maart 2008 Archieven

R.I.P. Hugo Claus

| 3 reacties | 0 TrackBacks

In de kamers stampte men tegen de parketvloer, iemand danste. Violet misschien, de koude tangolerares, tennisspeelster. Jia's shmink was goed aangebracht, door de kundige hand van Violet natuurlijk; de laag pan-cake, de glinsterende lippen bekleedden haar huid voorgoed nu. Hij riep allerlaatste banderillo's op, hij schreeuwde er om, maar het gevecht was al lang ten einde, wist hij toen.
‘Kinderen, iedereen moet nog zijn naam op mijn been zetten’, zei Banco. ‘In inkt, anders gaat het af.’
‘Blijf.’ Bijna onhoorbaar zei zij het. Hij kuste haar bezwete voorhoofd. ‘Ga niet. Nu niet, Edward.’
Onder de roodverlichte boog beneden stond de portier en nam zijn pet af.
‘Buenna notte.’
‘Buenna notte.’
Hij draaide zich niet meer om. Geen vlugge, scherpe hakken tegen de natte keien zouden volgen. Het was niet noodzakelijk, het gebeurde dus niet. ‘Hop’ zei hij, ‘naar het helder en grijs land daarboven.’

Hugo Claus (5 april 1929- 19 maart 2008)

Toen ik het nieuws hoorde in de auto, ben ik aan de kant gaan staan. Wanneer Anciaux zowel de schrijver als de mens Claus begon te bewieroken, vertrok ik met gierende banden naar huis. Tussen de nooit uitgepakte kartonnen dozen ging ik als een razende op zoek naar ‘De Verwondering’ waarvan ik de eerste paragrafen wilde citeren. In plaats daarvan vond ik ‘De Koele Minnaar’, dat stof aan het vergaren was tussen Kerouac, Bordewijk en Eco.
Bovenstaand citaat is de laatste bladzijde.

Daar is een idool gestorven. Vlaanderen verliest haar laatste leeuw. Mijn verdriet is groter dan België.

Doorn in het oog

| 4 reacties | 0 TrackBacks

Herinner je je de rozen nog in mijn voortuin? Uit mijn raam zie ik hun dorre takken wiegen in de wind. Geen rozen zonder doornen, dan toch wel doornen zonder bloemen.

Ik hou van rozen.

Ik weet niet of ik je dat ooit verteld heb. Bij deze, dus.

Wat je je niet kan herinneren zijn de bonsai's binnen. Ik heb er twee. De eerste kocht ik toen ik een kerstboom wilde gaan halen, de dag voor kerstavond. Er waren alleen nog dunne denneboompjes zonder wortel. De helft van hun naalden al kwijt: kerstboompjes op chemo. Ik vond dat geen vrolijkmakende gedachte, dus liet ik ze maar links liggen.
Wanneer ik de winkel wilde buitengaan zag ik de bonsai. Blakend en bloesemend. Met kerstavond heb ik een uur naar een boompje gekeken waar geeneens een heilige martelaar onder lag.

Zo komt het dat ik(!) een meubel(!) kocht(!) om dat boompje het altaar te geven dat het verdiende. Waarna ik opeens vond dat die 2 oude stoeltjes aan de eettafel daar niet meer bijpasten, dus kocht ik er vier andere. En omdat het boompje dan wat verloren stond op dat altaar, kocht ik er een tweede bonsai bij. Toen besloot ik dat de muren daar toch wat te kaal waren en ging ik naar een Chinese winkel om Oosterse calligrafieën.
Waarmee de lege vensterbank mij begon te irriteren.
Dus kocht ik eindelijk een katana: het zwaard staat er nu prachtig tussen twee glazen theelichthoudertjes.

Toen was het geld ongeveer op.

Vandaag snoeide ik een van de boompjes bij. Met genoeg geduld en een beetje water op zijn tijd heb je een boompje dat er precies zo uitziet als jij wil. En dat herinner je je vast en zeker: ik kan dat wel hebben, dat de dingen eruitzien zoals ik wil.

Maar toch: met Valentijn kreeg ik dan weer een roos.
Twee weken later stond ze verslenst in een vaasje; ik moest dan aan jou denken.
Ik heb ze doormidden gehakt met het zwaard.

Jij was altijd al mijn favoriete doorn in het oog.

Recente reacties

OpenID accepted here Learn more about OpenID

per maand Archieven