augustus 2007 Archieven

The very last Samurai (dag 4)

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Voormiddag
Sensei test de discipline: hij begint ’s morgens nog 10 minuten vroeger dan voorzien. De les gaat over de feedback in de ongewapende technieken, die hij als geen ander beheerst. Demonstraties hiervan geven aan buitenstaanders dikwijls het gevoel dat aikido fake is, precies omdat ze de indruk van bovenmenselijke krachten wekken. Saotome is een van de enigen die er niet geheimzinnig over doet, maar ons precies probeert aan te leren hoe je de magische worpen uit je mouw kan schudden.
Het principe erachter: elke aanval heeft een ogenblik van instabiliteit, zowel in de beweging als net voor het einde. Zelfs de meest geoefende karateka trekt zijn aanvallende vuist minstens een paar millimeter terug op het einde van de slag; die opening is genoeg voor sensei om alle energie van de slag terug te duwen in het centrum van zijn aanvaller. Stap op dat ogenblik correct in, gebruik je ademahlingskracht ten volle en partner vliegt meters achteruit. De feedback is het precies aanvoelen van dat moment en daar in de juiste richting op te reageren. Dit is waarom deze seminaries wel ’s als de universiteit van aikido worden beschouwd. De zeldzame keren dat mijn timing juist is, mis ik meestal het exacte richtingsgevoel. Ik troost me met het idee dat de meeste van mijn trainingspartners er even hard mee worstelen als ikzelf. Wanneer ik naar Peter kijk, zie ik dat Sensei hem vraagt om even zijn feedback gevoeligheid te oefenen. Met de handen tegen mekaar volgen ze mekaar sierlijk, tot Peter de beweging stopt en Sensei valt. “You mean!” zegt Sensei lachend wanneer hij rechtstaat.
Daarna ontaardt de training weer in karatelessen. We trappen mae geri’s (voorwaartse trappen) dat het een lieve lust is en werken af met ellebogen, knieën en vuistslagen. Ik probeer het als een oefening op plaatsing en timing te zien. Rondom mij zie ik mensen uit balans staan wanneer ze hoge trappen proberen. Ellebogen rammen hard op borstkassen en ik trap zelf twee keer in de ribben van mijn partner wanneer die niet snel genoeg weg is. “waar is hier de aikido?” vraag ik me af. Ik besluit niet meer af te werken met de vuist of de elleboog maar tik mijn partner gewoon aan op het voorhoofd en op de knie om te testen of mijn afstanden kloppen.

The very last Samurai (dag 3)

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Voormiddag
Een slag naar je hoofd ontwijken door naar je aanvaller toe te stappen en tegelijk rond je as te draaien in tegengestelde richting van de slag: het is een beproefde verplaatsing die mij altijd moeite kost. Het vraagt een zelfoverwinning: je stapt in tot voor de aanvaller en keert hem op het moment van de slag zelf je rug toe terwijl je wegkijkt van de aanval. Het lijkt allemaal onlogisch, maar wanneer de timing en afstand juist zitten, kom je op een erg interessante plaatsing ten opzichte van de partner.
De afwerking die erop volgt, is vaak een vuistslag, trap, elleboogstoot of een harde worp. Ook nu weer gaat een meisje wenend de mat af. Tijdens de pauze horen wij een leraar klagen dat hij wat oud wordt voor dit soort werk. Af en toe zie ik twee aanvallers hard op mekaar botsen, gelukkig zonder al te ernstige gevolgen.
Ik hoop dat de namiddagsessie anders wordt: mijn karate kid obsessie ligt al meer dan een decennium achter mij.
Op het einde van de training merk ik wel dat ik de instapbeweging ondertussen vlot en zonder aarzeling maak: misschien precies door dat snelle trappen en slaan?

The very last Samurai (dag 2)

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Voormiddag
Saotome Sensei is ook een gedegen karateka, en hij laat dat graag zien. Irimi, bezweert hij ons: in de aanval stappen, nooit vluchten. Daar moet jij staan, in het centrum van de beweging.
Be!” zegt hij, “Go there, and be!
Het is de Matrix-les van Morpheus aan Neo: “Don’t think you are. Know you are.
In dat centrum besluit sensei deze les steevast met een trap of een vuistslag. Al zijn op dat ogenblik alle opties eigenlijk open. Ik probeer nog ’s een paar hoge trappen en ben er even trots op dat ik ze nog uit mijn benen kan schudden, hoewel ik er al jaren niet meer op train.
Na een tijdje wil ik liever de zuivere aikidobewegingen terug doen, het lijkt teveel op een halfzachte karatedemonstratie. Ik zal mijn zin niet krijgen: de hele voormiddag zullen wij voornamelijk blijven slaan en trappen, en kopstoten geven.
Een Fransman zegt me dat zij een naam hebben voor die laatste beweging: “yokomen uchi Zidane.”

The very last Samurai (dag 1)

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Voor wie er wat aan heeft volgt hier de komende dagen het stageverslag over de Aikido stage van Saotome Shihan in Le Vigan in afleveringen. Verwacht geen hoogstaande schrijfsels: het nauwelijks bewerkte losse notities die ik maakte na de les. Na deze afleveringen gaan we over tot de orde van de dag.

Voormiddag
In seiza wachten wij met een paar honderd man op de komst van Mitsugi Saotome. De sensei is al 70, maar dat is een weinigzeggend cijfer voor een meester. Veelzeggender is misschien de 10 van het aantal dans dat hij heeft verzameld: de allerhoogste graad. Of de vijftig: het aantal jaar dat hij al full-time Aikido beoefent, waarvan twintig jaar als rechtstreekse leerling bij de stichter van aikido, O Sensei. De 3 boeken die hij geschreven heeft. De schatten die hij heeft bijgedragen aan het wapenwerk.

Ik hoor de Mistral buiten blazen wanneer hij binnenkomt. En dan: het schuiven van zijn voeten over de mat.
Bonjour,” zegt hij na de traditionele groet. “How are you?
“Good,” zegt de zaal en de les begint.
“Aikido is peace. Aikido is harmony. Aikido is: communicating with the other one.”
Zegt sensei.

Dan vertaalt hij zijn onderricht in technieken. Uke, de aanvaller, slaat met de vuist. Hard. Sensei controleert de slag met een wijsvinger. Werpt dan met de andere wijsvinger. Laat daarop de techniek zien met een volle hand. En zegt ons dat we mogen kiezen: “welke techniek is het meest effectief?”
Met de vingers is het een koud kunstje, met de volle hand krijg je in uke geen beweging. Het voelt alsof wij aan het toveren zijn: Harry Potter voor een uurtje.
Het contrast tussen de agressieve aanvallen (shomen, zwaardslaghand, chudan en jodan ski, vuistslagen op middel- en gezichtshoogte) en de zachte verdedigingen, daar draait het om. Energie absorberen en teruggeven. Destabiliseren door een eenvoudige zachte hand op de schouder, de elleboog, een tikje tegen de knie.
Deze technieken vragen een uitstekende inschatting van de aanval, een precieze timing en een subtiel aanvoelen van de zwakke momenten in de balans van de aanvaller: met het laatste worstel ik voortdurend.
Dit is aikido op zijn best: een aanval beheersd maar volledig controleren zonder een spoor van agressie of lompe kracht.
“Be like a river,” zet sensei. “Continiousyly change speed, adapt to circumstances, but always keep flowing.”
Een andere boodschap die Saotome ons wil meegeven: “Aikido is no style.” Waarop hij een parodie maakt van een paar bekende scholen die erg vormgericht werken. “Or yes, I have one favorite style: it’s called Monty Python,” en hij toont een combinatie van Aikido meets the Ministry of silly walks.

De eerste les van het seminarie is alles wat ik ervan had gehoopt.

Vakantiemededeling

| 3 reacties | 0 TrackBacks

Niet dat het voor u veel verschil gaat uitmaken, beste lezer, maar uw dienaar vertrekt binnen 3 uur op vakantie. Locatie: Le Vigan, in het zuiden van de Franse Pyreneeën. Doel: een 9 daags seminarie van Saotome Sensei (denk: de Johan Cruyff van het hedendaags aikido of bekijk het filmpje hieronder om te zien wat ik bedoel.)

Voor u evenveel inspiratie toegewenst. Voor wat dit blog aangaat, hoop ik u na de stage wat vaker met een stukje te kunnen plezieren. Voor de die-hard fans: uw commentaardrift wordt ten zeerste op prijs gesteld op de recente Flickr-toevoegingen.

Onegaishimasu.

404

| 4 reacties | 0 TrackBacks

Wijn van tranen

| 2 reacties | 0 TrackBacks

De baslijn gooit me twintig jaar terug in de tijd.

Ik was 15, het regende die zomer aan de kust en ik had geen geld. Zo was ik een banneling in Knokke-Heist. Michael Hutchence hing boven het bed van zowat de helft van de meisjes die ik kende, en sinds de saxsolo van Never Tear Us Apart had ik daar vrede mee.

De dagen regen zich aaneen met lange wandelingen over natte gele tegetljes langs de dijken. Af en toe slenterde ik naar het Lunapark om de highscores van het karate- en een autorace spelletje te checken: met 20 frank had ik die elke dag van de week kunnen kloppen — thuis speelde ik maar twee spelletjes wanneer er een kermis in de buurt was.
Maar mijn laatste 50 frank waren naar tabak en blaadjes gegaan: in de zomer van 87 leerde ik mezelf rollen.
De tweede week maakte ik vrienden bij een paar skaters, de laatste dag kuste ik een mooi meisje op een natgeregende bank. De sax van Never Tear Us Apart klonk uit een café op de dijk.

Zo waren de dagen, toen.

Sommigen van ons zouden hun vleugels uitslaan.