Het was de schuld van die vermalijde struikrovers! De Ridder zag het met lede ogen toen hij het hoofd van de Hoofdman in de bevroren vijver had geslagen. (Hoewel ongeletterd, was de Ridder niet ongevoelig voor dit soort nuances in de Dietsche taal; het ware in de schermutseling eenvoudiger geweest om het hart van de Hoofdman te doorboren, maar een Hoofdman diende onthoofd, vond de Ridder. Etiquette en respect voor Rang en Stand geven immers altijd pas! Volgens diezelfde gedachtengang had hij eens een knaap als levend — nuja, toch in het begin — schild gebruikt toen een pijlenregen zijn edele verschijning belaagde.)
Het zwaard van de Ridder was evenwel zo scherp en zijn houw was zo precies geweest dat het hoofd, hoewel nu ontegensprekelijk van de romp gescheiden, op het lijf van de Hoofdman was blijven staan. Dit had de Ridder even verbouwereerd, doch hij herpakte zich rap en grinnikte even alvorens hij het ongeschoren hoofd van dat gespuis met een eenvoudige vuistslag in de vijver mikte.
Het hoofd was na een paar stuiteringen op het ijs naast een mannetjeseend terecht gekomen. Het verbaasde de Ridder dat de eend hierop niet wegvloog. Sterker nog: het beest had geen veer veroerd!
Hierdoor verwonderd, waagde de Ridder zich op het krakende ijs teneinde het mysterie te ontrafelen. Eenmaal terplaatse diende de verklaring zich duidelijk aan.
De eend was doodgevroren.
De Ridder zag de gele pootjes vastgebeiteld in het ijs en haalde zich de doodsstrijd van het arme dier voor de ogen. Hij zag de vogel voor zich dapper met die pootjes trappelen, vechtend tegen kou en ontbering, verstoken van voedsel en warmte. Tranen biggelden in dikke druppels van de Ridders wangen.
Existentiële vragen drongen zich op.
“Waar was uw teef, och arme eend?!” (Zoals gezegd: de Ridder was ongeletterd en hij wist niet dat een vrouwtjeseend ‘wijfje’ werd genoemd. De Ridder noemde alle leden van de vrouwelijke kunne ‘teven’, waardoor men hem in latere geschriften enigszins kort door de bocht het etiket van sexist is gaan opkleven.) Maar de Ridder raasde driest door.
“Wat is de gerechtigheid in dit leven, wanneer een dappere eend op een gruwelijke wijze de dood moet vinden in een godvergeten bos, wijl Struikrovers en Stropers hoogdagen beleven? Waarom jaag ik het gespuis over de kling terwijl de Koning zelve niet bij machte is om de edelste zijner onderdanen te behoeden voor een onwaardig einde?”
En de Ridder boog het hoofd, machteloos tegenover zulk een onrechtvaardigheid, wijl zijn gehandschoende hand het hoofdje van de eend teder streelde.
Zo zat de Ridder daar in een allesverterende depressie. Die duurde naar zijn aanvoelen een eeuwigheid, terwijl er in werkelijkheid twee minuten en drieënveertig seconden verstreken. En voorwaar: hij had daar nog veel langer gezeten, ware het niet dat een plotse zonnestraal zijn knappe gelaatstrekken weerspiegelde op het gladde ijs en hij een spatje bloed gewaar werd op zijn linkerslaap.
Hij pakte een zijden zakdoek vanonder zijn maliënkolder teneinde het vlekje te verwijderen en modeleerde zijn haar, dat in de hitte van de strijd uit model was geraakt. Hij scheurde het besmeurde hoekje van zijn zakdoek af en drapeerde de rest van het doekje als een deken over de eend.
Wijl hij zijn vurig strijdros besteeg, hoorde de Ridder eensklaps de regelmatige hoefslag van twee paarden en het geratel van een koets. Enkele ogenblikken later leerde hij dat de koets een eenzame edeldame vervoerde die de diensten van een koene lijfwacht beslist kon gebruiken. Veel wachten op haar lijf was er evenwel niet bij, en nog voor zij de rand van het bos hadden bereikt, had de ridder zich een eind aan zijn depressie en haar eenzaamheid gereden.
Hij nam de teef niets meer kwalijk toen hij zijn paard de sporen gaf.
Schitterend!
Zaten we al lang op te wachten!
Ik ben de eerste die ze koopt, moest je de ganse verzameling ooit 'ns bundelen!
;-)
De Ridder zag de gele pootjes vastgebijteld in het ijs...
vastgebeiteld in het ijs...
Of was het een bijt in het ijs?
B.
@B: oops... gecorrigeerd
Prachtig. En uit het leven gegrepen...
Wat heerlijk om je gewoon over te kunnen geven aan je meest basale emoties en lusten, dat waren nog eens tijden...