‘Borstvoeding’ staat er rechtsboven op het menu; ik vraag mijn pa wat hij besteld heeft als middageten.
“Cholestorol-arm en dan leggen ze hier toch varkensvlees op mijn bord!”
“Had je maar het Moslim menu moeten kiezen,” zeg ik hem. Het staat net naast de borstvoeding. “Je staat ervan te kijken wat je dezer dagen allemaal kan eten in een katholiek ziekenhuis.”
Hij kan er mee lachen en ik wijs op het geëmailleerde kruis.
“En je bent nog behoed voor alle boze krachten ook.”
Spijtig dat het geen invloed heeft op snijgrage chirurgen.
In de cafetaria hangt een drankkaart. Bij ‘bier’ staat er: ‘enkel tijdens het eten.’ Bij wijn idem dito. Ik vraag de verpleegster/bardame of zij dat menen — ook bij 35° in de schaduw.
Of hij iets te lezen heeft? En muziek? wil ik van hem weten terwijl ik van mijn Ice-tea nip.
Dat hij een boek aan het lezen is, een reisverhaal dat zich afspeelt in de Peloponnesus. Terwijl hij erover vertelt, kijk ik vanachter de mijn zonnebril naar de benen van de blondine aan het tafeltje naast ons. Zij lijkt mij niet bevangen door een terminale ziekte, maar een toekomstige opname voor een derdegraads zonneslag sluit ik niet uit. Zij heeft oortjes in en de beat verraadt iets dance-achtig.
Dat het aan een zijden draadje hangt, het leven. En dat het precies een haartje gescheeld heeft of ik was vaderloos geweest. Een revisie-operatie — het staat zo op de ziekenhuispapieren — heeft het leed van de eerste ingreep net op tijd hersteld. Gek leven, denk ik.
De blondine kijkt even opzij, maar mijn ogen verbergen zich nog achter de donkere glazen. Zij sluit zich weer op in het geluid van haar oortjes.
Recente reacties