Mijn twee handen grijpen naar mijn bovenbeen, nog in de val. Mijn longen persen zich leeg in een oogwenk — ik hoor dat ik een pijnkreet slaak. Ogen open-ogen open! bijt ik mezelf toe wanneer ik de grond voel. Mijn oogleden luisteren, maar ik zie alleen zwart.
Een fractie later is het alsof iemand het licht aandoet in het donker.
Op een voetbalveld ga je dan spontaan gras eten. Op de mat hap je naar adem als een verkouden zeehond. Er is een waarheid die zegt dat er maar één ding erger is dan de pijn. Dat is hem niet meer voelen. Een andere waarheid zegt dan weer dat je maar beter om ijs kan lopen dan Frédéric aan zijn kop te zeuren, op zo'n ogenblik.
Achter de computer thuis rust mijn been op de subwoofer. Er loopt een mail binnen en ik lees verwijt na beschuldiging na scheldwoord aan mijn adres. Ik ben het met afzender X eens over de hele lijn en herinner me een donkere Leffe in de koelkast. De trap terug opgemankt, begin ik een antwoord te typen. Het eerste paragraafje is nog niet af wanneer de volgende mail van X binnenloopt. Veronstschuldiging na excuus, dat het allemaal niet zo bedoeld was. Of ik niet kan bellen? Het mes is blijkbaar diep gegaan. En ik mag dat niet meer doen denk ik, ook al bedoel ik het goed in het begin weet ik.
Ik stuur een verontwaardigde mail terug en zeg geen contact meer te willen. Ooit.
Omdat ijs de wonde beter dept dan de waarheid.
Klinkt niet best! Sterkte met been & ziel ...