Zij — goddelijk lichaam, ongemeen witty en toch blond — heeft je ooit toevertrouwd over Hem: “Da's een beer waar een slapende vulkaan in borrelt. En yes, reken maar dat je erbij wil zijn wanneer die nog 's uitbarst. Ik wil-ik wil-ik wil!” Zij had daar nog een kattig geluidje aan toegevoegd.
Hij — belichaming van de welgemeende fuck-you, all round computergenie en volmaakt ongevoelig voor uiterlijkheden — bekent je jaren later op de chat: “Dat is nu de enige vrouw waar ik ooit knikkende knieën bij gehad heb. Daarvoor dacht ik dat dat gewoon een stomme uitdrukking was.”
Zij had het over Hem en Hij had het over Haar. En jij vraagt je af: waarom-oh-waarom hebben die twee dat nooit tegen mekaar gezegd? En je denkt: sommige potjes hou je maar beter niet te lang toegedekt. Tenzij dan met het passende dekseltje, denk je nog. Tot je je herinnert dat je besloten had daar niet in te geloven. Waarop je jezelf onbevoegd verklaart in de materie, alle potten en deksels nog aan toe.
Slechte ervaringen maken je niet onbevoegd, ze leren je hoogstens hoe het niet moet.