“De chauffeur is gaan slapen”, zegt zij, en haar kindervingertje wijst naar de poolster in de hemel boven de Cevennes. Zij verwart de ster met een vliegtuig. Denkt dat de piloot even gaan rusten is, het vliegtuig eenvoudig in de inktzwarte lucht heeft geparkeerd.
Dan gaat zij naar bed en met haar vader drink ik wijn aan het zwembad.
Wij praten.
Over de stage — de sensei is ouder geworden. Over zijn huis — nog een koper vinden en hij vertrekt naar een ander werelddeel. Over mijn lief — alsof zij nu op een andere planeet zit, ver voorbij de slapende chauffeur in de hemel.
Hij heeft het over zijn honden van vroeger, Rottweilers.
Wij lachen tranen tot de fles leeg is.
Ik kijk nog even naar het rimpelloze water. Dan omhoog. Met verre sterren op mijn netvlies sluit ik de deur van de gite.
A sharp yet compassionate pen - O sensei.