mei 2007 Archieven

Wijn op het gras

| 9 reacties | 0 TrackBacks

Met een stralende grootmoeder drink ik wijn voor haar tuin onder een dovende zon. Rond ons spelen kinderen uit de buurt. Wij kijken over het grasplein uit.

Of ik mijn nichtje al gezien heb?

Dat ik haar zelfs vastgehouden heb, dat ze geslapen heeft in mijn armen.
(Haar vuist had zich rond een kootje van mijn pink gebald. Met een een ernstige frons op het voorhoofd had zij belletjes speeksel tussen haar lippen geblazen. Het mirakeltje was nog geen twaalf uur oud geweest. Nog geen dag op deze wereld, maar al vol vertrouwen slapend in de armen van een vreemde reus.)

Ik voel de bevreemde blik van de grootmoeder; uit mijn ooghoeken zie ik haar mondhoeken krullen. Wij zwijgen ogenblikken lang.
Dan vertelt ze over de junk die op het gras had gezeten, gisteren. Hoe ze ermee gaan praten was, dat hij hulp had gevraagd. Dat ze een noodnummer voor verslaafden had gebeld en dat de politie was komen opdagen.
“Ik haat.” had hij gezegd.

De kinderen rondom ons worden door hun moeder naar binnen geroepen. Zij stapelen de stoeltjes die ze geleend hebben netjes op mekaar.
Wij drinken nog wijn tot het koud wordt.

Troost op het strand

| 8 reacties | 0 TrackBacks

“Ik heb een gedicht gelezen,” zegt J. “Het gaat over jou.”
“Mail maar door,” zeg ik.
En dat deed hij dan.

Troost op het strand

Vooruit, wees flink.
De kindertijd is verloren
De puberteit is verloren.
Maar het leven is nog niet verloren.

De eerste liefde ging voorbij.
De tweede liefde ging voorbij.
De derde liefde ging voorbij.
Maar het hart klopt verder.

Je verloor je beste vriend.
Je ondernam geen enkele reis.
Je bezit geen huis, schip, grond.
Maar je hebt een hond.

Enkele harde woorden,
op zachte toon, kwetsten je.
Nooit, nooit genezen ze.
Maar, en de humor?

Voor onrecht is geen oplossing.
In het schemer van de foute wereld
prevelde je een bescheiden protest.
Maar er zullen andere komen.

Alles bij elkaar, moest je
je, in een keer, in het water storten.
Je bent naakt in het zand, in de wind…
Slaap, mijn zoon.

Carlos Drummond de Andrade

Highlander

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Blootsvoets was de Hihglander over de Noordelijke klippen van Mount Lochnagar tot op de top geklommen; het bloed aan zijn zolen was al gestold. De zon brak door de zilveren wolken en brandde op het litteken op zijn linkerwang. Zo aanschouwde hij de wereld aan zijn voeten vanop Cac Carn Beag.

In de vallei zag hij de gazons van Balmoral Castle diepgroen. Hij wist het gras woest en ongemaaid omdat de koningin dit had verordend: zij was naar hier gekomen om het verlies van haar schoondochter te bewenen. De natie was woedend om het verlies van hun prinses, de koningin werd hardvochtigheid verweten om haar stilzwijgen.
(De Highlander had een hint van sympathie gevoeld voor de oude monarch: alleen stilte was gepast. Stilte die niet verstoord mocht worden door grasmaaiers. En al zeker niet door woorden, woorden, woorden.)
Hij wist zeker dat hij het gras van de vallei kon ruiken en zou gezworen hebben dat hij River Dee kon horen klateren. Hij kon de eiken vaten van de Royal Lochnagar Single Malt smaken van aan zijn gehemelte tot diep in zijn keel wanneer hij de distillerij ontwaarde.

De Highlander herinnerde zich de fles die zijn vrienden hem hadden gegeven voor zijn achttiende verjaardag. Uit de Selected Reserve, leeftijd onbekend. Heather was zestien geweest, toen. Zij waren groter dan de wereld geweest.

De wolken schoven voor de zon.

Net na zijn opleiding in de legerdienst was de brief gekomen. Geschreven met de kalligrafiepen die hij haar had gegeven (met een opdracht erbij: “omdat je mooier schrijft dan ik.” — hij had zijn gedachten altijd in hanenpoten aan het papier toevertrouwd.)
Hij had de brief verscheurd. De stukjes terug bij mekaar gepuzzeld. Herlezen. Gehuild als een kind. Had de wacht met een enkele slag geveld en was zonder verlof de kazerne uitgegaan.
Krijgsraad.
Drie maand cachot, zes maand verzwaarde dienst.
Daarna getekend bij de Franse Légionnairs. Gedeserteerd na de raid op een dorpje in Marokko. Hij kon het meisje nog horen roepen. Hij kon de grimas op de gezichten van de soldaten nog zien. Een klasgenoot van in de lagere school had hem herkend in een park bij Edinburgh Castle. Hij had de klasgenoot ooit beschermd tegen Ian Mc Allister, de twaalfjarig bullebak van dienst in het zesde. De klasgenoot was advokaat geworden. De klasgenoot had hem voor alle klachten vrijgepleit.

De man keek op bij het krijsen van een gouden arend. De wind verdreef de wolken, de zon verwarmde zijn gelaat. De Highlander daalde af naar de diepgroene vallei.

Recente reacties

OpenID accepted here Learn more about OpenID

per maand Archieven