Ridder
“Manhaftige Ridderverhalen”De Ridder en de Depressie
Het was de schuld van die vermalijde struikrovers! De Ridder zag het met lede ogen toen hij het hoofd van de Hoofdman in de bevroren vijver had geslagen. (Hoewel ongeletterd, was de Ridder niet ongevoelig voor dit soort nuances in de Dietsche taal; het ware in de schermutseling eenvoudiger geweest om het hart van Hoofdman te doorboren, maar een Hoofdman diende onthoofd, vond de Ridder. Etiquette en respect voor Rang en Stand geven immers altijd pas! Volgens diezelfde gedachtengang had hij eens een knaap als levend — nuja, toch in het begin — schild gebruikt toen een pijlenregen zijn edele verschijning belaagde.)
De Ridder en de Koning
Met een licht bezwaard gemoed stapte de Ridder op de zaalwachters af. Nog enigszins beneveld door de wijn die hij de voorgaande nacht overvloedig tot zich had genomen in De Lustige Waardin, ging de Ridder ervan uit dat de wachters hem gezwind toegang tot de troonzaal zouden verlenen. De gekruiste lansen van de wachters gaven hem ongelijk.
De Ridder en het Toernooi
Met zeer aan het kruis reed de Ridder op een sukkeldrafje het kasteel met de wapperende banieren tegemoet. Hij probeerde zich de afgelopen nacht voor de geest te toveren. "Toch maar eerst die kuisheidsgordel uitflikkeren volgende keer ik de gemalin van zo'n kruisvaarder bestijg," nam de Ridder zich voor.
De Ridder en de zingende Traagspreker
Spoorlslags ende vierklauwens haastte de Ridder zich naar het koninklijk feest alwaar de genodigden in blijde verwachting waren van zijn aankomst. 'Dedjuu!' vloekte de Ridder hardop wanneer hij merkte dat de schemering reeds rondom hem was ingetreden. Zijn vurig strijdros, enigszins hardhorend omdat het al te vaak de hoef aan zichzelf had geslagen, hoorde nog enkel de 'Juu!' en vatte dit op als een aanmoediging om vijfklauwens het Vlaamsche landschap te doorklieven.
Ridder meets Potter
Met nog een zwaar hoofd van de kater die hij had opgelopen op een onbenullig orgietje gisteren, zat de Ridder achterstevoren op zijn strijdros. Hij moest zich wel op deze manier voortbewegen, daar zijn paard tijdens die orgie ook niet gespaard was gebleven van het een en ander en dientengevolge niet meer in staat was vooruit te lopen.
De koene ridder en de trol
De koene ridder reed het machtig kasteel tegemoet dat zich nog helder aftekende tegen de ondergaande zon. Hij werd aldaar voor een avondfeest verwacht. In volle galop bekeek hij zijn spiegelbeeld in het speciaal voor de gelegenheid opgeblonken wapenschild. Nonchalant veegde hij de klodder bloed van zijn wang.
