Van de Seine en de dingen
Met een roestig corsaatje, een wegenkaart en het adres van een hotel op zak Parijs tegemoet rijden. Een Nikkormat mee om wat gebouwen te trekken. Afspraak met J ergens in de namiddag. Langs landweggetjes om de péage te ontwijken. Op de hellingen voorbijgestoken worden door vrachtwagens omdat het Corsaatje niet sneller kan. Revanche nemen wanneer het bergaf gaat. Een keer of zes-zeven de weg vragen omdat je je na Charles de Gaule al op de Périphérique waant.
Geïntimideerd worden door agressieve claxons terwijl je straatnamen van de bordjes probeert af te lezen. Een ruit die opengaat. “Casse-toi, pauv' Belge! Merde alors!” Opgefokt worden omdat je geen rijvakken ziet in 10 rijen kriskrassende auto's aan het rond punt van place Charles De Gaule.
Twee uur te laat aankomen in het hotelletje. Chips en cola op het bed. Bougiekabel op de grond — de Corsa is je ticket terug. Een dronken vrouw zich zien uitkleden op het midden van de straat. Haar zien omvallen. Zien dat niemand ervan opkijkt.
's Avonds gaan wandelen met de Nikkormat op je zij. Het toestel bijna kwijtraken aan een Arabier. Getuige zijn van een Parijzenaar die de klappen incasseert die voor jou waren. Er niks aan kunnen doen omdat er honderd man bij staat te supporteren. Bij thuiskomst merken dat je de film niet goed had opgelegd en je geen enkele foto hebt.
Meer dan een decennium later vanuit je hotelkamer uitkijken op de Seine terwijl je een stukje typt op een weblog. Digitale foto's van het etentje en het stukje jazzconcert op de laptop gooien. Even lachen bij de foto van J, in hetzelfde hotel voor hetzelfde seminarie.
Tevreden zijn met de loop van de Seine en de dingen.
http://druppels.be/movableType/mt-tb.cgi/982
Reacties (2)
Mais oui, je suis une girafe,
M'a raconté la tour Eiffel.
Et si ma tête est dans le ciel,
C'est pour mieux brouter les nuages,
Car ils me rendent éternelle.
Mais j'ai quatre pieds bien assis
Dans une courbe de la Seine.
On ne s'ennuie pas à Paris :
Les femmes, comme des phalènes,
Les hommes, comme des fourmis,
Glissent sans fin entre mes jambes
Et les plus fous, les plus ingambes
Montent et descendent le long
De mon cou comme des frelons
La nuit, je lèche les étoiles.
Et si l'on m'aperçoit de loin,
C'est que très souvent, j'en avale
Une sans avoir l'air de rien.
Dit soort stukjes zijn de reden waarom ik hier regelmatig passeer en dat ook zal blijven doen. Sterk.
Plaats zelf een reactie
