Recent verschenen in de categorie Fictie

Highlander

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Blootsvoets was de Hihglander over de Noordelijke klippen van Mount Lochnagar tot op de top geklommen; het bloed aan zijn zolen was al gestold. De zon brak door de zilveren wolken en brandde op het litteken op zijn linkerwang. Zo aanschouwde hij de wereld aan zijn voeten vanop Cac Carn Beag.

In de vallei zag hij de gazons van Balmoral Castle diepgroen. Hij wist het gras woest en ongemaaid omdat de koningin dit had verordend: zij was naar hier gekomen om het verlies van haar schoondochter te bewenen. De natie was woedend om het verlies van hun prinses, de koningin werd hardvochtigheid verweten om haar stilzwijgen.
(De Highlander had een hint van sympathie gevoeld voor de oude monarch: alleen stilte was gepast. Stilte die niet verstoord mocht worden door grasmaaiers. En al zeker niet door woorden, woorden, woorden.)
Hij wist zeker dat hij het gras van de vallei kon ruiken en zou gezworen hebben dat hij River Dee kon horen klateren. Hij kon de eiken vaten van de Royal Lochnagar Single Malt smaken van aan zijn gehemelte tot diep in zijn keel wanneer hij de distillerij ontwaarde.

De Highlander herinnerde zich de fles die zijn vrienden hem hadden gegeven voor zijn achttiende verjaardag. Uit de Selected Reserve, leeftijd onbekend. Heather was zestien geweest, toen. Zij waren groter dan de wereld geweest.

De wolken schoven voor de zon.

Net na zijn opleiding in de legerdienst was de brief gekomen. Geschreven met de kalligrafiepen die hij haar had gegeven (met een opdracht erbij: “omdat je mooier schrijft dan ik.” — hij had zijn gedachten altijd in hanenpoten aan het papier toevertrouwd.)
Hij had de brief verscheurd. De stukjes terug bij mekaar gepuzzeld. Herlezen. Gehuild als een kind. Had de wacht met een enkele slag geveld en was zonder verlof de kazerne uitgegaan.
Krijgsraad.
Drie maand cachot, zes maand verzwaarde dienst.
Daarna getekend bij de Franse Légionnairs. Gedeserteerd na de raid op een dorpje in Marokko. Hij kon het meisje nog horen roepen. Hij kon de grimas op de gezichten van de soldaten nog zien. Een klasgenoot van in de lagere school had hem herkend in een park bij Edinburgh Castle. Hij had de klasgenoot ooit beschermd tegen Ian Mc Allister, de twaalfjarig bullebak van dienst in het zesde. De klasgenoot was advokaat geworden. De klasgenoot had hem voor alle klachten vrijgepleit.

De man keek op bij het krijsen van een gouden arend. De wind verdreef de wolken, de zon verwarmde zijn gelaat. De Highlander daalde af naar de diepgroene vallei.

Met Sambal

| 9 reacties | 0 TrackBacks

Eten. Vrouw. Twee argumenten die het hem hadden gedaan.
“Ja,” hadden lijf en leden gezegd. De rede op snelheid geklopt.
143 kilometer voor een etentje. Op een weekdag. Met een vrouw waarvan hij enkel een fotootje van 100 bij 100 pixels had gezien. Hij was gek.
Eten. Vrouw. Fuck it: hij was een Mc Donalds voorbijgereden. Kreeg zin in steak. Seignant, met ruwe peper. Wijn erbij. Dan slapen. En hij wist zeker: zij is nu geen steak aan het bakken, niet Een Vrouw op een Eerste Date. Wel een of ander culinair hoogstandje. Een ingenieus slaatje vooraf met een dure naam die ze van een menukaart of een kookboek had. Hij zou dan grappig en charmant en innemend moeten zijn. Complimentjes geven over haar kookkunst. Goedkeurend knikken bij het etiket van de witte wijn. Bijschenken. Complimentjes geven over haar looks. Iets zeggen over de muziek.
Eten. Vrouw.
Steak. Rode wijn.

Hij gaf een ruk aan zijn stuur bij de afrit voor Breda, de auto brak even uit. Claxon achter hem van een grijze wagen die nog 50 meter achter hem reed. En 40 per uur trager. Hij claxonneerde even terug. Beeldde zich een opgestoken middenvinger in maar had de hand nodig om terug te schakelen.

Het miezerde bij Breda. Er waren wegenwerken aan de gang. File, hij zag het einde niet. Reed een volle witte lijn over toen hij terugkeerde richting autosnelweg. Linea recta terug naar huis.

Verkeerde oprit: hij kon zichzelf slaan. Sloeg zichzelf met de vlakke hand tegen de kaak. Hij reed richting vrouw en slaatje-met-een-dure-naam. Bach en de donkere snelweg, hij verzoende zich met zijn lot.

Er scheen geen licht door het raampje van haar voordeur. Hij hoorde niets. Met een nonchalante polsbeweging zag hij dat hij 47 minuten te laat was. Zij zou niet meer opendoen. Hij belde aan en draaide zich op zijn hielen. Klikte het slot van de auto los en werd onderbroken in zijn stap door een hand op zijn schouder.
In een gespleten seconde sprak de hand heelder boeken. Dit was geen klauw die hem zou openrijten als hij toch zou verder wandelen, nu niet, nooit niet. Ze woog niet op zijn schouders. Zij mondde niet uit in de knoken van een allesverslindende honger.
De hand gaf hem de keuze om te wandelen of te blijven en de hand gaf hem de rust om te kiezen. De hand van een vrouw die hem wilde voeden.

Hij had kunnen huilen. Hij moest glimlachen. Pakte haar vingers tussen de zijne en draaide zich om. Kuste haar langzaam en eenvoudig op de mond, haar hoofd deinsde niet terug.

“Ik heb honger,” zei hij.
“Ik heb kip,” antwoordde zij. “Met sambal.”

Eten. Vrouw.

Vrouw.

Zondaar op zondag

| 1 reactie | 0 TrackBacks

De Madonna stond voor de zondaar in de kathedraal. Hij was die zondag uit zijn ivoren toren neergedaald ter loutering. Aan haar voeten brandden smeekbeden in was tegen een halve euro per stuk. Hij bedacht dat goddelijke interventies goedkoop kwamen dezer dagen en liet zijn gedachten afdwalen naar puntige Gaultier bh's. “Doodzonde,” berispte hij zichzelf, want het beeld van de Madonna ontroerde hem. Zo machtig lief was haar houding en gelaat dat hij in het model van de beeldhouwer echt een onbezoedelde maagd geloofde. Een meisje dat alle kinderen van de wereld in haar armen liet slapen en zoete dromen toewenste.

Maar hij was hier om zich te louteren. Zijn zonden: het zou mooi zijn. Van zijn schulden, hij durfde het niet verhopen. Maar dan moest hij vrouwen maar even laten voor wat ze waren, want hun betrof zijn zonden.

Het midden van het schip leek hem de beste plaats om gelouterd te worden, dus daar zocht hij een stoel. Ter hoogte van de preekstoel vond hij zijn plaats, met een zuil tussen hem en de Madonna in (hij wilde haar ogen niet in zijn rug voelen). Bij het zien van de preekstoel dwaalden zijn gedachten af naar een scène uit Daens en vandaar naar Boontje tot bij Mieke Maaike... Weer vervloekte hij zichzelf: zo zat loutering er niet meteen aan te komen.

Staren naar het wit plafond met barsten dat hemelhoog boven zijn hoofd hing, bracht hem tot rust. Hij beeldde zich in dat water hoog over hem werd uitgestort en dat het niet koud was, maar verkwikkend. Hij laafde zich aan deze waterval tot hij zich klaar waande om voor zich uit te gaan staren — hij was niet uit zijn ivoren toren naar beneden gekomen om halsreikend naar boven te zitten kijken.

Toeristen hadden zijn blikveld bevolkt. Luid-Engels-fluisterende toeristen.
Een moeder die vanaan het altaar twee kinderen bij zich riep die de preekstoel wilden beklimmen.

“Children!” galmde het nog even in zijn oren toen hij de eerste drie treden in een stap omhoog nam.

Mozart anno 2006

| 9 reacties | 0 TrackBacks

Wat zou Mozart aan het doen zijn als hij vandaag had geleefd? Het lijkt een pertinente vraag.

Het antwoord ligt nochtans voor de hand. Hij zou vastzitten. In een streng bewaakte instelling, want zijn advokaat had ontoerekeningsvatbaarheid gepleit. Even had hij met de idee gespeeld om tijdelijk onvermogen in te roepen, maar twee minuten met Wolfgang hadden hem overtuigd dat er geen jury te lande zou geloven in de voorbijgaande aard van de waanzin.

Arme Leopold.
Nuja... arm? Achteraf bekeken was 't een tijdsbom die begon te tikken met de geboorte van Wolfgang.
Leopold was voor Wolfgang wat papa Williams voor Serena en Venus betekende: een tyran die zijn pensioen verzekerd zag in zijn nageslacht. Een Wunderkind ging het zijn, en eerlijk: hij had geluk met de kleine Wolfgang. Met het verschil tussen de zusjes Williams en Amadeus dat de laatste geen broertje had om de de last over twee paar schouders te verdelen — en laten we eerlijk wezen: hij had nu ook niet meteen van die sterke negerinnenschouders, dus eigenlijk telde zijn last wel drie tot vier keer zoveel.

Was er nog die rottige timing.

Wolfgang was Rammstein aan het beatmixen met een stukje dat hij zelf bij mekaar had gekrabbeld: Eine kleine Nachtmusik. Klonk geweldig.
“Ich durfte keine Nippel lecken!” (Mozart was weg geweest van die tekst) Beetje echo versterken, fade out en dan dat pianootje. Pam-pampam-paddapadapadam! Pam-pampam-paddapadapadam! Misschien beter met strijkers, dacht hij nog even toen hij enthousiast op de toetsen ramde.

Toen was die pianosnaar gebroken.

Wolfgang stond nog onder de vleugel toen Leopold binnenkwam.
“Ben je nu weer met die rotzooi bezig!? Terwijl ik mij uitsloof ben jij je tijd en mijn geld aan het verkwanselen met die puberale onzin! Ik hoop dat je al iets klaarhebt voor ons optreden van morgen; en ik raad je aan niet met dat soort teksten aan te komen, want Angela Merkel zit ook in de zaal. En zoals je wellicht weet, verstaat dat mens ook Duits.”
Waarop hij de vleugel van de glimmende Steinway nog even op het hoofd van de moegeteisterde Wolfgang liet vallen.

Toen brak er nog meer dan een snaar.

Twee van Leopolds ribben om te beginnen: hij was domweg blijven staan terwijl een wild spartelende Mozart zich vanonder het deksel probeerde murwen. Een stampende hiel had de ribben geraakt. Een tweede was in zijn Toverfluit terechtgekomen. Waardoor de anders immer beheerste Leopold even zijn zelfcontrole verloor.
“Wil je na je moeder nu ook nog mij van kant maken?”
Dat had hij beter niet gezegd tegen een Amadeus met een pianosnaar in zijn hand. Een Amadeus waar Rammstein nog vers in het gehoor lag.

De jury had hem een gevaarlijke gek gevonden. De aanklager had hem een explosieve cocktail van Snoop Dog en de Eminem van de lage landen genoemd. Levenslang in een gesloten psychiatrische inrichting was het verdict geweest.

Binnen die muren zou Mozart de mooiste muziek van de komende drie eeuwen maken.

Druppels in het koor

| 0 reacties | 0 TrackBacks

Paco wast het bloed van zijn handen met wijwater. Het orgel dreunt Bach en de kaarsen verlichten de tempel wispelturig.

Paco sleept zich richting altaar. Een schimmige vrouw uit een van de achterste stoelenrijen draait zich om. Wanneer zij Paco ziet, bevriest zij twee tellen, slaat dan een slordig kruisteken, veert recht en vlucht de kerk uit. Drie stoelen vallen om. Uit het vakje van de laatste valt een blaadje met homoporno. Bang-bang-bang! weergalmt de echo tussen een paar hoge registers.
Paco hoort het niet.

Paco hoort Krepeer Klootzak.
Paco hoort Harde Techno.
Paco hoort De Deur Achter Hem In Het Slot Vallen.

Paco voelt het bloed in zijn rechterschoen lopen. Paco sleept op zijn voeten en gaat op karakter. Zoals in de finale voor de Stadsbeker bij de kadetten, 3-2 gewonnen in de laatste verlengingen. Goal van extreemlinks Paco in de 87e minuut terwijl hun spits langs de zijlijn staat over te geven.
Paco haalt het altaar.
Paco zakt door zijn benen als een sprinkasteel waar de lucht uitloopt.
De zwarte vlek spreidt zich uit over het rode tapijt als de zee over het strand.
Op het ogenblik van de impact was er de electrische schok geweest. Dan was het heet geworden. Dan ijskoud. Eerst enkel zijn rechterbeen, nu alles onder zijn middel.

Zijn ogen vinden geen focus meer en hij richt zich tot het wazig kruisbeeld.
“Exit me, Jezus. En fuck you, fils à papa. Welke wang had ik moeten geven wanneer ze naar de cojones stampten cabrón?
Adiós hombre! Vaya con diablo!”

Het beeld zwijgt. Een verrimpeld vrouwtje met maanwit haar zweeft door het koor en de laatste noten van de Toccata zinderen tussen de muren. Een kaars dooft uit.
Een druppel condens valt vanuit de nok van het dak en mist op een haar na de wang van de stenen gekruisigde.

Vlokken

| 1 reactie | 0 TrackBacks

De rookpluim van het enige huis in de vallei schrijft een vraagteken in de donkerblauwe lucht. Een steenbok op de bergwand en een arendsoog zien sneeuwvlokken gegijzeld worden in het warme licht dat het huis ontvlucht. Als kamikazes storten zij zich op de vensters om daar te sterven waar hun strijdbroeders het land wit en machtig bezetten om daar twee seizoenen te blijven.

“De steenbok ziet ons,” weet hij.
Met zijn linkerwijsvinger tekent hij het vraagteken dat boven zijn hoofd hangt in de aangewasemde ruit. Zij legt haar kin op zijn schouder en drapeert een arm rond zijn middel. Haar warme adem verzacht de contouren van het leesteken. “IJs” zegt ze, maar een snik voorkomt dat zij haar zin afmaakt. Zeven kleine schokjes telt hij voor zij hem loslaat.

Nog even. Dan is het vraagteken onzichtbaar en het zal vergeten worden. Pas wanneer de hoornen van de steenbok terug zullen kletteren over de vallei in zijn strijd om de wand, pas dan zal het vaag en vuil te zien zijn in de genadeloze stralen van de lentezon. Tot de ramen grondig gelapt worden.
Waarna het zich enkel nog zal vertonen aan een arendsoog.

Koude frieten in de nacht

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Het is een van die nachten.
Druilregen en een volle maan achter zwarte wolken. Een voorbijrazende auto werpt een watergordijn op, een pinker knippert. De stoplichten worden opgeslorpt door de stad. Een straathoer titst een sigaret in de goot en noemt het een dag, de babysit kost zes euro per uur. Banden slippen.

Twee flikken bestellen via de zijdeur aan het frituur. Een lift komt tot stilstand op het vierde verdiep. Een kapotte gloeilamp en een knipperende neonbuis in de gang. Uit de TV van de overbuur, — vrijgezel, 45 jaar oud, blanco strafblad — schalt een reclamtune van VT4. Hij hoort het gestommel niet.
Twee grote, een met andalouse en veel zout, een met stoofvleessaus in een potje apart, worden ingepakt. De kalkoensaté — waarschuwing van de dokter voor rood vlees — en de bicky burger zijn voor in de auto. De oproepen van de centrale worden laat gehoord.

Een hond blaft in de verte, de tonen van een saxofoon sterven in de wind. Ergens wordt een kind verwekt.

Twee halve pakken friet worden koud op de achterbank. De zwaailichten werpen blauwe strepen over het trottoir. De babysit vervloekt de hoer die niet thuiskomt.
Een vol ogenblik voor de hand van de arm der wet de lichtschakelaar vindt, schijnt de maan haar bleek licht door het venster. Een moment is de rode plas een zwarte ster.

Een man komt thuis en wast zijn handen. De wetsdokter hoort vanuit de gang een infocommercial over visaas terwijl de rigor mortis intreedt.

Haiku

| 1 reactie | 0 TrackBacks

In de waterval
Van druppels smelten stukjes
IJs op de rotsen

Het leven is kut

| 18 reacties | 0 TrackBacks

Haar dag moest eigenlijk nog beginnen. Okee, zij had zich 's ochtends onder de douche wel nog snel drie keer klaargevingerd. Gestoeid met die kleine blondine van de human resources, met de voorbindlul, tijdens de middagpauze. Ze had zich discreet klaargereden op de ruwe bureaustoel tijdens de meeting — en een genant momentje gehad toen de financieel directeur naar het rapport met de halfjaarlijkse resultaten vroeg, precies op het ogenblik dat zij een marker anaal probeerde binnen te schuiven.

Allemaal voorgerechtjes. Nu wilde ze de hoofdschotel. En dessert erna.

Zij ontkleedde zich. Splitrok, witte blouse, halve cup behaatje en tangaslip in de wasmand: weg met het duffe kantoorspul. Zwarte lieslaarzen, een driekwart leren jasje en een halsband: dat moest volstaan als outfit.

Onderweg naar de parenclub verkrachtte ze een puber met vlechtjes en een plooirokje in een steegje. Een paar uur later — haar vuist tot aan de pols in een fragiele brunette terwijl een negerin de slagroom van haar tepels likte — kwam het als een oogverblindend inzicht tot haar: "Het leven is kut." En zo heel erg vond de lesbische nymfomane dat niet.

nvdr: Het bedenkelijke allooi van dit stukje kan niet in de schoenen van auteur dezes worden geschoven. De volledige verantwoordelijkheid ligt uiteraard bij de opdrachtgever voor de bovenstaande kop, zie ook hier.

Zwartkopjes: uitwijzen of uitnijpen?

| 2 reacties | 0 TrackBacks

Het is een weinig bekend en schromelijk onderschat probleem: de zwartkopjes. Maar wij kunnen er onze ogen niet langer voor sluiten! Druppels zegt: actie is nodig, hier, nu, heute, maintenant, tout de suite godverdomme!

's Lands meest vooraanstaande ornitologen waarschuwen al jaren voor hun onnatuurlijk snelle expansie. Wetenschappers maken gewag van de grootste verandering in het natuurlijk bestel sinds het uitsterven van de dinosaurussen.
"De zwartkopjes doen de klassieke en de moderne biologie op hun grondvesten daveren. Wanneer je er echt over nadenkt, moet je zelfs Darwin in vraag stellen!", vertrouwt ons een professor emeritus toe, die om begrijpelijke redenen anoniem wenst te blijven, uit angst voor represailles van het gevogelte. En hij waarschuwt nog:"Die zwartkopjes zijn niet eens te rangschikken: het is geen soort, geen ras, geen gevogelte, geen wat dan ook, en tegelijk een beetje alles van dat. Ik voor mij hou het op ongevogelte."

Tot voor kort werd er — voornamelijk uit de subversieve hoek van boswachters, wandelaars en andere extremisten — gewaarschuwd voor een tekort aan mussen. Werden zij misleid of zitten zij mee in het complot? Feit is dat de ondergrondse van de zwartkopjes nog nooit zo talrijk is geweest. "Lach niet!" verzekert ons een hoge ambtenaar van de staatsveiligheid, "Zij nestelen overal, tot in de hoogste politieke en juridische regionen van dit land! Wij houden een lijvig dossier bij van de locaties van hun nesten, en ik verzeker u: ik slaap met een dubbelloop naast mijn bed. Of zij op een staatsgreep broeden? Geen commentaar. Ik wil u wel vertellen dat de intelligentie die wij vergaard hebben een nieuw licht werpt op het dossier van de Bende van Nijvel en dat van de Roze Baletten!"

Net voor het ter perse gaan van dit stuk, meldt een insider van de gerechtelijke politie ons dit: de ambtenaar van de Staatsveiligheid is net onder verdachte omstandigheden overleden. De gerechtsdokter stelde ter plaatse vast dat het slachtoffer was gestikt door de 27 rauwe huismuseiëren (volgens insiders woedt er een ware bende-oorlog tussen de huismussen en de zwartkopjes) in zijn mond. Naast het lijk werden veren uit verschillende vachten aangetroffen, wat de gerechtelijke politie tot de overtuiging leidt dat het slachtoffer zich nog heeft verweerd alvorens te zijn bezweken tegenover een grote overmacht.

Op het politieke front wordt er op dit ogenblik stevig gedebatteerd achter gesloten deuren. Iedereen lijkt het erover eens dat uitwijzing geen optie meer is. Sinds een zelfmoordcommando zwartkopjes in ware kamikazestijl de helikopter van de kroonprins heeft aangevallen, kunnen zij op niet veel steun meer rekenen bij de publieke opinie. Alleen de broer van de kroonprins, die volgens paleiswatchers hartelijk om het helicoptervoorval moest lachen, zegt de zwartkopjes nog steeds zijn onvoorwaardelijke steun toe.

Experts ter zake zijn eensgezind: uitnijpen is de enige oplossing!
Dus eerst: en masse afslachten. Dan pluimen. Ingewanden eruit nijpen. Een uurtje braden met mosterd erover en serveren met béarnaise. Het is eten of gegeten worden!

Persoonlijkheid op vakantie

| 2 reacties | 0 TrackBacks

Zonder inspiratie zitten, denken: laat de lezers het halve werk doen, laat hun de koppen maar bedenken. Goed idee, denk je tevreden, leuke koppen bij de inzendingen. Eerste stukje schrijven: loopt lekker. Tweede stukje schrijven: als vanzelf.

De dag erna op je scherm zitten staren... met alleen maar een kop. Jezelf vervloeken dat je die titel eruitgepikt hebt. Er moeizaam een verhaaltje uitwringen over een kantoorklerk die de halve werkvloer uitmoordt. Het verhaaltje slecht vinden en weggooien. Terug op een blank scherm staren. Jezelf vervloeken met het achterlijke idee van die koppen, jezelf nog meer vervloeken om de deadlines. Iets anders gaan doen.

Ook de dagen erna andere dingen doen. Spijt hebben dat je dat slechte verhaaltje hebt weggegooid. Denken: webloggen is altijd spreken, ook als je niets te zeggen hebt. Een stukje van één zin schrijven. Ontdekken dat je meerdere zinnen nodig hebt.

Besluiten dat het niet lukt. Want ik schrijf mijn stukjes zoals niemand anders die schrijft. Soms goed, soms slecht, maar altijd met de druppels signatuur. Mijn persoonlijk stuk. En die persoonlijkheid laat zich niet op vakantie sturen, weet dat ik het geprobeerd heb de afgelopen dagen.

Ons kookboek

| 2 reacties | 0 TrackBacks

Byrge had er geen zin meer in. De dozen vulden zich maar traag. Zijn sinussen voelden alsof er breinaalden doorstaken. Hij nam een slok van de merkloze whiskey — Byrge had de fles gekocht nadat zij twee scheuten van zijn Glenndeveron had gebruikt om pannekoeken te flamberen.

Doelloos laadde hij verder in. Juwelen, kleren, pluche, boeken, CD's. Hij deed geen moeite om het te ordenen, Duran Duran belandde op een bordeaux bh. Een Grisham pocket tussen de oorbellen. Zij hadden verschillende smaken gehad, het had hem nooit gestoord.

Byrge dacht aan hun Eerste Keer en glimlachte. Hij zocht vruchteloos zijn geheugen af naar de Laatste Keer. Hij vulde de dozen verder. De breinaalden in zijn sinussen werden dolken. De dolken keuterden rond. De dolken stonden onder hoogspanning. Hij zocht naar Brufen. Vond alleen een onstekingswerend middel, slikte vijf pillen in een keer. En liet een handvol boeken vallen bij het vullen van de dozen.
Pagina 235 uit Ons Kookboek lag open. Het recept voor béarnaisesaus op de rechterbladzij. Een post it erbij geplakt: niet lekker, zwaar op de maag. Hij hield van die saus, maar was er nooit in geslaagd ze zelf te maken. Zij noemde hem een culinair barbaar, hij gaf haar gelijk.
Hun eerste jaar samen maakte ze de saus wekelijks voor hem. Dan sporadisch. Dan niet meer. Slagroom in bed had plaatsgemaakt voor het weekendnummertje zatderdagavond, het licht uit. Als hij niet teveel gedronken had en zij niet teveel gegeten.

Hij smeet Ons Kookboek in een witte kartonnen doos. Weg kookboek. Weg ons. Het vooruitzicht van een steak béarnaise kon hem niet opvrolijken.

Koppen

| 8 reacties | 0 TrackBacks

Het zijn de koppen! Zonder kop geen stuk. En de koppen staan heden niet bepaald te dringen om een plaatsje alhier. Mijn hoofd staat niet naar koppen, zo nu even. Daarom mag u koppen. Ja, u! Leest u vooral verder.

U schrijft de kop, ik het stukje. Simpel. Briljant. Bescheiden, ook.(*) Hoe dat praktisch in zijn werk gaat? Eenvoudig.

In de reacties hieronder schrijft u een kandidaat-kop. Vierentwintig uren na publicatie van dit stukje, worden de reacties afgesloten. Ik kies de leukste, of de origineelste, of de meest deprimerende kop eruit, en brei daar binnen nog 's vierentwintig uur een stukje aan. Zit er meer dan een sterke kop tussen, schrijf ik gewoon meer stukjes à ratio van een per dag. Alles staat of valt met uw inzendingen.

Voor mij een mooie manier om maar 's wat werk te delegeren. Voor u een eenmalige gelegenheid om de inhoud op dit log kopsgewijs naar uw hand te zetten.

Wij zijn benieuwd.

Update: wij zijn ondertussen 24 uur verder in de tijd. Comments op dit stukje zijn gesloten. De jury beraadslaagt in afzondering over de inzendingen. Aan alle deelnemers een welgemeend proficiat voor hun bijdrage.

Het Spook van de Gangenrokers

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Zij is slechts bekend bij een paar uitverkorenen. De personeelsdirecteur is een van hen: hij vult de administratieve gaatjes op wanneer Zij haar tol eist. De kuisvrouwen komen haar sporadisch tegen in een duister hoekje op hun parcours in de gangen. Vragen Haar dan met bevende stem of zij Haar niet storen en of ze excuseert en pardon alstublieft en als 't niet geneert efkes zou willen plaatsmaken. Beleefd schuift Zij dan opzij voor de dweil of de stofzuiger. Vroeger liet Ze het schoonmaakpersoneel wel 's schrikken (riep eenvoudig: Boe!), maar sinds er eentje aan een hartaanval was bezweken, was haar zelfs dat eenvoudige pleziertje niet meer gegund. Daarvoor was Zij niet aangenomen, had de personeelsdirecteur Haar streng vermaand. Zij verloekte deze tijden van het heilige Rendement. Arbeidsvreugde was er al lang niet meer bij.

In afwachting van haar brugpensioen doet Zij dan ook nog enkel wat strikt van haar verlangd wordt. In een enorme slok. Van de fanatieke roker die al drie waarschuwingen voor roken op de gang heeft genegeerd, wordt daarna niets meer vernomen.

De zondagsjager

| 5 reacties | 0 TrackBacks

Om vier uur 's nachts stond hij dan op. Gooide zijn zijden pyama in een hoekje en trok zijn wollen Damart ondergoed — onderbroek met pijpen tot aan de knieën — aan. Dikke wollen trui die prikte aan de binnenkant van zijn hals en een jeans erboven. Op zijn sloffen ging hij de trap af, knipoogde nog even naar zijn vrouw, die zoals gewoonlijk niet wakker was geworden.

De timer had zijn werk gedaan: het aroma van de koffie kwam hem al op de gang tegemoet. Hij at zijn boterhammen rechtopstaand.

Pas op de ring rond Brussel hoorde hij de tune van de nachtradio voor het eerst: hij glimlachte erbij. Om drie na zes verliet hij de autosnelweg aan Neufchâteau en om klokslag zeven uur stond hij aan de slagboom van het bosweggetje.

Hij pakte zijn donkergroene parka uit de koffer van de Range. Daarover gespte hij de jachtriem. Eerbiedig ritste hij het lederen etui open. Nam de zwartglimmende M98 Mauser eruit en schroefde er de zoeker op. Klaar voor wat komen zou.

De zon stond al hoog toen hij terug bij de plek was waar hij de zondag daarvoor de verse sporen van een hert had gevonden — een groot hert leidde hij af uit de tekening van de hoef. Al snel vond hij nieuwe sporen, nog geen dag oud. Het weerbericht had hem niet voorgelogen over de windrichting. Zijn hart bonsde tot in zijn keel: het hert kon niet veraf zijn, hij beeldde zich in dat hij het kon ruiken.

Een kwartier later lag hij verscholen achter een struik met zijn prooi in het vizier. Hij bewonderde de spieren van het dier dat zijn gewei schuurde tegen een boom. Langzaam legde hij zijn wijsvinger om de trekker. Hij wachtte af tot het dier even zijn richting uitkeek. Het dacht het even te zien verstijven toen hij de trekker overhaalde: perfect schot!
Seconden daarna begon het hert onverstoord te grazen. Nog even bewonderde hij de elegante tred van het beest en kroop toen voorzichtig achteruit uit zijn beschutting.

Teruggekomen bij de wagen, legde hij de nimmer geladen Mauser terug in het etui en reed gelukkig naar huis. De zondagsjager had een goede jacht gehad.

Ultra Violet

| 3 reacties

Die zomer zal de zomer van de afrekeningen geweest zijn: het was in die zomer dat druppels zich hadden verenigd in een Apocalyptische zondvloed die het Oude Continent in zeven dagen had overstroomd. Tranen werden rijkelijk vergoten, dure woorden gesproken en weer ingeslikt nog voor hun echo was uitgestorven. Die zomer was de eerste zomer na de val van de torens.
De zon was zeldzaam maar verzengend. Vakantiegangers schoven in monsterfiles aan voor de huidkanker die hen wachtte naast het zwembad.
Lijken uit de kasten van multinationale concerns spoelden in ijltempo aan op vervuilde stranden. Witte boorden op zwart zand. Die zomer was de opperfraudeur de machtigste man van de planeet.
Sirenes loeiden onafgebroken die zomer.
Sirenes lokten onweerstaanbaar die zomer.
Vrouwen zagen hun mannen in hartstochtelijke golven verdwijnen om nooit meer terug te komen. Kapiteins zagen hun vrouwen verzuipen omdat ze zich goede zwemmers wisten.
Die zomer ook liep zij naast hem onder de schuchter verlichte gang in het centrum van een onbeduidende stad. Vlakbij de toren die nooit was afgeraakt, spijts al de druppels van bloed, zweet en tranen die ervoor waren vergoten.
In het kleine licht in die langgerekte schaduw nam hij zich voor zijn geluk in haar schoot te leggen.

De verloren matras

| 8 reacties

De kale muren staarden haar nietszeggend aan. Het gehuil van een baby hadden zij nooit weerkaatst en nu maakten zij holle echo's van haar droge snikken. Uit haar rechterhand rookte een sigaret, een aspuntje viel eraf.
Door het gordijnloze raam zag zij de lage wolken voorbijschuiven. Aan de tip van haar espadril kroop een mier voorbij. Zij verbrijzelde hem met de opgerolde Flair en aanschouwde roerloos het resultaat van haar agressie.
'6 liptips met spiegeldoosje' titelde de pagina en op de foto eronder plakte het geplette lijkje op de foto van een donkerrode lippenpartij.
'Passionele moord', zei ze hardop.
Haar gedachten dwaalden af naar postbodes die twee keer belden en naar pluizige witte konijntjes die levend gekookt werden.
Zij werd ruw uit haar overpeinzingen gehaald door twee luide bonken op de deur. Door de deuropening verscheen de hoekige gestalte van een van de verhuizers. Hij grijnsde zijn vergeelde tanden bloot en zij voelde haar mond nijdig vertrekken van walging.
'We missen een matras.'
Zij staarde hem aan.
Hij pakte een verfrommeld papier uit de bovenzak van zijn overal en wees met een lange zwarte wijsvingernagel op de lijst. Onderaan zag zij de handtekening van de deurwaarder. Een tweede verhuizer verscheen in de deuropening.
-'Eenpersoonsmatras. Staat hier zwart op wit. En die is hier niet te vinden. Al de rest hebben we mee.'
Zij haalde haar schouders op en keek de andere kant op.
-'Zal ik hem zeggen dat er nog een matras beneden zat maar dat het niet meer de moeite was om die mee te pakken?'
Zij had hen nog horen schateren toen ze wegreden met de bestelwagen.