Open Source zet geen koffie
Elk computerblad wijdt er tegenwoordig wel een artikel of zelfs een hele rubriek aan: Open Source. Of het magazine zich nu richt tot de die-hard system administrator of daarentegen vooral nonkel Jean probeert te boeien — die zijn kerstkaartjes tegenwoordig ook zelf in mekaar flanst met een obscuur shareware programmaatje.
Iedereen wil er zijn ei over leggen. Open Source is hot!
En wat heet is, druppelwaardig is.
Is het in de traditionele media sowieso huilen met de pet op wanneer het over IT gaat, het wordt zelfs in de vakpers vaak hilarisch wanneer Open Source ter sprake komt. Vaak kan je je maar moeilijk van de indruk ontdoen dat de journalist van dienst eigenlijk niet eens weet wat Open Source precies is.
Daarom even voor de goede orde: Open Source is geen synoniem voor gratis. Open Source betekent voor software niet meer of minder dan dat de broncode van de software vrij beschikbaar is — de naam geeft het weg. Het staat de gebruiker van die broncode vrij om de code te wijzigen, te verdelen en te verkopen. In de praktijk blijkt dat veruit het leeuwedeel van de Open Source software ook gratis is, maar dat hoeft dus niet. Het misverstand komt uit het Engels, het woordje free. Wanneer van Open Source gezegd wordt dat het free is, is het free als in freedom of speech. Niet free als in free beer.
Open Source is ook niet beperkt tot Linux omgevingen. Linux zelf is onmiskenbaar het meest succesvolle Open Source project uit de geschiedenis, maar ook voor uw Windows bestaat er Open Source Software. Als u deze pagina aan het lezen bent met een Mozilla browser vanop een Windows box, bezigt u op dit ogenblik Open Source. Aan de andere kant is er evengoed software op Linux beschikbaar waarvoor de licenties in de miljoenen euro's kunnen lopen en de broncode beter afgeschermd wordt dan het privéleven van prins Laurent. Denk maar aan een Oracle DB of een Teamsite CMS.
De laatste misvatting is dat van de bovennatuurlijke dimensies. Op mijn erewoord: neen, uw computer gaat geen koffie beginnen zetten wanneer u Open Source gaat gebruiken.
Eenmaal de voornaamste misverstanden uit de weg geruimd, blijft de hamvraag natuurlijk: is Open Source effectief het manna in de digitale woestijn? Of is het daarentegen een overhypte samenzwering van geitewollen sokken met een toetsenbord?
Geen van beide natuurlijk. Of van allebei een beetje, zo u wil. Het probleem is dat je moeilijk objectieve antwoorden krijgt omdat voor- en tegenstanders vaak in het soort blind fanatisme vervallen dat je IRL vooral tegenkomt in het Midden Oosten.
Slecht geïnformeerde tegenstanders van Open Source halen vaak de kwaliteit van de code als argument aan. Een Open Source project wordt meestal bij mekaar geschreven door tientallen tot soms duizenden vrijwilligers die mekaar in de praktijk nog nooit ontmoet hebben. Dan heb je automatisch minderwaardige code, zo redeneren de tegenstanders. In de praktijk blijkt juist die publieke controle het tegengestelde effect te hebben. Niemand neemt graag credits voor crappy code als die zichtbaar is voor de hele gemeenschap. De kwaliteit van de code wordt dan ook precies als een van de sterkste punten van het Open Source model gezien.
Een ander argument contra is het vermeende gebrek aan support bij een Open Source product. Ooit heb ik een Microsoft support lijn gebeld omdat mijn netjes aangekochte Windows een bizarre installatiefout gaf. De support medewerker is mij nog steeds een antwoord verschuldigd dat verder reikt dan wat goedbedoeld advies: “Waarom doet u uw computer niet gewoon binnen bij de winkel?”
Aan de andere kant heb ik als Linux newbie lang gesukkeld met de installatie van mijn USB modem. Google bracht mij op een website die gewijd was aan mijn Alcatel modem op een Linux bak. Toen ik er dan nog steeds niet uitraakte, schreef ik de auteur van de driver een mailtje. Binnen de 24 uur had hij zijn driver herschreven en werkte de installatie feilloos. Tevredenheidsenquêtes bevestigen dit: het is niet omdat je ervoor betaalt dat je beter geholpen wordt.
In de Open Source gemeenschap merk je even vaak blinde vooroordelen. Zo woonde ik ooit een discussie bij op Fosdem, waar een gebruiker aan de leidende Mozilla developers om een handigheidje vroeg dat hij kende van Microsoft's IE. De man werd zowat weggehoond omdat hij de naam durfde vermelden en de heren developers wisten niet waarover hij het had... terwijl elke weblogger in die tijd dat tooltje kende. Zelf heb ik oeverloze discussies gevoerd over de layout engine van Mozilla waaruit vaak een gebrek aan respect of begrip bleek voor echte gebruikersproblemen.
Hetgeen ons op een ander probleem brengt: er schort vaak wat aan de gebruiksvriendelijkheid van de Open Source software. De gebruiker wordt nog te vaak verondersteld minstens even nerdy te zijn als degene die de code bij mekaar gehackt heeft. Dat is leuk voor een handvol systeembeheerders en ontwikkelaars, maar de doorsnee gebruiker haakt nog altijd af wanneer hij aan een command line drie opdrachtregels moet intypen voor zijn programmaatje loopt. KDE en Gnome maken bij elke nieuwe release voor de desktop omgeving van Linux quantumsprongen naar gebruiksvriendelijkheid toe, maar de instapdrempel blijft hoegenaamd hoger op een Linux dan op een Windows. Dat geldt vandaag nog voor de meeste Open Source projecten, al evolueert de situatie dagelijks in de goede richting.
Bij elk specifiek probleem moet gezocht worden naar een adequate oplossing. Soms komt die uit de Open Source gemeenschap. Soms heet die Microsoft. Is beveiliging en stabiliteit een zware prioriteit, is de kans dik dat een Open Source oplossing als beste uit de bus komt. Moet nonkel Jean met de kerstkaartjes ermee uit de voeten kunnen, is die kans al een stuk kleiner. Een vuistregel lijkt te zijn: hoe dichter bij de Server, hoe aantrekkelijker Open Source.
En voor koffie gaat u hoedanook nog steeds het best langs de espresso machine.
http://druppels.be/movableType/mt-tb.cgi/758
Reacties (7)
Eens een kijkje nemen bij:
Teksten van een recente conferentie.
De definitie zoals door de Eur. Commissie gegeven:
Eigenlijk een écht goed overzicht :
"In de context van de Free Software Foundation, betekent free hetzelfde als in free beer."
Maar Frederic... Stallman heeft er al voor minder de keel overgebeten!
Toevallig hier beland, en dan ontdek ik toch wel direct dit pareltje.
Knap geschreven! Verhelderend en eenvoudig uitgelegd. Zo kan ik ook eens volgen als er gegoocheld wordt met vieze woorden.
@ Bert: inderdaad, en bij deze is de passage ook gecorrigeerd.
Mooi vertoog! Ik geef je 100% gelijk. Ik heb zowat alle watertjes (op apple na) doorzwommen beginnende in de vroege jaren '90. Ik ben zelf nog maar een jaar of 4 bezig met Linux en Open Source en ik moet zeggen: er is héél wat veranderd. Maar zoals je zelf stelt: de community heeft een imagoprobleem.
O ja, ik tik dit in vanop Debian Linux/GNOME 2.8/Firefox 1.0 op mijn laptop.
Plaats zelf een reactie
