Mijn stad is sinds gisteren in vrouwenhanden en de zon schijnt. Ik heb een Messenger venstertje open. Een meisje zegt dat ze mannen gaat jagen. “Voor een vriendin.” En of ik geen goede chatboxen ken.
Ik ken er geen. Ik haat datingsites.
Het is de fout van ‘When Harry met Sally’. De film begint met verhalen van oude mensen die vertellen hoe ze mekaar hebben leren kennen, toen zij nog jong waren. Het zijn kleine prachtverhalen, en ik kan me niet van de indruk ontdoen dat het geen acteurs zijn, die oudjes: ze hebben soms pretlichtjes in de ogen. Af en toe biggelt er een traan, ook.
Wanneer er in 2037 een remake van ‘When Harry met Sally’ uitkomt, begint de helft van die verhalen met: “ik was net ingelogd op die dating site toen...”
Ik haat datingsites.
Dat zeg ik ongeveer tegen het meisje, al hou ik Harry en Sally erbuiten.
Het meisje vraagt of ik romantisch ben.
Dat ik hardcore-romantisch ben. Verslaafd aan het onversneden spul. Niet de kaarsverlichte dinneetjes onder wuivende palmen romantiek. Dat zeg ik zo'n beetje.
Zij vraagt wat ik bedoel.
Ik denk aan het telefoonummer van een gelukkige moeder van twee dat ik wiste omdat ik het anders zou misbruiken. Ik denk aan de nacht in Parijs nadat ik met een vriendin terugkwam van een avondje cinéma en domweg de bordjes ‘Parijs’ begon te volgen vanop de ring rond Brussel. Ik denk aan de puber die een zilveren hart weggaf om er een vertrapt hart voor terug te krijgen.
Ik zeg niks en antwoord met een vraag.
Of ze ‘100 jaar eenzaamheid’ heeft gelezen — dat heeft ze niet. Of ze ‘Casablanca’ heeft gezien — no sir.
Ik zie het meisje graag wanneer ik haar een “Happy hunting” toewens op de datingsites.
Wanneer ik offline ga, besef ik dat ik ‘Liefde in tijden van Cholera’ had bedoeld.
Als is ‘100 jaar eenzaamheid’ dan een romantischer titel.
Recente reacties