De kus van twintig jaar (I)
“Hoe lang kennen wij mekaar?” vraagt zij.
“Twintig jaar,” zeg ik.
Het was de schuld van mijn hond geweest.
De zomer hing in de lucht en het teefje was haar neus achterna gelopen. Ik slenterde er wat achteraan en riep haar af en toe, tegen beter weten in. Zij draaide dan een oor in mijn richting en liep dartel verder.
Een meisje was beginnen lachen.
“Grappig beestje,” had ze gezegd. Dan had ze de naam van de hond gevraagd. Dan die van mij.
Het bloed was naar mijn hoofd gestegen, mijn longen kregen geen lucht meer en een dozijn roestige messen had zich in mijn maag geboord.
“Frdrcie,” had ik gestameld.
“Mooie naam,” had zij gezegd. Zij lachte nog wanneer zij wegreed op haar witte meisjesfiets.
De volgende woensdagnamiddag schreef ik op de strafstudie naast mijn acht bladzijden franse woordenschat een vel of tien met haar naam. Ik liet de hond drie keer per dag uit en stond een half uur met gel en mijn haar in de weer in de badkamer voor elke wandeling.
Na een week of drie kon ik hele volzinnen tegen haar zeggen zonder een keer te stotteren en kon ik spontaan blijven ademen.
De messen waren blijven steken.
“Jij bent gek,” zei ik mijn zus toen ze vroeg of ik vlinders in de buik had.
Ik was veertien en verliefd.
http://druppels.be/movableType/mt-tb.cgi/937
Reacties (2)
Ik probeer me u voor te stellen met gel in uw haar, maar 't lukt niet echt. :D
Ze heeft gelijk, een prachtnaam: Frdrcie :-)
Plaats zelf een reactie
