Voormiddag
“Muhammed Saotome,” grapt Saotome. Hij danst al jabbend rond zijn uke. We leren een swing en een uppercut afweren. Er komen weer trappen bij kijken. Mae geri’s en low kicks. Duiken als in het boksen. Ik train het gelaten: dit werk ligt mij, maar ik ben eigenlijk hier om niet zo te hoeven vechten. Als ik dit wil leren ga ik naar een karateclub, of kickboksen.
Een Duitse groet mij om met haar te trainen. Wanneer ik hevig inkom, zie ik haar panikkeren. Ik probeer haar gerust te stellen: “No worries, I won’t hit you.”
Zij excuseert zich, zegt dat zij vandaag al serieus geraakt werd. Ik zie inderdaad een dikke lip.
Van Peter hoor ik dat een andere Duitse vol in het gezicht werd geraakt. Een Fransman waar ik mee had getraind staat met een blauw oog op de mat. Een yudansha waar ik mee had getraind heeft een bloedrand rond de ogen... Sensei maant op geen enkel ogenblik aan tot meer controle. Hij komt mij integendeel nog even corrigeren wanneer ik een tegenstander geen elleboogstoot verkoop, maar mij beperk tot hem uit balans te brengen. Ik denk even aan Mathama Gandhi wanneer wij de les afgroeten.
Op het einde van de les mogen Peter en ik even mee uke zijn voor een aanval met vier man. Bij de eerste oefening werpt hij ons allevier tegelijk. Bij de tweede poging vraagt hij ons zo dicht mogelijk rond hem te gaan staan en mekaar vast te houden met hem ertussenin geklemd.
Het is een grapje: hij trapt en slaat ons allevier tussen de benen — gelukkig voldoende zacht zodat ik er ook nog om kan lachen.
Namiddag
De allerlaatste les die wij zullen bijwonen, de voorlaatste les van de hele stage. Acht dagen zullen wij het beste van onszelf gegeven hebben op de tatami.
Mijn voorlopige balans: een linkerhand met een bloedstolling en geďrriteerde pezen, twee gekneuse ribben omdat ik te laat was bij een mesaanval, volledig murwgezeten enkels en knieën en hier een daar een verrokken spier. Op basis van het type training, de inzet en de duur van de stage een faire balans.
Peter koopt een nieuwe boken aan de ingang en zegt dat ik hem even moet proberen. Het is een geweldig wapen: licht, zacht en in principe bijzonder sterk door de vershillende houtlagen die op mekaar geperst zijn. Het voelt erg evenwichtig – de punt valt niet naar voren wanneer ik het zacht tussen twee vingers houd.
Voor de les begint, wordt ons gezegd dat het een boken les wordt.
Een mooier einde had ik mij niet kunnen wensen. Peter en ik groeten, voor de wapenles betekent dit dat we de hele tijd samen zullen trainen.
De eerste oefeningen zijn eenvoudig, maar mijn werk verloopt stroef. Geen enkele slag gaat zuiver rechtdoor, ik laat me vangen aan eenvoudige schijnbewegingen en ik train gespannen.
Het gaat pas beter wanneer we met twee tegenstanders trainen: eentje voor en een achter. Sensei vraagt Peter als tweede aanvaller voor deze oefeningen: een eer. Peters’ uitstraling met een zwaard is onmiskenbaar, zelfs nadat hij in principe overwonnen is behoudt hij een schitterende houding.
De Duitser die met ons meetraint, vergist zich vaak van kant en verliest zijn concentratie soms volledig. Zijn vrouw staat een paar meter verderop te wenen: zij had per ongeluk iemand geraakt met de punt van haar zwaard en voelt zich daarover bijzonder schuldig.
In principe staat de stage niet open voor beginners, en eigenlijk had zij hier niet mogen zijn: zij beseft dat ze maar moeilijk meekan, verkrampt daardoor en maakt daardoor nog meer fouten.
Omdat we in 2 groepen werken, krijgen we de kans om de anderen aan het werk te zien. Voor ons staan twee mannen haarscherp en bijzonder snel te werken. Af en toe slaan of steken ze op mekaars handen. Mochten ze zo drie dagen werken, zouden ze niet meer kunnen trainen, vrees ik. Peter zegt: “Op zich zijn zij niet slecht, maar kijk naar de afstand: ze staan op minder dan een armlengte.”
Waarom zie ik die dingen zelf niet meteen?
Zelf ben ik niet tevreden: mijn zwaard is niet zuiver, ik maak geen enkele slag waar ik van denk: die zit juist.
Wanneer Sensei na de les geëerd wordt, zitten mijn knieën op het eind van hun Latijn.
Sensei had aan het begin van de stage gezegd: aikido leer je elke dag opnieuw. Maak je leeg en vul jezelf opnieuw, zoals het kopje thee.
Al het sla- en trapwerk ten spijt, heb ik acht dagen aan een stuk aikido getraind. Mijn plaats in een aanval gezocht. Mijn houding bepaald onder stress. Ontspannen onder agressie.
Ik heb les gehad van een van de meest markante en vaardige aikidodoka's die er er nog rondlopen en heb kunnen trainen met een ongeziene diversiteit aan partners.
Ik ben een vers kopje thee.
Ik ga de Sensei bedanken en hij bromt iets instemmends.
Bij Peter kijkt hij op en zegt: “You very good learning.”
Bij de uitgang koop ik een spectaculaire boken.
Het einde van een stage, het begin van een nieuwe leerschool.
Oudste begon dit jaar ook met aikido dus we lazen je verslagen met grote interesse. Mooi!