bankje voor zij een bescheiden demonstratie geven van hun krachten. De zondvloed die zij op het stadje uitstorten mag gelden als een waarschuwing. De bliksems die wij langs de bergkammen zien ook.
Wanneer wij uitstappen regent het nog altijd. Een wandeling van een dik uur zou ons tot bij de refugio voor de eerste nacht moeten brengen.
"Heading for Cinque Torri, right? Mind if we tag along?" vraagt de Amerikaan die vriendin I op de bus als een klimmer had geďdentificeerd. Wij minden niet. Hij blijkt uit Colorado afkomstig en komt hier met zijn vriendin klimmen. Ik grinnik wanneer ik hun schoeisel zie: sportschoenen. Wanneer ik I daar op wijs, lacht zij: "Jij gaat mensen uit Colorado iets wijs maken over de bergen?"
Een half uurtje later zie ik wat zij bedoelt: zij hebben ons al ver achter gelaten op het stijgende pad. Moeiteloos.
Wandelen is niets meer dan de ene voet voor de andere zetten, dat hou ik mezelf voor. Het werkt: na een tijdje denk ik niet meer. Ik neem geuren waar: de regen versterkt het aroma van het dennebos met faktor tien en zelfs mijn rokersneus inhaleert die gretig. Ik zie de bomen die verdwijnen. Boomgrens. Mistslierten die voorbij slenteren, af en toe een tipje van de sluier oplichten.
Wanneer ik opzij kijk bevries ik, midden op de bergrug. Voor mij ligt een vage groene diepte, omfloerst door mist en wolken. Daarachter rijst een massieve zwarte massa boven de voorbijschuivende blauwgrijze mistlagen uit. Een berg die zegt: hier sta ik.
Kleiner was ik nooit. Zo volledig tevreden met dat nietig zijn al zeker niet. Hier ben ik even volmaakt en volledig in vrede met alles rondom mij.
Hier en nu.
Hier mag een bliksem mij treffen.
Zij kijkt naar mijn ogen en ziet wat ik voel. Wij zeggen even niets. Dit mogen wij niet wegkwekken.
vrijdag, 2 juli | wordt vervolgd >
Met de Vaporetto op de Canal Grande. In het thuisland heet zoiets: met de bus door de hoofdstraat. Of: we varen met de waterbus op onwerkelijk groen water door Venetië — ik ben er nu zeker van dat de Italianen kleurstoffen toevoegen aan hun water. Het groen van hun meren, zeeën en nu dus zelfs van deze kanalen kan geen toeval meer zijn. Ondertussen is Venetië pracht en praal waar ik ook kijk. Vervang de kanalen door straten en je hebt nog altijd een van de mooiste steden die ik ooit zag. Tel het water erbij op en je hebt magie.
Wij kruisen gondels. Op de achtersteven bruingebrande spierbundels met matrozenpakjes — eentje druk gebarend met de GSM in de hand. Plastieken romantiek met ringtones voor zijn Amerikaanse passagiers. De Venetianen varen zoals hun landgenoten rijden: de bus kan maar net een aanvaring vermijden met twee bootjes die zich met ware doodsverachting op het kanaal gooien. Een taxi slalomt er claxonerend tussendoor.
Ik zie dakwerkers en vraag me af hoe ze hier in godsnaam bouwen. Even later beantwoordt een vlot met daarop twee vrachtwagens met betonmolens mijn vraag.
Wij stappen af aan San Marco en het plan is dat we er geen hebben. Of toch: we wandelen door de stad in de richting van waar wij het station vermoeden.
Ik ga op een brug staan boven het kanaal en kijk rond. Op zoek naar iets lelijks. Een kanjer van een barst in een gevel. Of een litteken in een gelaat. Een kras op de glimmende zwarte lak van een gondel, het zou genoeg zijn.
Ik vind niets.
De dingen en de mensen zijn volmaakt, soms. En dan zijn die dingen en die mensen zo overweldigend dat ik mijn ogen moet sluiten om mijn sentiment te verbergen. Mijn zonnebril doet even uitstekend dienst als masker in Venetië.
In de stad duikt achter elke straathoek een kanaaltje op. Af en toe een gondelier die zich geen plaats op de Canal Grande heeft weten te bemachtigen. "Gondelo signorina?" Vriendin I heeft er geen moeite mee om nee te zeggen tegen de witte tanden en de zwarte Ray Bans die haar in de boot willen praten.
Vriendin I koopt Spaanse schoenen die ze in België niet meer in haar maat hadden. Je zou ze op een schap moeten zetten als kunstwerkje. Ik koop sandalen: even voelen wij ons een heel mondain koppel.
Morgen trekken wij de bergen in.
donderdag, 1 juli | wordt vervolgd >
"I lost a lot of mountain, but I found a lot of love." Lorenzo heeft ons net opgepikt aan de luchthaven. Lorenzo houdt al zijn hele leven van de bergen. Lorenzo houdt sinds kort ook van Irena.
Een auto-ongeval met nieuwjaar heeft hem maanden aan een ziekenhuisbed gekluisterd. Maanden zonder bergen. Hel. Hij vertelt het allemaal in de auto, met een hand aan het stuur. Hij neemt een rond punt in de verkeerde richting en zegt dat hij de Mont Blanc gaat doen na de zomer. Hemel. En dat Irena meegaat dit weekend. "She sail. She love nature, so she will love mountain, I'm sure." Zijn engel.
's Avonds in de pizzeria zien wij de hele bende. Kaarten en topo's over de tafel uitgespreid. Discussies over mogelijke klim- en wandelroutes voor het weekend. Wanneer Giorgio spreekt, luistert iedereen. Giorgio is de gangmaker van de bende. Maar Giorgio is meer dan dat. Giorgio klimt 7A. "A vista," verzekert Emilio mij. Ik verslik mij in mijn pizza. Giorgio heeft in 2000 in een alpineklim een val gemaakt van 20 meter op de rots. "Finger split in two, back hurt," voegt Emilio eraan toe.
De keuze ligt niet voor de hand: wij willen wandelen en zij willen klimmen. Zij willen bovendien niet dat vriendin I een route doet die zij al eens gezien heeft. Na het bier en de pizza's valt het verdict: Cinque Torri. Voor hen: 7B op de wand. Voor ons: een onvergelijkbaar uitzicht op een paar van de mooiste toppen die de Dolomieten rijk is. Wij drinken ijskoffie en toasten op de montagni.
Bij Lorenzo thuis vraag ik mij af hoe graag je een hoop bergen kan zien en ik kijk uit naar onze trip naar Venetië van morgen.
woensdag, 30 juni | wordt vervolgd >