Dat hij in de patatten zat, zei een vriend aan de telefoon. Dat dat wel meeviel, vond ik. Dat die uitdrukking gereserveerd was voor neteliger situaties dan de zijne, legde ik uit.
En ik vertelde over het briefje dat R mij ooit had laten lezen.
Dat was begonnen met:
“Beste R,
ik zit weeral in de patatten.”
Het eindigde met:
“... maar dat is allemaal niet waar.”
En een groet.
En zijn naam. (Die ik ondertussen vergeten ben maar voor het gemak even D zal noemen.)
D was een vriend van R geweest. Hij was ons een paar dagen daarvoor komen ophalen, in legeruniform en in een glimmende zwarte BMW 323i. Wij hadden dat een beetje vreemd gevonden: hij was van een jeugdinstelling en de beroepsschool naar het leger gegaan. En het leger was toen niet zo'n genereuze werkgever, en al helemaal niet voor moeilijke jongens met niet meer dan een diploma van houtbewerking op zak. Voor een belachelijke prijs gekocht, had D ons verzekerd. En dat hij er nog wel een paar wist staan, mochten we geïnteresseerd zijn. Dat ik nog geen achttien was en R nog naar school ging, scheen hem niet relevant.
Wij reden korte spectaculaire ritjes. Kort omdat wij regelmatig moesten stoppen om hem nog 's een paar honderd frank te lenen om te tanken. Spectaculair omdat we boven de tweehonderd gingen op de pas aangelegde ringweg van sint-Katelijne Waver. En omdat D bij het vertrekken steeds stilviel óf een rubberspoor op het asfalt trok. R verzekerde mij dat D zijn rijbewijs had getoond. Dat we die dag zonder ongelukken zijn doorgekomen, is tot op de dag van vandaag een van de meest onwaarschijnlijke opeenstapelingen van geluk die ik op een dag mocht krijgen.
De dag erop zouden we naar zee rijden. Het was al laat in de namiddag toen we besloten dat D niet meer zou komen opdagen.
Een paar dagen later had R het briefje gekregen.
Nog een paar dagen later werden wij door de Rijkswacht verhoord. Maanden nadien kregen wij een uitnodiging om de zitting van de Krijgsraad bij te wonen. De aanklachten stonden opgesomd in puntjes. Puntjes waren onder andere: ‘Insubordinatie,’ ‘Geweldpleging,’ ‘Desertie’... de lijst besloeg twee bladzijden. D had een officier neergeslagen en die onder bedreiging van een dienstwapen sleutels en portefeuille afhandig gemaakt. Zonder rijbewijs had hij een fietser aangereden en vluchtmisdrijf gepleegd.
Dat D wel degelijk in de patatten zat, hadden R en ik besloten.
Dat het met hemzelf inderdaad wel meeviel, besloot de vriend aan de telefoon.
Recente reacties