
“Herinner je je deze?” vraagt een vriend in een mail. Ik was hem bijna vergeten, maar de foto slaat mij een half leven terug in de tijd. Ik herinner mij.
Ik ben achttien en niemand kan mij iets leren. School is een ramp. Ik woon samen met een meisje dat valt op een arrogante betweter.
Buitengegooid uit het college en aan het aanmodderen in het kunstonderwijs. Thuis weg en al een jaar samen met een meisje in Vilvoorde dat zes jaar ouder is. Zij heeft een goeie job en biedt mij onderdak, koopt mijn kleren, en laat mij met haar auto rijden nog voor ik een rijbewijs heb. Wij gaan op vakantie naar de kastelen van de Loire. Op gezette tijden dinneren wij met haar familie in restaurants met een ster. Wij pikken een Carmina Burana mee via de Lions club van haar tante. Ik praat nog over vechtsporten maar train al meer dan twee jaar niet meer. Op zondag wassen wij de auto en gaan wij koffie drinken. Met goed weer gaan wij kijken naar de tennistoernooien van haar broer. Met hem speel ik af en toe een partijtje snooker.
Ik draag docksides, jeans en kostuumvesten.
Ik lees Wolkers en Mulisch.
Op een namiddag tijdens de examens lees ik haar brieven en dagboeken.
Na een maand vakantiewerk koop ik een crossmotor, die ik thuis nooit mocht hebben omdat de broer van mijn moeder zich had doodgereden met zo'n machine. Na twee weken rijd ik de cilinder vast.
Een keer per week zie ik nog een vriend uit Mechelen. Wij luisteren dan wat naar de platen die hij die week heeft gekocht: soms leeft hij een weekend op chips om toch maar de debuutelpee van The The te kunnen kopen, of een nieuwe van The Smiths. Tussendoor vertelt hij mij over de andere vrienden, die ik niet meer zie. Ik luister dan en zeg hem dat we naar een Carmina Burana zijn gaan zien. Hij fronst maar houdt zijn mond en neemt een foto.
Op een namiddag lopen we in de stad. Ik zeg hem dat we de ruiten van het college maar 's moesten gaan ingooien.
“Eindelijk!” zegt hij, “Ik dacht al dat we je kwijt waren.”
Recente reacties