Hij dacht altijd aan de zee als la mar, zoals de mensen haar in het Spaans noemen, als zij haar liefhebben. Soms zeggen zij die haar minnaars zijn, kwade dingen over haar, maar die worden altijd gezegd alsof zij een vrouw was. Sommige van de jongere vissers, zij die boeien gebruikten als dobbers voor hun lijnen en die motorboten hadden gekocht van de opbrengst van de haaienlevers, spraken over haar als el mar, wat mannelijk is. Zij spraken over haar als een tegenstander, of als een stad, of zelfs als een vijand. Maar de oude man dacht altijd aan haar als vrouwelijk, iets dat genadige gunsten verleende of weigerde, en als zij wilde of woeste dingen deed, was het omdat zij het niet helpen kon. De maan beheerste haar even goed als zij het vrouwen doet, dacht hij.
De Oude Man en de Zee, Ernest Hemingway

Recente reacties