K stopt ermee. K had tijdens mijn studentenjaren een trendy café in Mechelen met een fuifzaal waar een vriend deejayde. Ik was toen op zoek naar geld en K naar een barman.
Zo werd ik barman voor een jaar.
Barman betekende daar niet: jongleren met flessen en cocktailbekers terwijl hitsige dames je 't hemd van je lijf scheurden. Het hield voornamelijk in dat je voor elk bekertje bier dat je tapte een bonnetje moest hebben. Bij privéfuiven moest je de niet-genodigden buiten houden. En je mocht pas sluiten wanneer de fuif dood was.
Je mocht niet sluiten wanneer de toog nog uitsluitend bevolkt werd met mannen die een verhaal wilden vertellen, want die mannen hadden veel dorst.
“Ge gaat het allemaal nog leren,” declameerden die mannen met veel dorst.
Van K had ik geleerd dat je eigenlijk kon antwoorden wat je wilde.
“Ja, bij die nieuwe vent is ze gelukkig. Want hij, hij kan haar wél geven wat zij nodig heeft he!” sprak dan zo'n man. “Nieuw schoenen?” vroeg K dan bijvoorbeeld.
Eerst had je dan medelijden. Tot zo'n vent met zijn vuist op de toog sloeg: “Wat voor een kermispint is dat hier!” Dan tapte je een centimeter bier bij, en alle leed was geleden.
Een barman moest ook nieuwe vaten steken. Bij de Hoegaarden en de Palm had je moderne sluitingen; die vormden geen probleem. Voor de pils miste ik de handigheid. K had het een keer of tien voorgedaan toen hij zei: “Nu zou je dat toch zélf moeten kunnen.”
Dat had ik ook gevonden. Toen mijn eerstvolgende vat ‘af’ was, had ik mij dan ook voorgenomen dat ik niet naar boven zou snellen om hulp. Elke vezel van mijn lijf had zich gespannen om die kraan op dat vat aan te sluiten.
“Hoe heb je dàt nu in godsnaam geflikt?” vroeg K dan, toen ik boven stond met een schaapachtige uitdrukking op mijn gezicht en een gebroken koperen kraan in mijn hand.
Wat later studeerde ik af en werd ik betaald om iets met het Internet te doen. Na een paar maanden had ik de bar niet meer nodig en het moet gezegd: de bar kon ook wel zonder mij.
K nam wat later een ander café over. De vriend die vroeger deejayde en ik aten elke woensdag een spaghetti bij K. De spaghetti was net zo'n deel geworden van de woensdagavonden als de training ervoor.
Tot en met vanavond.
Dit weekend stopt K ermee.
Geen zin meer.
Iets teveel mannen met dorst gehoord.
Ook ooit ( way back in the old days) nog gedaan,gedurende een jaar of drie / vier.
Het was : achter de toog van de jongerenclub tot +/- 3 uur 's nachts. Soms gooide ik - letterlijk ( écht ) drugsverkopers op straat ( in 1977/8/9). Vervolgens ...om 9 uur 's morgens gaan dwijlen / poetsen. Wat je zo allemaal aantrof in en rond de autozetels, die we daar als " salon" , vanachter geplaatst hadden.
Tijdig mee gestopt.