De bariton leidt beheerst het geweld van de koperblazers in van de Libera Me. Buiten schuiven heldere zilveren wolken voor het donker gelig grijs. Er hangt electriciteit in de lucht, zegt zij.
Dan breekt de hemel. Dan blazen de kopers.
Water klettert op de straat voor mijn deur. Bliksems krassen littekens in de lucht. Het koor zingt nu uit volle borst en ik verlang naar de bergen. Doorweekt van de regen die door waterdichte kledij dringt. Speelbal van de elementen terwijl ik de ene voet voor de andere plaats. Overgegeven aan de almachtige willekeur terwijl ik neerkijk op de wolken in het dal naast mij.
Op het dak van de wereld geraken en tranen voelen opwellen wanneer de wolken plaats maken voor de zon om mij, stipje, even dit wonderschoon te laten overschouwen.
Op zee wil ik zijn. Het water diepgroen, de lucht loodzwaar. Schuimende toppen op verrimpelde golven, zover het oog reikt. De horizon kwijt, het kompas aangedampt en de wind sterk maar wispelturig. De hoge golf nemen om de volgende boven ons te zien uittorenen. Het zeil proberen lezen terwijl de regen zout in de ogen strooit. Het schip vertrouwen, het ritme vinden, de richting voelen.
Een streepje ontwaren aan stuurboord. Het streepje wordt streepjes wordt staketsel. Ongehavend de haven binnenlopen.
De stem van de bariton sterft zachtjes uit terwijl de strijkers hem naar het graf dragen. De regen is opgehouden, het water dampt op de straten. Het koor zingt In Paradisum.
Recente reacties