Blootsvoets was de Hihglander over de Noordelijke klippen van Mount Lochnagar tot op de top geklommen; het bloed aan zijn zolen was al gestold. De zon brak door de zilveren wolken en brandde op het litteken op zijn linkerwang. Zo aanschouwde hij de wereld aan zijn voeten vanop Cac Carn Beag.
In de vallei zag hij de gazons van Balmoral Castle diepgroen. Hij wist het gras woest en ongemaaid omdat de koningin dit had verordend: zij was naar hier gekomen om het verlies van haar schoondochter te bewenen. De natie was woedend om het verlies van hun prinses, de koningin werd hardvochtigheid verweten om haar stilzwijgen.
(De Highlander had een hint van sympathie gevoeld voor de oude monarch: alleen stilte was gepast. Stilte die niet verstoord mocht worden door grasmaaiers. En al zeker niet door woorden, woorden, woorden.)
Hij wist zeker dat hij het gras van de vallei kon ruiken en zou gezworen hebben dat hij River Dee kon horen klateren. Hij kon de eiken vaten van de Royal Lochnagar Single Malt smaken van aan zijn gehemelte tot diep in zijn keel wanneer hij de distillerij ontwaarde.
De Highlander herinnerde zich de fles die zijn vrienden hem hadden gegeven voor zijn achttiende verjaardag. Uit de Selected Reserve, leeftijd onbekend. Heather was zestien geweest, toen. Zij waren groter dan de wereld geweest.
De wolken schoven voor de zon.
Net na zijn opleiding in de legerdienst was de brief gekomen. Geschreven met de kalligrafiepen die hij haar had gegeven (met een opdracht erbij: “omdat je mooier schrijft dan ik.” — hij had zijn gedachten altijd in hanenpoten aan het papier toevertrouwd.)
Hij had de brief verscheurd. De stukjes terug bij mekaar gepuzzeld. Herlezen. Gehuild als een kind. Had de wacht met een enkele slag geveld en was zonder verlof de kazerne uitgegaan.
Krijgsraad.
Drie maand cachot, zes maand verzwaarde dienst.
Daarna getekend bij de Franse Légionnairs. Gedeserteerd na de raid op een dorpje in Marokko. Hij kon het meisje nog horen roepen. Hij kon de grimas op de gezichten van de soldaten nog zien. Een klasgenoot van in de lagere school had hem herkend in een park bij Edinburgh Castle. Hij had de klasgenoot ooit beschermd tegen Ian Mc Allister, de twaalfjarig bullebak van dienst in het zesde. De klasgenoot was advokaat geworden. De klasgenoot had hem voor alle klachten vrijgepleit.
De man keek op bij het krijsen van een gouden arend. De wind verdreef de wolken, de zon verwarmde zijn gelaat. De Highlander daalde af naar de diepgroene vallei.
Recente reacties