Voormiddag
Sensei test de discipline: hij begint ’s morgens nog 10 minuten vroeger dan voorzien. De les gaat over de feedback in de ongewapende technieken, die hij als geen ander beheerst. Demonstraties hiervan geven aan buitenstaanders dikwijls het gevoel dat aikido fake is, precies omdat ze de indruk van bovenmenselijke krachten wekken. Saotome is een van de enigen die er niet geheimzinnig over doet, maar ons precies probeert aan te leren hoe je de magische worpen uit je mouw kan schudden.
Het principe erachter: elke aanval heeft een ogenblik van instabiliteit, zowel in de beweging als net voor het einde. Zelfs de meest geoefende karateka trekt zijn aanvallende vuist minstens een paar millimeter terug op het einde van de slag; die opening is genoeg voor sensei om alle energie van de slag terug te duwen in het centrum van zijn aanvaller. Stap op dat ogenblik correct in, gebruik je ademahlingskracht ten volle en partner vliegt meters achteruit. De feedback is het precies aanvoelen van dat moment en daar in de juiste richting op te reageren. Dit is waarom deze seminaries wel ’s als de universiteit van aikido worden beschouwd. De zeldzame keren dat mijn timing juist is, mis ik meestal het exacte richtingsgevoel. Ik troost me met het idee dat de meeste van mijn trainingspartners er even hard mee worstelen als ikzelf. Wanneer ik naar Peter kijk, zie ik dat Sensei hem vraagt om even zijn feedback gevoeligheid te oefenen. Met de handen tegen mekaar volgen ze mekaar sierlijk, tot Peter de beweging stopt en Sensei valt. “You mean!” zegt Sensei lachend wanneer hij rechtstaat.
Daarna ontaardt de training weer in karatelessen. We trappen mae geri’s (voorwaartse trappen) dat het een lieve lust is en werken af met ellebogen, knieën en vuistslagen. Ik probeer het als een oefening op plaatsing en timing te zien. Rondom mij zie ik mensen uit balans staan wanneer ze hoge trappen proberen. Ellebogen rammen hard op borstkassen en ik trap zelf twee keer in de ribben van mijn partner wanneer die niet snel genoeg weg is. “waar is hier de aikido?” vraag ik me af. Ik besluit niet meer af te werken met de vuist of de elleboog maar tik mijn partner gewoon aan op het voorhoofd en op de knie om te testen of mijn afstanden kloppen.
Namiddag
Bokenwerk op het programma. Sensei vraagt ons om te testen of we voldoende ruimte hebben rondom ons (de test is eenvoudig: zwaai met gestrekte arm je bokken 180 graden rondom jezelf. Als je onderweg iemand raakt, heb je niet genoeg plaats). Ik kijk rond, zwaai en heb aan elke kant meer dan een halve meter ruimte. Wij trainen vooraan, vlakbij de kamiza, onder het oog van Sensei. Achteraan staan er mensen te dicht op mekaar gepakt. Het is niet naar de zin van Sensei, die alweer een donderpreek afsteekt.
“You have no warrior spirit! A martial artist always aware of space. Space defines strategy.”
Het klopt dat sommigen niet assertief genoeg hun ruimte opeisen, maar er zijn geen mirakels: met meer dan 300 man op de tatami is er geen plaats genoeg voor iedereen om rond te zwaaien met een zwaard.
Na de preek begint Sensei met de kumi tachi’s: zwaard tegen zwaard, mijn lievelingswerk. Ik ken, hand op het hart, niets dat zoveel concentratie, aanvoelen en flexibiliteit van geest vraagt als dit werk. Het ene moment kom je hard en krachtig in met de volle intentie om de punt van je zwaard door je tegenstander te boren. Maar bij de minste weerstand schakel je over op een duwbeweging. Duwt de partner een fractie tegen, gebruik je dat tikje energie om hem met je zwaard te splijten. Mis een fractie van een seconde de timing of voel de richtingsverandering niet aan en exact het omgekeerde gebeurt. De beste zwaardvechter is degenen met de soepelste geest en het meest fingerspitzengefühl.
Sensei splits ons in twee groepen op om ons toch de ruimte te geven om veilig en intensief te trainen. Hij houdt ons nauwlettend in het oog en wanneer wij met onze groep de mat moeten verlaten, wijst Sensei ons op een plek op de tatami in zijn gezichtsveld: “You continue training here, still space.”
Al ligt de verdienste voor deze voorkeursbehandeling waarschijnlijk volledig bij Peter, toch brand ik even van trots en dankbaarheid.
Ik verlies mijn concentratie nog vaker dan ik zou willen en span me nog altijd op voor de finale slag, maar mijn training kan niet meer stuk. Deze les maakt de stage goed.
No comment