Zeven jaar studeren,
Een dure eed zweren
"Plechtig, vrijwillig
en op het woord van eer"
Dat gij het leven ging eerbiedigen
De beste tweede keeper van het dorp
Gij zei het zelf
De zatste dokter in de wijde omtrek
Dat zeiden de anderen
En wij lachten meewarig
Zoals ook gij lachte met de anderen
Die hoog draafden over politiek
Wijl gij vertelde over de praktijk
Drie griepkes binnen 't half jaar:
Dan moest ge naar een koffietafel
Vierde keer was dan de goeie keer
— geen slechter patiënt dan een dokter
En ik vraag mij af
Wat waart gij het meest?
Onder vrienden
Onder ploegmakkers
Onder collega's
Onder cafématen
Onder de zode