Voormiddag
Je staat tegen een muur. Of in een lift. Je hebt geen ruimte om grote instapbewegingen te maken. Of je wil gewoon blijven staan waar je staat: “be.” Stand your ground, ga de aanval niet uit de weg, dat oefenen we nu. De aanval van dienst is een vuistslag naar het aangezicht of een steek met de jo (korte stok) naar de middenzone. Onze voeten moeten ter plaatse blijven staan: alles moet uit de heupen en de benen komen. Dit soort werk ligt me. Eerst train ik met de leraar van de plaatselijke club; zijn slagen noch de steken komen aan, terwijl ik meestal mooi het centrum kan overnemen. Zelf raak ik hem een paar keren; de leraar neemt het vrij sportief op. Vervelend is wel: als de aanvaller niet diep inkomt, kan je de afstand niet aanpassen omdat je je voeten niet mag verplaatsten. Sensei heeft geluk met zijn uke: de man springt soms eenvoudig tot in de zone waar Sensei hem desnoods met een vinger kan vloeren.
Bij een volgende partner maak ik een domme fout: ik verlies even de controle over mijn voetverplaatsing waardoor ik partner op het einde van de beweging op de kin sla — een soort gedrag waar Peter en ik me al sinds het begin van de stage aan ergeren sinds het begin van de stage bij een paar middelmatige aikidoka’s waar de testosteron van afloopt. Het vraagt geen enkele vaardigheid om een partner zwaar op zijn gezicht te slaan wanneer die erop vertrouwt dat jij je beweging controleert.
Ik excuseer me tegenover mijn partner en kijk even naar het portret van O Sensei. Ik excuseer mij tegenover zijn foto: hij vond dit de grootste zonde. (Het is iets dat ik wel vaker doe. Wanneer de training niet goed gaat, wanneer ik te vaak mijn concentratie verlies, wanneer ik het niet eens ben met de leraar: dan praat ik met O Sensei. Zijn portret dat in elke dojo hangt geeft me een soort ritueel houvast. Ik vraag me af of anderen dat ook doen.)
Daarna train ik met een meisje dat veel indruk had gemaakt op mij toen Sensei haar eergisteren een boken naar het hoofd had geslagen en zij ijzig was blijven zitten, in wat perfecte aanvaarding had geleken; zij had zelfs niet met de ogen geknipperd.
Samen knoeien we wat met een paar ingewikkelde klemmen en worpen, en zij zoekt voortdurend naar oplossingen, die ze vaak op gevoel snel vindt.
Namiddag
“Weapon training with most important weapon: your hand,” kondigt sensei de les aan. Hij laat ons eerst kokyo (ademhalingskracht) oefeningen doen: partner zet zich schrap, strekt losjes de handen en jij zet er je vuist tegen, in de houding die je hebt op het einde van een slag. Dan moet je proberen je energie als het ware door partner te duwen zodat die in het beste geval achteruit vliegt. De leraar van de voormiddag groet me nu ook. Bij een van mijn eerste pogingen vliegt hij een stuk verder dan zowel hij als ik verwacht hadden; hij kan nog net stoppen voor hij tegen de kamiza knalt. Wanneer hij het probeert, moet ik nauwelijks een stap achteruit. Het verschil ligt hem in de spanning: hij blokkeert, wat mijn techniek makkelijk maakt. Zowel in de rol van de verdediger als die van de aanvaller probeer ik mijn zwaartepunt zo laag mogelijk te houden in een natuurlijke houding en mijn armen en heupen beweeglijk. Bij alle variaties lukt me dit behoorlijk: ik ben als een kind zo blij met dit succesje.
Daarna wil Sensei de kokyo kracht omzetten naar oefeningen met aanvallen. Weer wordt er vlijtig naar het gelaat geslagen. Ik voel bij geen enkele aanval de dreiging of de druk die ik voel wanneer Peter met alles wat hij heeft inkomt. Doordat het dan niet moeilijk is om ontspannen te blijven, lukken de meeste oefeningen me met een gemak dat mezelf verbaast.
Wanneer Sensei de bewegingen complexer maakt door er afweren en combinaties van slagen of polsgrepen bij te maken, verlies ik snel het ritme. Ik moet nog te vaak en te lang denken eer ik een beweging begrijp. Mental note: ik moet een manier vinden om hierop te trainen.
Hmmm... ik vind het heerlijk om je korte gestileerde verslagen van de stage te kunnen lezen.
moet fantastisch geweest zijn!
Knappe stijl en leren blijft een les om te onthouden