Ik probeer wakker te worden.
Hij houdt mij gevangen. Plukt een stofje van zijn schouder en glimlacht wanneer hij mijn lichte frons ziet. Ik zie de iris van zijn ogen door de dunne brilglazen, neutraal en helder blauw. Het wit errond is vlekkeloos en past bij de stofjas. Hij draagt een hemd met een licht- maar niet flauw-blauwe streep en een marinekleurige das, dik en symmetrisch geknoopt. Een volmaakt gebit, weet ik zeker. Ik heb zin om het eruit te slaan, maar mijn armen voelen als lood.
Hij heeft de woorden zacht uitgesproken, maar nu ik ze heb opgenomen, beitelen zij hun betekenis in de binnenkant van mijn schedel.
“Hoe lang nog?”
“Nog twee maanden.”
De beitels slaan op hol. Wanneer ik mij afvraag wat ik nog moet doen in de tijd die mij nog gegund wordt, slaan ze tilt.
Het is nog donker wanneer ik ontwaak.
Euhm, toch geen te erge ziektes Fré?
Whoei .. what's up? Laatste lijflogjes doen toch wat nare vermoedens opkomen ..
Lees het bericht nou even opnieuw. Je zal dan merken dat er niets aan de hand is en dat het slechts om een boze droom gaat. Hoop ik...
@ Librarian: dat dénk ik ook - maar zou het best graag zeker willen weten :)