september 2005 Archieven

Goodbye sir

| 5 reacties | 0 TrackBacks

...
Ensanguining the skies
How heavily it dies
Into the west away;
Past touch and sight and sound
Not further to be found,
How hopeless under ground
Falls the remorseful day.

A. E. Housman

Of: Chief Inspector Morse is nog maar 's gestorven, zonet. Maandagen worden weer een stuk minder aantrekkelijk dan ze dat van nature al zijn.

De Ridder en de Depressie

| 5 reacties | 0 TrackBacks

Het was de schuld van die vermalijde struikrovers! De Ridder zag het met lede ogen toen hij het hoofd van de Hoofdman in de bevroren vijver had geslagen. (Hoewel ongeletterd, was de Ridder niet ongevoelig voor dit soort nuances in de Dietsche taal; het ware in de schermutseling eenvoudiger geweest om het hart van de Hoofdman te doorboren, maar een Hoofdman diende onthoofd, vond de Ridder. Etiquette en respect voor Rang en Stand geven immers altijd pas! Volgens diezelfde gedachtengang had hij eens een knaap als levend — nuja, toch in het begin — schild gebruikt toen een pijlenregen zijn edele verschijning belaagde.)

Het zwaard van de Ridder was evenwel zo scherp en zijn houw was zo precies geweest dat het hoofd, hoewel nu ontegensprekelijk van de romp gescheiden, op het lijf van de Hoofdman was blijven staan. Dit had de Ridder even verbouwereerd, doch hij herpakte zich rap en grinnikte even alvorens hij het ongeschoren hoofd van dat gespuis met een eenvoudige vuistslag in de vijver mikte.
Het hoofd was na een paar stuiteringen op het ijs naast een mannetjeseend terecht gekomen. Het verbaasde de Ridder dat de eend hierop niet wegvloog. Sterker nog: het beest had geen veer veroerd!
Hierdoor verwonderd, waagde de Ridder zich op het krakende ijs teneinde het mysterie te ontrafelen. Eenmaal terplaatse diende de verklaring zich duidelijk aan.

De eend was doodgevroren.

De Ridder zag de gele pootjes vastgebeiteld in het ijs en haalde zich de doodsstrijd van het arme dier voor de ogen. Hij zag de vogel voor zich dapper met die pootjes trappelen, vechtend tegen kou en ontbering, verstoken van voedsel en warmte. Tranen biggelden in dikke druppels van de Ridders wangen.
Existentiële vragen drongen zich op.

Brussels Bloggers Dinner

| 6 reacties | 0 TrackBacks

Ubergeek Peter Forret en Bart VH organiseren een Bloggers Dinner in Brussel op 7 oktober. Plaats van het gebeuren: het Internationaal Perscentrum aka Résidence Palace.

Noblesse oblige, dus al zeker aanwezig op het appèl: Maarten Schenk, Clo Willaerts, Luc Van Braeckel en Cindy De Smet. Dat de gespreksonderwerpen niet van enig gewicht gespeend zullen zijn, valt af te leiden uit de locatie. Ik citeer even vanop de website zelf: “[...] sedertdien heeft Residence Palace internationaal perscentrum zich ontwikkeld als dé ontmoetingsruimte bij uitstek voor journalisten, beleidsmakers, woordvoerders en communicatiedeskundigen uit binnen- en buitenland.”

Wij hebben de Bolognese al besteld. U toch ook?

Meer info:
Brussels Bloggers Meeting
Will attend Wiki page

It's the romance you stupid

| 6 reacties | 0 TrackBacks

Mijn stad is sinds gisteren in vrouwenhanden en de zon schijnt. Ik heb een Messenger venstertje open. Een meisje zegt dat ze mannen gaat jagen. “Voor een vriendin.” En of ik geen goede chatboxen ken.

Ik ken er geen. Ik haat datingsites.

Het is de fout van ‘When Harry met Sally’. De film begint met verhalen van oude mensen die vertellen hoe ze mekaar hebben leren kennen, toen zij nog jong waren. Het zijn kleine prachtverhalen, en ik kan me niet van de indruk ontdoen dat het geen acteurs zijn, die oudjes: ze hebben soms pretlichtjes in de ogen. Af en toe biggelt er een traan, ook.
Wanneer er in 2037 een remake van ‘When Harry met Sally’ uitkomt, begint de helft van die verhalen met: “ik was net ingelogd op die dating site toen...”
Ik haat datingsites.

Dat zeg ik ongeveer tegen het meisje, al hou ik Harry en Sally erbuiten.

Het meisje vraagt of ik romantisch ben.

Dat ik hardcore-romantisch ben. Verslaafd aan het onversneden spul. Niet de kaarsverlichte dinneetjes onder wuivende palmen romantiek. Dat zeg ik zo'n beetje.

Zij vraagt wat ik bedoel.

Ik denk aan het telefoonummer van een gelukkige moeder van twee dat ik wiste omdat ik het anders zou misbruiken. Ik denk aan de nacht in Parijs nadat ik met een vriendin terugkwam van een avondje cinéma en domweg de bordjes ‘Parijs’ begon te volgen vanop de ring rond Brussel. Ik denk aan de puber die een zilveren hart weggaf om er een vertrapt hart voor terug te krijgen.

Ik zeg niks en antwoord met een vraag.

Of ze ‘100 jaar eenzaamheid’ heeft gelezen — dat heeft ze niet. Of ze ‘Casablanca’ heeft gezien — no sir.
Ik zie het meisje graag wanneer ik haar een “Happy hunting” toewens op de datingsites.
Wanneer ik offline ga, besef ik dat ik ‘Liefde in tijden van Cholera’ had bedoeld.

Als is ‘100 jaar eenzaamheid’ dan een romantischer titel.

A la guerre comme Daguerre

| 2 reacties | 0 TrackBacks

“U bent lui geworden, De Vries.”
“Hoezo geworden?”
“U post nog à ratio van een stukje per week. U is het schrijven verleerd? U lijdt aan writers block?”
“Ik schrijf nog dagelijks. Ik durf zelfs te stellen: vaker en meer dan voordien.”
“U meent het. En waarom zien wij daar dan niets van alhier?”
“Omdat het medium zich daartoe niet leent; heden ten dage schrijf ik voornalijk met licht.”
“Licht? Een welkome afwisseling ten opzichte van de gebakken lucht die u ons al wel 's door de maag wilde splitsen. Maar schrijven met licht? U doelt op een laserpen? U scant uw stukjes?”
“Ik bedoel: manière Daguerre so to speak.”
“Ach, u bezondigt zich heden ten dage aan de zevende kunst?”
“Ik maak foto's, inderdaad. Kunst zou ik 't niet meteen noemen.”
“Ach, en waarom maakt u ons geen deelgenoot van uw creaties? Er is vast wel een hond in geïnteresseerd.”
“Een pertinente vraag, mijn beste. Waarom ook niet? Per slot van rekening heb ik een zwak voor honden.”

U bekijkt het maar.
(Voor de hi-res beelden maakt u eerst een accountje aan op Flickr.)

The male code (*)

| 2 reacties | 0 TrackBacks

If

If you can keep your head when all about you
Are losing theirs and blaming it on you;
If you can trust yourself when all men doubt you,
But make allowance for their doubting too;
If you can wait and not be tired by waiting,
Or, being lied about, don't deal in lies,
Or, being hated, don't give way to hating,
And yet don't look too good, nor talk too wise;

If you can dream — and not make dreams your master;
If you can think — and not make thoughts your aim;
If you can meet with triumph and disaster
And treat those two imposters just the same;
If you can bear to hear the truth you've spoken
Twisted by knaves to make a trap for fools,
Or watch the things you gave your life to broken,
And stoop and build 'em up with wornout tools;

If you can make one heap of all your winnings
And risk it on one turn of pitch-and-toss,
And lose, and start again at your beginnings
And never breath a word about your loss;
If you can force your heart and nerve and sinew
To serve your turn long after they are gone,
And so hold on when there is nothing in you
Except the Will which says to them: “Hold on”;

If you can talk with crowds and keep your virtue,
Or walk with kings — nor lose the common touch;
If neither foes nor loving friends can hurt you;
If all men count with you, but none too much;
If you can fill the unforgiving minute
With sixty seconds' worth of distance run —
Yours is the Earth and everything that's in it,
And — which is more — you'll be a Man my son!

Rudyard Kipling

* In tegenstelling tot eerdere berichtgeving, kan ik de male code alhier wél vrijgeven, vermits ene Rudyard Kipling ze ooit al 's in dichtvorm had gepubliceerd. Het hoeft niet gezegd dat de Commissie ter Bewaking van de Male Code er een strijdpunt van maakt om 's mans Nobelprijs postuum af te nemen.

Recente reacties

OpenID accepted here Learn more about OpenID

per maand Archieven