[wat voorafging]
Ik zou mij die nacht toeleggen op een doel: hem overleven.
Het had mij een Herculeswerk toegeschenen.
Hij werd erger dan ik had verwacht.
Mijn eerste tand was getrokken zonder verdoving. Als kind had ik last gehad van allesverterende oorontstekingen. Na een kopstoot was mijn oog al 's wekenlang zo dik als een tennisbal geweest.
Die nacht leerde ik pas wat echte pijn is.
Zij had achterstevoren op het zadel gezeten.
Zij had mij gevraagd bij haar te komen.
Zij had mij gevraagd mijn ogen te sluiten.
Zij had mij willen kussen.
Daarom had zij neen gezegd. Zij wilde niet binnenkomen. Zij had willen kussen, daar en dan. Op de witte fiets.
Zij had mij willen kussen en ik was gevlucht.
Drie nachten zou ik niet slapen. Zelfverwijt vocht om de bovenhand met spijt. Spijt met schaamte. Echte winnaar was steevast het ogenblik waarop ik mij probeerde voor te stellen wat zij gedacht had, daar toen achterstevoren op dat fietszadel.
De vierde dag ging ik naar buiten.
Op zoek naar haar.
Als ik ooit al iemand heb willen vermoorden, was het die jongen uit haar buurt, toen. Hij had gevraagd waar ik gezeten had, de laatste dagen. Na een vaag antwoord had hij mij geupdate over de buurt. B was op de vuist gegaan met H. F was op de rollekes gemoeten met zijn ER: 90 alstublieft, ahja, hij had juist een nieuw kit gestoken.
En J had Haar Binnengedaan, twee dagen geleden. “Nen echte Moulinex!” had J achteraf getuigd. “Lachen jong!”
J was mijn overbuur en oudste vriend in de buurt geweest.
Ik zou er mij jaren niet meer laten zien, in de buurt.
[Wordt vervolgd]
Recente reacties