Recent verschenen in de categorie Lijflog

Breek de stilte

| 9 reacties | 0 TrackBacks

De stilte op druppels was dan als de Schreeuw van Munch: de longen uit het lijf roepend maar niemand die het hoort want een schilderij is stom. Dan weer was ze de aangeslagen toets van een Steinway waarvan de snaar gebroken was na de derde marathon van Rachmaninow. Meestal was de stilte het geluid van een man die niets te vertellen had.

Want er waren geen juiste woorden.

Woorden hadden geen zin. Woorden waren niet verantwoord want konden maar kwetsen. Zinnen dienden met de hand gestreeld in plaats van getikt op een toetsenbord. Woorden dienden gewikt en gewogen. Dan nog smaakten ze vaak bitterder dan de tranen die ik 's nachts van haar schokkende wang likte.

Was het begonnen met een dans, wij moesten verder op een slap koord. Krampachtig evenwicht. Staand applaus van de omstaanders toen wij vielen, elk in ons eigen vangnet. De Marche Funèbre als soundtrack voor twee bange beginners in het circus van de minnende clowns.
En wij lachten doorheen de tragedie van alle tijden terwijl wij onze wonden likten toen niemand toekeek.
Wij lachten tranen.

Tot wij de vier juiste woorden vonden lachten wij.

Met de vier juiste woorden braken wij de stilte. Met die vier woorden blaas ik druppels weer tot leven.

Ik zie u graag.

De slapende chauffeur

| 1 reactie | 0 TrackBacks

“De chauffeur is gaan slapen”, zegt zij, en haar kindervingertje wijst naar de poolster in de hemel boven de Cevennes. Zij verwart de ster met een vliegtuig. Denkt dat de piloot even gaan rusten is, het vliegtuig eenvoudig in de inktzwarte lucht heeft geparkeerd.

Dan gaat zij naar bed en met haar vader drink ik wijn aan het zwembad.

Wij praten.
Over de stage — de sensei is ouder geworden. Over zijn huis — nog een koper vinden en hij vertrekt naar een ander werelddeel. Over mijn lief — alsof zij nu op een andere planeet zit, ver voorbij de slapende chauffeur in de hemel.
Hij heeft het over zijn honden van vroeger, Rottweilers.
Wij lachen tranen tot de fles leeg is.

Ik kijk nog even naar het rimpelloze water. Dan omhoog. Met verre sterren op mijn netvlies sluit ik de deur van de gite.

Onder het maanlicht

| 4 reacties | 0 TrackBacks

En dan onder het maanlicht ja roepen. Je longen eruit schreeuwen in een woord, met de sterren een een straatkat als getuige. De laatste noot van een tango horen uitsterven over natte kasseien.

Ja, ik wil.

Ondeelbaar, eenduidig, rechtdoor. Als de eerste aanzet van de strijkstok op de viool. Als het staal dat het riet doorklieft. Als de pijl die de boog verlaat. Opgebouwde spanning tot ze ondraaglijk wordt, en dan de lucht doorklieven in een simpele lijn. Loslaten terwijl je uitademt.

In die ondeelbare tijd hopen op een zuiver akkoord, op riet dat niet knakt, op de pijl die zijn weg naar doel vindt. Weten dat je niet meer kan bijsturen. Maar vertrouwen op de ontspanning. Onderweg zijn.

Rechtdoor, de eenvoudige weg, stap voor stap na stap. Ja denken. In stilte, nu.

De straatkat vals horen miauwen.

De derde

| 2 reacties | 0 TrackBacks

Zij kijken uit over kaarsen bij een fles oude port. Rachmaninov wispeltuurt op de achtergrond. Een zwaard rust bij het raam.

Constant vuur, zegt de dichter, en hij kijkt naar het plafond.

De vechter rookt. Knikt. Waakvlammetje nu, zegt hij.

Zij weten hun beider schat boven onder het dons geborgen.
Luttele uren ervoor had zij de wonden van de dichter gelikt zoals haar vlammen zijn ziel: hij had ijdele woorden gesproken. Daarna had zij de vechter ontwapend toen die zich over zijn vriend ontfermde. Beiden hadden teruggedeinsd voor de allesverterende hitte van het vuur.

De dichter had geroepen.
De vechter had een vuist gemaakt.

Het vuur was hoger opgelaaid en de vlammen zouden de dichter en de vechter verteerd hebben als zij zich niet hadden verenigd in de minnaar die hield van de hitte. Die niet bang was van brandwonden. Die vuur met vuur bluste.

Die daarna geniet van Rachmaninov, oude port en kaarslicht.

Status update

| 2 reacties | 0 TrackBacks

't Is dat u erom vraagt. Hoe het met schrijver dezes gaat. Kom achteraf niet klagen dat u het niet had willen weten.

Het gaat namelijk goed met ons.

Ik tik dit berichtje aan het zwembad van ons hotel in Cannes. De zon schijnt, ons bureau heeft net twee leeuwen gewonnen en we staan op de shortlist voor nog een paar. Voor de lezers onder u die niet in de sector zitten — Cannes zijn de Olympische Spelen voor de creatieven in de reclame. De leeuwtjes zijn dan de medailles. Als u er meer over wil weten, Pietel blogt uitgebreid over het hele gebeuren.
's Avonds bij de uitreikingen zie je dan de absolute creatieve wereldtop. U begrijpt: wanneer je dan leeuwtjes krijgt, is dat een reden om te vieren. Uitgebreid.
Of dacht u dat Almodovar ook niet even de oude stad induikt wanneer hij zijn gouden palm gaat ophalen?

Als u dacht dat het daardoor goed met ons gaat, heeft u gelijk.
Maar het wordt beter.

U moet weten: ons stilzwijgen van de afgelopen weken had een paar redenen. Een ervan zijnde: door mijn onnavolgbare nonchalance was ik nogal wat kwijtgeraakt in een week tijd. Ik brak mijn zwaard en verloor mijn fototas met alles erin.
Tegelijk kreeg ik iets terug dat zeldzamer en kostbaarder is dan een eeuwenoude katana en de foto-uitrusting van de Carl Dekeyzers van deze planeet. Ik kreeg een blik terug die zie: ik ook van jou. Ik kreeg een geur terug die ik hier aan de Méditerranée ruik wanneer ik 's avonds door de oude stad in een steegje dwaal. Een gevoel van rust zoals vorige nacht wanneer ik de volle maan een witte streep over de zee zag trekken.

En dat verdient allemaal betere schrijfsels dan dit kramikkige stukje, maar u dient te begrijpen dat ik nu verwacht word in het zwembad.

Tot spoedig, met meer en beter.

Bed van genade

| 3 reacties | 0 TrackBacks

Met de zon brandend op mijn huid lees ik jou koud en warm blazen. Dat is geen verwijt, want ik overtref jou in de hitte en de kilte. En dat is mij moordend, want op het terrein van de twijfelaar speel ik uit.

Jij brak mijn weerstand met een fluwelen handschoen, waar ik een vuist had verwacht.

Je belt en laat een stilte. Ik zeg duizend en een dingen. Dat ik mijn huis had opgeruimd en nieuwe lakens had gelegd. Van de zeven stukjes die hier in draft stonden en dat ik ze allemaal weer had weggegooid. Dat ik je had willen bellen om te zeggen dat Sugar na een schitterende 12-ronder om stilte had gevraagd voor Hugo C. Over de merel die zijn nest heeft gebouwd onder het afdak bij de keuken van mijn moeder, en dat het mannetje zijn vrouwtje voederde terwijl zij de eiëren warm hield. Dat mijn voetbalploeg een spandoek had omhooggehouden met daarop ‘Want tranen hebben geen kleur’ voor de match begon. Van de lieve ex die een vriendin tongzoende toen ik binnenkwam en de muziek maar niks vond. Over het meisje met de trillende onderlip. Van wat ik gezien had in jouw ogen toen, in dat bed van genade, wat ik gevoeld had op jouw huid aan mijn vingertoppen.

Had ik de dingen ook nog hardop gezegd, ik had warm geblazen.

Warm als de saharawind die met een zucht zand verhaalt over de nomadenprins die zich laafde aan een fata morgana, ervan dronk en zijn dorst gelest wist.

36 en twee weken

| 6 reacties | 0 TrackBacks

Dat ik nu zoveel jaren telde als er zwarte toetsen op een pianoklavier staan, had in de uitnodiging gestaan. En dat druppels voor de gelegenheid maar 's bubbels mochten zijn.
Hoe dat voelt, die leeftijd, vraagt de schone op het feestje.

Alsof er nog muziek in zit, zeg ik.

Wanneer de golven van mijn eerste verzoeknummer over onze tafel aanspoelen, sluit ik de ogen en waan me op de oevers van de Mississippi waar het altijd zomert. Mijn vrienden zwaaien vanop een houten stomer en heffen mijn credo aan. In gedachten hef ik het glas Bourbon en toast op deze broeierige mannenwereld waar negerinnen in katoenvelden met de heupen wiegen. En met een slok bij de borrel plaatst een reus van een neger een dijk van een kanttekening en ik open de ogen. In deze wereld drink ik Cava. Hier zie ik de barkruk waar zij ooit zat.

“Jij leidt?” vraagt de kwezel wanneer ik haar bij de hand neem voor een trage dans.
“Altijd”, zeg ik en de vrouw wordt een meisje aan de toppen van mijn vingers terwijl ik mij haar in zwarte lingerie verbeeld. Vrouwe, leidt mij in bekoring, verlos haar van het brave. Een paar minder meegaande vrouwen volgen tot de maten versnellen.

Wanneer ik mijn ogen laat ronddwalen zie ik mensen dansen, lachen, drinken. Het is een goed jaar geweest. Ik kus en schud handen ten afscheid. Met een Masai schild, een rituele staf, twee Afrikaanse maskers en een boek onder de arm ga ik weg.

Thuis streel ik de hond. In de wetenschap dat er ook dit jaar gefeest wordt, slaap ik in.
Zij die gaan rocken, groeten u.

R.I.P. Hugo Claus

| 3 reacties | 0 TrackBacks

In de kamers stampte men tegen de parketvloer, iemand danste. Violet misschien, de koude tangolerares, tennisspeelster. Jia's shmink was goed aangebracht, door de kundige hand van Violet natuurlijk; de laag pan-cake, de glinsterende lippen bekleedden haar huid voorgoed nu. Hij riep allerlaatste banderillo's op, hij schreeuwde er om, maar het gevecht was al lang ten einde, wist hij toen.
‘Kinderen, iedereen moet nog zijn naam op mijn been zetten’, zei Banco. ‘In inkt, anders gaat het af.’
‘Blijf.’ Bijna onhoorbaar zei zij het. Hij kuste haar bezwete voorhoofd. ‘Ga niet. Nu niet, Edward.’
Onder de roodverlichte boog beneden stond de portier en nam zijn pet af.
‘Buenna notte.’
‘Buenna notte.’
Hij draaide zich niet meer om. Geen vlugge, scherpe hakken tegen de natte keien zouden volgen. Het was niet noodzakelijk, het gebeurde dus niet. ‘Hop’ zei hij, ‘naar het helder en grijs land daarboven.’

Hugo Claus (5 april 1929- 19 maart 2008)

Toen ik het nieuws hoorde in de auto, ben ik aan de kant gaan staan. Wanneer Anciaux zowel de schrijver als de mens Claus begon te bewieroken, vertrok ik met gierende banden naar huis. Tussen de nooit uitgepakte kartonnen dozen ging ik als een razende op zoek naar ‘De Verwondering’ waarvan ik de eerste paragrafen wilde citeren. In plaats daarvan vond ik ‘De Koele Minnaar’, dat stof aan het vergaren was tussen Kerouac, Bordewijk en Eco.
Bovenstaand citaat is de laatste bladzijde.

Daar is een idool gestorven. Vlaanderen verliest haar laatste leeuw. Mijn verdriet is groter dan België.

Doorn in het oog

| 4 reacties | 0 TrackBacks

Herinner je je de rozen nog in mijn voortuin? Uit mijn raam zie ik hun dorre takken wiegen in de wind. Geen rozen zonder doornen, dan toch wel doornen zonder bloemen.

Ik hou van rozen.

Ik weet niet of ik je dat ooit verteld heb. Bij deze, dus.

Wat je je niet kan herinneren zijn de bonsai's binnen. Ik heb er twee. De eerste kocht ik toen ik een kerstboom wilde gaan halen, de dag voor kerstavond. Er waren alleen nog dunne denneboompjes zonder wortel. De helft van hun naalden al kwijt: kerstboompjes op chemo. Ik vond dat geen vrolijkmakende gedachte, dus liet ik ze maar links liggen.
Wanneer ik de winkel wilde buitengaan zag ik de bonsai. Blakend en bloesemend. Met kerstavond heb ik een uur naar een boompje gekeken waar geeneens een heilige martelaar onder lag.

Zo komt het dat ik(!) een meubel(!) kocht(!) om dat boompje het altaar te geven dat het verdiende. Waarna ik opeens vond dat die 2 oude stoeltjes aan de eettafel daar niet meer bijpasten, dus kocht ik er vier andere. En omdat het boompje dan wat verloren stond op dat altaar, kocht ik er een tweede bonsai bij. Toen besloot ik dat de muren daar toch wat te kaal waren en ging ik naar een Chinese winkel om Oosterse calligrafieën.
Waarmee de lege vensterbank mij begon te irriteren.
Dus kocht ik eindelijk een katana: het zwaard staat er nu prachtig tussen twee glazen theelichthoudertjes.

Toen was het geld ongeveer op.

Vandaag snoeide ik een van de boompjes bij. Met genoeg geduld en een beetje water op zijn tijd heb je een boompje dat er precies zo uitziet als jij wil. En dat herinner je je vast en zeker: ik kan dat wel hebben, dat de dingen eruitzien zoals ik wil.

Maar toch: met Valentijn kreeg ik dan weer een roos.
Twee weken later stond ze verslenst in een vaasje; ik moest dan aan jou denken.
Ik heb ze doormidden gehakt met het zwaard.

Jij was altijd al mijn favoriete doorn in het oog.

Rebel zonder reden

| 7 reacties | 0 TrackBacks

Frédéric 18 jaar oud
“Herinner je je deze?” vraagt een vriend in een mail. Ik was hem bijna vergeten, maar de foto slaat mij een half leven terug in de tijd. Ik herinner mij.

Ik ben achttien en niemand kan mij iets leren. School is een ramp. Ik woon samen met een meisje dat valt op een arrogante betweter.

Buitengegooid uit het college en aan het aanmodderen in het kunstonderwijs. Thuis weg en al een jaar samen met een meisje in Vilvoorde dat zes jaar ouder is. Zij heeft een goeie job en biedt mij onderdak, koopt mijn kleren, en laat mij met haar auto rijden nog voor ik een rijbewijs heb. Wij gaan op vakantie naar de kastelen van de Loire. Op gezette tijden dinneren wij met haar familie in restaurants met een ster. Wij pikken een Carmina Burana mee via de Lions club van haar tante. Ik praat nog over vechtsporten maar train al meer dan twee jaar niet meer. Op zondag wassen wij de auto en gaan wij koffie drinken. Met goed weer gaan wij kijken naar de tennistoernooien van haar broer. Met hem speel ik af en toe een partijtje snooker.

Ik draag docksides, jeans en kostuumvesten.
Ik lees Wolkers en Mulisch.
Op een namiddag tijdens de examens lees ik haar brieven en dagboeken.

Na een maand vakantiewerk koop ik een crossmotor, die ik thuis nooit mocht hebben omdat de broer van mijn moeder zich had doodgereden met zo'n machine. Na twee weken rijd ik de cilinder vast.

Een keer per week zie ik nog een vriend uit Mechelen. Wij luisteren dan wat naar de platen die hij die week heeft gekocht: soms leeft hij een weekend op chips om toch maar de debuutelpee van The The te kunnen kopen, of een nieuwe van The Smiths. Tussendoor vertelt hij mij over de andere vrienden, die ik niet meer zie. Ik luister dan en zeg hem dat we naar een Carmina Burana zijn gaan zien. Hij fronst maar houdt zijn mond en neemt een foto.

Op een namiddag lopen we in de stad. Ik zeg hem dat we de ruiten van het college maar 's moesten gaan ingooien.
“Eindelijk!” zegt hij, “Ik dacht al dat we je kwijt waren.”

Het prinsesje dat licht geeft

| 6 reacties | 0 TrackBacks

Zij is een prinsesje met lange gouden haren en een plastieken kroontje. Morgen gaat zij trouwen met haar prins, karton gekroond. In afwachting van de plechtigheid gaan zij samen in bad.

Het water spettert dat het een lieve lust is, en af en toe roepen zij om het hardst hun mama's.

Ondertussen luister ik in zachte kussens gelegen naar vioolconcerto's van Mozart. Muziek voor koningen. Een mama schenkt champagne bij in mijn glas en wordt in de badkamer geroepen. Ik sluit de ogen. Dit had niet in mijn kaarten gestaan, dat ik mij de koning te rijk ging voelen. Misschien moest ik nu maar 's echt werk gaan maken van een comfortabel salon. Misschien moest ik 's wat anders van Mozart gaan kopen dan zijn requiem.

De kroon is ontbloot wanneer zij de living binnenloopt: een plastieken koninkrijk gesneuveld in een badkamer. Zij onderbreekt de zoektocht naar haar prins abrupt wanneer zij de muziek hoort. Drie-vier maten wiegt zij mee op de strijkers.
Dan zoekt ze verder.

Wanneer haar prins gaat slapen, speelt zij met een rood lichtje. “Met Halloween gekregen,” zegt de moeder. Het kind proeft het licht. Houdt het lichtje tegen de binnenkanet van haar wang die rood oplicht. Dan ruikt zij het licht. Dan kirt het kind.

Dan gaat het lichtgevende prinsesje slapen.
Morgen wacht haar een zware dag.
Mozart zou er een mis voor moeten schrijven.

Het jaar van de oestrogenen

| 5 reacties | 0 TrackBacks

2008 is al een uur of acht oud wanneer ik het ziekenhuis binnenwandel met een nerveuze serveuse aan mijn zij. De vrouw aan de infobalie verwijst ons door naar de spoed: daar staat haar vriendje, windels rond het hoofd, bloed op zijn shirt. Zichzelf het nieuwe jaar laten inslaan.

Zelf hadden wij goed gevierd. Vijf gangen, Champagne en wijn. Na het restaurant naar de feestzaal, net op tijd voor de Countdown. Daar het meisje gaan opzoeken dat over mij aan tafel had gezeten, haar met drie kussen een schitterend 2008 toegewenst. Dan de twee vrienden vervoegd die zich tijdens de aftelling van een plaatsje aan de toog hadden verzekerd. Daarna: gedanst, gedronken, gerookt, geflirt, gedanst, gedronken. Een meisje wandelen gestuurd dat mij op het hart drukte dat ik niet zo verlegen moest zijn. Dan ging ik de stad veroveren.

Plots gaat de deur van de wachtkamer open: drie jongens strompelen binnen. Gezichten lelijk toegetakeld, pijnlijke grimassen bij elke beweging, bloed op hun kleren. Net in mekaar geslagen door een paar mannen. Zij weten niet waarom. Ik wens hen, de serveuse en haar vriendje het beste en rij naar de bakker om koffiekoeken.

In de stad was het feest nog volop aan de gang geweest op de Vismarkt. Een vriend had staan dansen met een discobal op zijn hoofd en een sigaar in de mond. Het meisje dat ik had willen kussen zei dat ze sinds twee dagen een nieuwe vriend had. Wat later had ik met de serveuse in de auto gezeten, langzaam op weg naar de spoed.

Thuis lees ik op mijn scherm de aanzet van een stukje. Dat in 2007 het geweld dichterbij was gekomen, stond er. Met een paar voorbeelden erbij: de zaak Van Themsche, de MP3 moord, de moord voor een paar sigaretten. Ik moet lachen wanneer ik lees hoe ik me had vastgeschreven. Er staat iets hoogdravend over de radicalisering van standpunten als oorzaak van dat toenemend geweld. Zo'n zinnen beginnen schrijven wanneer je binnen een half uur op restaurant verwacht wordt, is een gegarandeerd recept om je eigen deadlines niet te halen.

In 2008 is het geweld dan al dichtbij gekomen, tot dusver had het met ideeën niet veel uitstaans. Met testosteron daarentegen des te meer. Dat er wat meer oestrogenen 2008 mogen binnensijpelen, wens ik dan, druppelsgewijs.

Dag dromen

| 8 reacties | 0 TrackBacks

Met open ogen zie ik de mensen. De strever die het hoge woord voert maar zich geen mening durft te veroorloven. Het koppel in het restaurant, hij kijkt op zijn horloge, zij kauwt de jaren monotoon weg. Het meisje dat een paar decibels te hard lacht en champagne bestelt in een café. De oude vrouw die zich over het zebrapad haast om niet te lang in de weg te staan van mensen die nog ergens te laat kunnen komen. De ogen van de politicus die redding zoekt in zijn entourage en een seconde te laat naar de camera wuift wanneer hij zijn rug al gedraaid heeft.

De vriend die te laat wegkijkt en van onderwerp verandert — ik heb de verontwaardiging gezien. Een stem die even beeft bij een verhaal over vroeger. Het gespannen trekje om de mond bij de zalvende woorden, net te snel uitgesproken. De beet op de onderlip voor de zin die begint met: “Dit is geen verwijt, maar...” De stap die haar ritme verliest wanneer zij voorbij mijn tafel komt. De hand die zich ogenblikkelijk herstelt wanneer zij naast de fles grijpt. De oogleden die lang dichtblijven wanneer hij een ferme slok neemt. Een acteur die de schaterlach uit zijn keel wringt.

Met de ogen dicht zie ik haar volmaakt en val in slaap.

Overbelicht

| 5 reacties | 0 TrackBacks

De foto is overbelicht. Haar voeten staan in een zee van wit zand, zwarte schoenen en handtas ernaast. Vogelperspectief: ik had op een golfbreker gestaan. Ik had erbij gestaan en ernaar gekeken en op de ontspanner gedrukt zonder de instellingen te controleren. Vanzelf.

Ik zit erbij en kijk ernaar.

Wat wil ik dat meisje van op de foto vertellen over gisteren, over het meisje dat glanzende lipgloss had aangesmeerd en had gevraagd of het mooi was. En nee, dat ik nog steeds niet van blinkende lippen hou, maar dat ik het gemeend had toen ik had gezegd dat zij schitterend was — toen had zij mij vragend aangekeken en dan was die glimlach gekomen.
Die glimlach zei: een man wordt nooit oud genoeg voor een vrouw die het kleurenpalet van haar kledij kan harmoniëren met haar teint en oogschaduw. Laat andere mannen een vrouw van de wereld wanneer ik dit meisje met de glanzende lippen meeneem.

En ik vertel de fout belichte foto hoe het een toestand was geweest, met mij die daar in de modder stond met een fles nieuwe Beaujolais, aan mijn vuile schoenen voelend dat de timing niet goed zat. En dat zij dat ook had gevoeld en dat het maar beter zo was geweest, want dat de timing deze keer juist moet zijn.

Precies, tot op een fractie van een honderdste van een seconde. Zo juist dat ik niets meer hoef op te biechten aan een foto waarvan de timing minstens twee volle stops ernaast was geweest, waarvan alle nuances nog maar een vage herinnering zijn die nooit het negatief gehaald hebben.

Druppels on stage

| 6 reacties | 0 TrackBacks

Uit de mailbox deze ochtend:

Geachte Meneer De Vries,

mijn naam is XXXXX XXXXX en ik ben acteur.
Nu heb ik een vraagje voor u,ik heb u monoloog gelezen van DE OGEN VAN BERNARD.Ik vind deze monoloog SUPER,maar echt SUPER!!!Nu is mijn vraag;mag ik deze monoloog voordragen op mijn audities,aangepast in verschillende dialecten?Natuurlijk komt bij elke auditie u naam terug en staat u schriftelijk vermeld.Ik weet dat deze monologen u eigendom zijn en daarom deze vraag,ik hoop echt dat u ermee instemt en ik vind het formidabel hoe u de dingen neerschrijft.Als u wenst kan ik u een voice sample toesturen van u monoloog.In afwachting van een positief mailtje,wacht ik op u reactie.

Met vriendelijke groet,
XXXXX XXXXX

Dat dat zeker mag, natuurlijk. Dat druppels aldus écht multimediaal gaat. En dat we erg benieuwd zijn naar die voicesample.

Van dromen en witte russen

| 6 reacties | 0 TrackBacks

“Ik heb van jou gedroomd,” zegt de cafébazin wanneer zij mijn Corona op tafel zet, en het idee maakt mij vrolijk, want zij, zij is een mooie vrouw. En ik had haar zenuwachtig gemaakt, in haar droom: ik had om een cocktail gevraagd die zij niet kon maken. (Zo ben ik dan wel weer, en al zeker in andermans dromen.)

En ik, die zelf nagenoeg nooit droom, of ze mij dan toch nooit kan herinneren, ik had een paar dagen daarvoor van een ander gedroomd. En die ander, dat waren er eigenlijk twee geweest: een ex en een meisje dat ik pas had leren kennen. Dat meisje deed mij hard denken aan die ex. Die twee gingen dan naadloos in mekaar over in de droom: dat was erg mooi geweest, zoals het alleen in een goeie droom of een slechte film gebeurt.

Drie koffies na het ontwaken had die idiote grijns nog altijd om mijn lippen gespeeld. Dan was de nevel stilaan opgetrokken, de wolken hadden vaste contouren gekregen. De ex werd terug een ex, en het meisje terug een vrouw die veel te vroeg een scheiding aan het verwerken was.

Gelukkig waken een duivel en een god er in gemeenschappelijk front over dat ik niet te vaak droom. Een vriend vertelde mij een paar dagen geleden dat de ex ondertussen getrouwd was, nu nog geen maand geleden. “Voor het huis,” voegt hij eraan toe, “de notaris had gezegd dat dat beter was.”
“Tot de spauwmuur ons scheidt, in tijden van verbouwingen en overstromende kelders,” hadden de geloften geluid.

Nu dorst ik naar zoet vuur om een droge keel te laven. De white russian die ik bestel, staat niet op de kaart. Ik krijg een passionele middenvinger van de mooie cafébazin.

Koekoeroekoe Duif

| 10 reacties | 0 TrackBacks

Omdat de film zo mooi is. Omdat er een scène met muziek inzit die beklijft. Omdat een collega de muziek op CD had. Omdat je er sindsdien dagelijks naar luistert en het nog altijd niets heeft ingeboet aan ontroering. Omdat, wanneer je de tekst ging opzoeken — oh, wonder, je vond zelfs een nederlandse vertaling — je nog 's kippevel kreeg. Omdat je op Last FM een fragmentje vond dat je kan delen op je weblog. Omdat het egoistisch zou zijn om zo'n schoonheid alleen voor jezelf te houden.

Cucurrucucú Paloma

Caetano Veloso

Ze zeggen dat hij de nacht alleen nog maar
huilend doorbracht
Ze zeggen dat hij niet at
Hij bracht de tijd al drinkende door
Ze zweren dat zelfs de hemel
huiverde toen ze van zijn verdriet vernamen
zó leed hij voor haar
en tot zijn dood bleef hij haar roepen:

Aï, aï, aï, aï, aï, zong hij
Aï, aï, aï, aï, aï, jammerde hij
Aï, aï, aï, aï, aï, zong hij

Hij stierf aan dodelijke passie
Dat een trieste duif
erg vroeg in de ochtend voor haar zal zingen
voor het eenzame huisje
met al zijn deurtjes open

Ze zweren dat het die duif is
Het is niet meer dan zijn ziel
die nog steeds wacht
Opdat de ongelukkige terugkeert
Koekoeroekoe duif, koekoeroekoe huil niet
Wat zullen de stenen, duif
Ooit van de liefde weten?
Koekoeroekoe, koekoeroekoe
Koekoeroekoe, koekoeroekoe
Koekoeroekoe, duif, nu huilt hij niet meer om jou

Caetano VelosoCucurrucucu Paloma

Oorspronkelijke tekst

Genoeg

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Je kan de Bugatti Veyron laten chiptunen. Voor wie aan 1001 pk niet genoeg heeft. Wikipedia zegt: een paardekracht is het vermogen dat je nodig hebt om 75 kilogram een meter per seconde te doen bewegen. Een Veyron kan dus 75 ton bewegen tegen een meter per seconde. Vertaal: een topsnelheid van +400, in 7,3 seconden naar de tweehonderd per uur.

Dat wil je dan gaan chiptunen.

Er waren grotschilderingen, rooksignalen, stenen tafelen, beschreven perkament, papier, copiërende monikken, boekdrukkunst, digitale druk, gopher, www, email, weblogs, instant messaging, facebook. Want weblogs heette instant publishing, maar we moesten ze nog wel volpennen. Met facebook moeten we nog: klikken.
Eye tracking is de volgende stap. Waar we naar kijken, dat wordt gepubliceerd; knipperen met de ogen om de confirm box aan te klikken. Microsoft experimenteert met hersenscans om feedback te krijgen op nieuwe interfaces.

Google legt daar dan logfiles van aan.

Je hart gaat racen omdat het meisje ja zegt wanneer je met haar wil dansen, de eerste keer. De volgende thrill is de kus. Pas geëvenaard met de tong. Handenwerk, curves voelen, huid. Ruiken, zoals je nog nooit iemand geroken hebt. Lichaam tegen lichaam, naakt. Extase. Lichaam in lichaam. Opnieuw en opnieuw en opnieuw. Dan: de variaties. Andere posities, timing, plaatsen. Variatie van partner, nieuwe vrouw, nieuwe kus, nieuwe geur, andere huid, andere lijnen. Een halstekening: we worden gek. Een kuit: verliefd. Haar zweet: extatisch. Een stem een lokroep een sirene.

Een opgedreven Veyron is mij te snel. Instanter dan Facebook word ik niet. Maar bind mij vast aan de mast wanneer de sirenes roepen.

Zondag (II)

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Zeven jaar studeren,
Een dure eed zweren
"Plechtig, vrijwillig
en op het woord van eer"

Dat gij het leven ging eerbiedigen

De beste tweede keeper van het dorp
Gij zei het zelf
De zatste dokter in de wijde omtrek
Dat zeiden de anderen

En wij lachten meewarig

Zoals ook gij lachte met de anderen
Die hoog draafden over politiek
Wijl gij vertelde over de praktijk
Drie griepkes binnen 't half jaar:

Dan moest ge naar een koffietafel

Vierde keer was dan de goeie keer
— geen slechter patiënt dan een dokter
En ik vraag mij af
Wat waart gij het meest?

The very last Samurai (dag 8)

| 2 reacties | 0 TrackBacks

Voormiddag
“Muhammed Saotome,” grapt Saotome. Hij danst al jabbend rond zijn uke. We leren een swing en een uppercut afweren. Er komen weer trappen bij kijken. Mae geri’s en low kicks. Duiken als in het boksen. Ik train het gelaten: dit werk ligt mij, maar ik ben eigenlijk hier om niet zo te hoeven vechten. Als ik dit wil leren ga ik naar een karateclub, of kickboksen.
Een Duitse groet mij om met haar te trainen. Wanneer ik hevig inkom, zie ik haar panikkeren. Ik probeer haar gerust te stellen: “No worries, I won’t hit you.
Zij excuseert zich, zegt dat zij vandaag al serieus geraakt werd. Ik zie inderdaad een dikke lip.
Van Peter hoor ik dat een andere Duitse vol in het gezicht werd geraakt. Een Fransman waar ik mee had getraind staat met een blauw oog op de mat. Een yudansha waar ik mee had getraind heeft een bloedrand rond de ogen... Sensei maant op geen enkel ogenblik aan tot meer controle. Hij komt mij integendeel nog even corrigeren wanneer ik een tegenstander geen elleboogstoot verkoop, maar mij beperk tot hem uit balans te brengen. Ik denk even aan Mathama Gandhi wanneer wij de les afgroeten.
Op het einde van de les mogen Peter en ik even mee uke zijn voor een aanval met vier man. Bij de eerste oefening werpt hij ons allevier tegelijk. Bij de tweede poging vraagt hij ons zo dicht mogelijk rond hem te gaan staan en mekaar vast te houden met hem ertussenin geklemd.
Het is een grapje: hij trapt en slaat ons allevier tussen de benen — gelukkig voldoende zacht zodat ik er ook nog om kan lachen.

The very last Samurai (dag 7)

| 2 reacties | 0 TrackBacks

Voormiddag
“Jo,” de korte stok. 1 meter 20 slaghout. Het begin van de les is een spiegelkata. Twee keer steken en afweren, twee zijwaartse slagen naar het hoofd, een slag naar de knie en een afweer die de steek van partner naar de grond slaat. Het mooie van de kata is dat je hem met zijn tweeën kan beoefenen en alle twee precies hetzelfde doet en op het einde van de kata eenvoudig van kant verwisselt, zodat je hem onafgebroken kan blijven oefenen. Peter en ik oefenen hem rustig en ritmisch in. Omdat de les weer in 2 groepen is opgesplitst, krijgen we de kans om te zien wat de anderen ervan terecht brengen. Veel aikidoka's trainen duidelijk niet vaak met wapens. Een andere groep zwaait wild en hard met de stok in het rond.
Wanneer wij terug aan de beurt zijn, hoor ik een droge ‘tok’ die niet klinkt als het geluid van 2 stokken die mekaar raken. Dan dringt pas de schreeuw door van het meisje dat naast ons staat te trainen. Ik zie haar in mekaar stuiken op de mat met haar handen op het gelaat. Iedereen in een straal van 10 meter stopt eventjes met trainen: het meisje wordt door een paar aikidoka's van de mat begeleid. Waarom zegt Sensei niet even iets over controle wanneer je met wapens werkt? Een donderpreek zou hier en nu zeker op zijn plaats zijn.
Na de spiegelkata's trainen wij jo-dori. Wij leren 4 mogelijkheden om ongewapend te reageren op een aanval met de stok. Rondom ons uiten een paar aikidoka's hun bewondering voor ons werk (alweer: de verdienste ligt bij Peter). Dit is weer werk dat wij graag doen. Het loopt geolied.
Na de pauze trainen we ontwapeningstechnieken. Wij hebben er plezier in.

The very last Samurai (dag 6)

| 2 reacties | 0 TrackBacks

Voormiddag
Je staat tegen een muur. Of in een lift. Je hebt geen ruimte om grote instapbewegingen te maken. Of je wil gewoon blijven staan waar je staat: “be.Stand your ground, ga de aanval niet uit de weg, dat oefenen we nu. De aanval van dienst is een vuistslag naar het aangezicht of een steek met de jo (korte stok) naar de middenzone. Onze voeten moeten ter plaatse blijven staan: alles moet uit de heupen en de benen komen. Dit soort werk ligt me. Eerst train ik met de leraar van de plaatselijke club; zijn slagen noch de steken komen aan, terwijl ik meestal mooi het centrum kan overnemen. Zelf raak ik hem een paar keren; de leraar neemt het vrij sportief op. Vervelend is wel: als de aanvaller niet diep inkomt, kan je de afstand niet aanpassen omdat je je voeten niet mag verplaatsten. Sensei heeft geluk met zijn uke: de man springt soms eenvoudig tot in de zone waar Sensei hem desnoods met een vinger kan vloeren.
Bij een volgende partner maak ik een domme fout: ik verlies even de controle over mijn voetverplaatsing waardoor ik partner op het einde van de beweging op de kin sla — een soort gedrag waar Peter en ik me al sinds het begin van de stage aan ergeren sinds het begin van de stage bij een paar middelmatige aikidoka’s waar de testosteron van afloopt. Het vraagt geen enkele vaardigheid om een partner zwaar op zijn gezicht te slaan wanneer die erop vertrouwt dat jij je beweging controleert.
Ik excuseer me tegenover mijn partner en kijk even naar het portret van O Sensei. Ik excuseer mij tegenover zijn foto: hij vond dit de grootste zonde. (Het is iets dat ik wel vaker doe. Wanneer de training niet goed gaat, wanneer ik te vaak mijn concentratie verlies, wanneer ik het niet eens ben met de leraar: dan praat ik met O Sensei. Zijn portret dat in elke dojo hangt geeft me een soort ritueel houvast. Ik vraag me af of anderen dat ook doen.)
Daarna train ik met een meisje dat veel indruk had gemaakt op mij toen Sensei haar eergisteren een boken naar het hoofd had geslagen en zij ijzig was blijven zitten, in wat perfecte aanvaarding had geleken; zij had zelfs niet met de ogen geknipperd.
Samen knoeien we wat met een paar ingewikkelde klemmen en worpen, en zij zoekt voortdurend naar oplossingen, die ze vaak op gevoel snel vindt.

The very last Samurai (dag 5)

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Voormiddag
“Tanto,” wordt er van ons gevraagd, het korte mes. Peter heeft zijn tanto niet bij, en met de preek van de Sensei over de zwaarden in het achterhoofd, besluit hij de mat niet op te komen. Hij zal de les bekijken vanop de tribune.
Sensei opent de les met het hara-kiri ritueel. En hij benadrukt weer erg hard dat we de houten messen moeten zien als ‘live blades.’ Dat we eigenlijk dood zijn wanneer onze techniek niet correct is. Sensei krijgt maar niet genoeg van het vertellen over de warrior- of Samurai-spirit.
De technieken die we leren zijn ontwapeningsoefeningen. Zaak van binnen- of buitenkant te kiezen, partner eventueel afleiden met een slag dan de techniek uit te voeren. Mijn partner vindt het vooral zaak om de klemmen hard aan te zetten en veel tijd te besteden aan de immobilisatie op de grond. Zelf probeer ik vooral ogenblikkelijk een kant te kiezen, op de juiste afstand te komen en controle te krijgen over de arm die het mes vasthoudt.
Na de pauze gaat de Sensei verder met de ontwapeningstechnieken, maar legt hij de nadruk op de ‘Aiki’ in de beweging. Vanuit een onbevreesde houding direct instappen in de aanval en de baas te blijven in heel de beweging.
De houding lukt me, het baas worden meestal niet; telkens de aanval ingezet wordt, krijg ik een stressmoment dat mijn beweging breekt.
Peter vat mijn prestatie samen als: “twee bewegingen deed je volledig verkeerd en je krampt nog altijd even samen voor je de beweging inzet: veel aiki was daar niet bij.”
Ik hoop dat onze enige vrije namiddag van de stage mij goed zal doen.

The very last Samurai (dag 4)

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Voormiddag
Sensei test de discipline: hij begint ’s morgens nog 10 minuten vroeger dan voorzien. De les gaat over de feedback in de ongewapende technieken, die hij als geen ander beheerst. Demonstraties hiervan geven aan buitenstaanders dikwijls het gevoel dat aikido fake is, precies omdat ze de indruk van bovenmenselijke krachten wekken. Saotome is een van de enigen die er niet geheimzinnig over doet, maar ons precies probeert aan te leren hoe je de magische worpen uit je mouw kan schudden.
Het principe erachter: elke aanval heeft een ogenblik van instabiliteit, zowel in de beweging als net voor het einde. Zelfs de meest geoefende karateka trekt zijn aanvallende vuist minstens een paar millimeter terug op het einde van de slag; die opening is genoeg voor sensei om alle energie van de slag terug te duwen in het centrum van zijn aanvaller. Stap op dat ogenblik correct in, gebruik je ademahlingskracht ten volle en partner vliegt meters achteruit. De feedback is het precies aanvoelen van dat moment en daar in de juiste richting op te reageren. Dit is waarom deze seminaries wel ’s als de universiteit van aikido worden beschouwd. De zeldzame keren dat mijn timing juist is, mis ik meestal het exacte richtingsgevoel. Ik troost me met het idee dat de meeste van mijn trainingspartners er even hard mee worstelen als ikzelf. Wanneer ik naar Peter kijk, zie ik dat Sensei hem vraagt om even zijn feedback gevoeligheid te oefenen. Met de handen tegen mekaar volgen ze mekaar sierlijk, tot Peter de beweging stopt en Sensei valt. “You mean!” zegt Sensei lachend wanneer hij rechtstaat.
Daarna ontaardt de training weer in karatelessen. We trappen mae geri’s (voorwaartse trappen) dat het een lieve lust is en werken af met ellebogen, knieën en vuistslagen. Ik probeer het als een oefening op plaatsing en timing te zien. Rondom mij zie ik mensen uit balans staan wanneer ze hoge trappen proberen. Ellebogen rammen hard op borstkassen en ik trap zelf twee keer in de ribben van mijn partner wanneer die niet snel genoeg weg is. “waar is hier de aikido?” vraag ik me af. Ik besluit niet meer af te werken met de vuist of de elleboog maar tik mijn partner gewoon aan op het voorhoofd en op de knie om te testen of mijn afstanden kloppen.

The very last Samurai (dag 3)

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Voormiddag
Een slag naar je hoofd ontwijken door naar je aanvaller toe te stappen en tegelijk rond je as te draaien in tegengestelde richting van de slag: het is een beproefde verplaatsing die mij altijd moeite kost. Het vraagt een zelfoverwinning: je stapt in tot voor de aanvaller en keert hem op het moment van de slag zelf je rug toe terwijl je wegkijkt van de aanval. Het lijkt allemaal onlogisch, maar wanneer de timing en afstand juist zitten, kom je op een erg interessante plaatsing ten opzichte van de partner.
De afwerking die erop volgt, is vaak een vuistslag, trap, elleboogstoot of een harde worp. Ook nu weer gaat een meisje wenend de mat af. Tijdens de pauze horen wij een leraar klagen dat hij wat oud wordt voor dit soort werk. Af en toe zie ik twee aanvallers hard op mekaar botsen, gelukkig zonder al te ernstige gevolgen.
Ik hoop dat de namiddagsessie anders wordt: mijn karate kid obsessie ligt al meer dan een decennium achter mij.
Op het einde van de training merk ik wel dat ik de instapbeweging ondertussen vlot en zonder aarzeling maak: misschien precies door dat snelle trappen en slaan?

The very last Samurai (dag 2)

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Voormiddag
Saotome Sensei is ook een gedegen karateka, en hij laat dat graag zien. Irimi, bezweert hij ons: in de aanval stappen, nooit vluchten. Daar moet jij staan, in het centrum van de beweging.
Be!” zegt hij, “Go there, and be!
Het is de Matrix-les van Morpheus aan Neo: “Don’t think you are. Know you are.
In dat centrum besluit sensei deze les steevast met een trap of een vuistslag. Al zijn op dat ogenblik alle opties eigenlijk open. Ik probeer nog ’s een paar hoge trappen en ben er even trots op dat ik ze nog uit mijn benen kan schudden, hoewel ik er al jaren niet meer op train.
Na een tijdje wil ik liever de zuivere aikidobewegingen terug doen, het lijkt teveel op een halfzachte karatedemonstratie. Ik zal mijn zin niet krijgen: de hele voormiddag zullen wij voornamelijk blijven slaan en trappen, en kopstoten geven.
Een Fransman zegt me dat zij een naam hebben voor die laatste beweging: “yokomen uchi Zidane.”

The very last Samurai (dag 1)

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Voor wie er wat aan heeft volgt hier de komende dagen het stageverslag over de Aikido stage van Saotome Shihan in Le Vigan in afleveringen. Verwacht geen hoogstaande schrijfsels: het nauwelijks bewerkte losse notities die ik maakte na de les. Na deze afleveringen gaan we over tot de orde van de dag.

Voormiddag
In seiza wachten wij met een paar honderd man op de komst van Mitsugi Saotome. De sensei is al 70, maar dat is een weinigzeggend cijfer voor een meester. Veelzeggender is misschien de 10 van het aantal dans dat hij heeft verzameld: de allerhoogste graad. Of de vijftig: het aantal jaar dat hij al full-time Aikido beoefent, waarvan twintig jaar als rechtstreekse leerling bij de stichter van aikido, O Sensei. De 3 boeken die hij geschreven heeft. De schatten die hij heeft bijgedragen aan het wapenwerk.

Ik hoor de Mistral buiten blazen wanneer hij binnenkomt. En dan: het schuiven van zijn voeten over de mat.
Bonjour,” zegt hij na de traditionele groet. “How are you?
“Good,” zegt de zaal en de les begint.
“Aikido is peace. Aikido is harmony. Aikido is: communicating with the other one.”
Zegt sensei.

Dan vertaalt hij zijn onderricht in technieken. Uke, de aanvaller, slaat met de vuist. Hard. Sensei controleert de slag met een wijsvinger. Werpt dan met de andere wijsvinger. Laat daarop de techniek zien met een volle hand. En zegt ons dat we mogen kiezen: “welke techniek is het meest effectief?”
Met de vingers is het een koud kunstje, met de volle hand krijg je in uke geen beweging. Het voelt alsof wij aan het toveren zijn: Harry Potter voor een uurtje.
Het contrast tussen de agressieve aanvallen (shomen, zwaardslaghand, chudan en jodan ski, vuistslagen op middel- en gezichtshoogte) en de zachte verdedigingen, daar draait het om. Energie absorberen en teruggeven. Destabiliseren door een eenvoudige zachte hand op de schouder, de elleboog, een tikje tegen de knie.
Deze technieken vragen een uitstekende inschatting van de aanval, een precieze timing en een subtiel aanvoelen van de zwakke momenten in de balans van de aanvaller: met het laatste worstel ik voortdurend.
Dit is aikido op zijn best: een aanval beheersd maar volledig controleren zonder een spoor van agressie of lompe kracht.
“Be like a river,” zet sensei. “Continiousyly change speed, adapt to circumstances, but always keep flowing.”
Een andere boodschap die Saotome ons wil meegeven: “Aikido is no style.” Waarop hij een parodie maakt van een paar bekende scholen die erg vormgericht werken. “Or yes, I have one favorite style: it’s called Monty Python,” en hij toont een combinatie van Aikido meets the Ministry of silly walks.

De eerste les van het seminarie is alles wat ik ervan had gehoopt.

Vakantiemededeling

| 3 reacties | 0 TrackBacks

Niet dat het voor u veel verschil gaat uitmaken, beste lezer, maar uw dienaar vertrekt binnen 3 uur op vakantie. Locatie: Le Vigan, in het zuiden van de Franse Pyreneeën. Doel: een 9 daags seminarie van Saotome Sensei (denk: de Johan Cruyff van het hedendaags aikido of bekijk het filmpje hieronder om te zien wat ik bedoel.)

Voor u evenveel inspiratie toegewenst. Voor wat dit blog aangaat, hoop ik u na de stage wat vaker met een stukje te kunnen plezieren. Voor de die-hard fans: uw commentaardrift wordt ten zeerste op prijs gesteld op de recente Flickr-toevoegingen.

Onegaishimasu.

404

| 4 reacties | 0 TrackBacks

Wijn van tranen

| 2 reacties | 0 TrackBacks

De baslijn gooit me twintig jaar terug in de tijd.

Ik was 15, het regende die zomer aan de kust en ik had geen geld. Zo was ik een banneling in Knokke-Heist. Michael Hutchence hing boven het bed van zowat de helft van de meisjes die ik kende, en sinds de saxsolo van Never Tear Us Apart had ik daar vrede mee.

De dagen regen zich aaneen met lange wandelingen over natte gele tegetljes langs de dijken. Af en toe slenterde ik naar het Lunapark om de highscores van het karate- en een autorace spelletje te checken: met 20 frank had ik die elke dag van de week kunnen kloppen — thuis speelde ik maar twee spelletjes wanneer er een kermis in de buurt was.
Maar mijn laatste 50 frank waren naar tabak en blaadjes gegaan: in de zomer van 87 leerde ik mezelf rollen.
De tweede week maakte ik vrienden bij een paar skaters, de laatste dag kuste ik een mooi meisje op een natgeregende bank. De sax van Never Tear Us Apart klonk uit een café op de dijk.

Zo waren de dagen, toen.

Sommigen van ons zouden hun vleugels uitslaan.

Mijn stad jouw stad: Mechelen

| 6 reacties | 0 TrackBacks

Ine heeft op de nationale feestdag de my city your city meme gelanceerd: stel je stad voor aan de hand van 5 vragen. Clo-I-have-a-Jezus-fetish-Willaerts gaf mij de meme door voor Mechelen. Een citytrip façon druppeloise.

1. Favoriete 'grab-a-bite'

Traditie van jaren dicteert dat ik elke woensdagavond na training 'Ballekes op zijn Marols' eet in eetcafé De Cirque, op de Vismarkt. Daarnaast heeft De Cirque heeft zondermeer het beste terras van Mechelen, dus ook met goed weer is de kans dik dat u mij daar tegen het lijf loopt. Met slecht weer soms ook.

2. Favoriete winkel

Tough call: ik heb een broertje dood aan winkelen en vermijd de stad tijdens openingsuren van de winkels zoveel mogelijk. Als ik kleren nodig heb, ga ik maximaal 10 minuten voor sluitingstijd naar de Alibi; de eigenares kent mijn maten en heeft de discussies over mijn stijl (of gebrek daaraan) opgegeven. De enige winkel waar ik oprecht graag kom in Mechelen is Foto Nelissen, de one stop shop voor elke fotografieliefhebber in Mechelen.

3. Favoriet restaurant

Volgens Michelin is de Folliez het beste restaurant in Mechelen. Ook restaurant D'hoogh zou een culinaire topper moeten zijn. In afwachting van een tractatie op een etentje daar, kan ik met de hand op het hart zeggen dat De kok en de proever het beste is wat mij in Mechelen al werd voorgeschoteld.

4. Wat ik vrienden toon in de stad

Niks zo tekenend voor Mechelen als de sint-Romboutstoren. Met 167 meter zou hij de hoogste toren van het Rijk worden toen hij getekend werd, maar op 97 meter was het geld voor stenen op. Net daardoor hebben wij een van de meest markante Gothische torens ooit: eentje zonder spits. Daarnaast is het een bouwkundig hoogstandje met fundamenten die nog geen twee meter diep lopen en huisvest het twee wereldberoemde beiaarden. Wanneer ik verre vrienden hoor zuchten op de trappen bij de bestijging van de Toren, zeg ik langs mijn neus weg: mijn vader en nonkel hebben hem ooit 's zat beklommen langs de stellingen op de buitenkant. Ik lieg dan niet eens.

5. Vijf andere dingen

  • Het Zennegat: waar Dijle, Nete en Zenne samenkomen en heimat van de Provo's in de jaren zestig.
  • Planckendael: simelweg de mooiste en diervriendelijkste zoo van België
  • Bar Popular: de nieuwste aanwinst op de Vismarkt. Latin cocktail bar meets bruine kroeg meets danscafé (gewoonlijk na sluiting) meets Tapas: love it.
  • Brouwerij 't Anker: een van die zeldzame onafhankelijke stadsbrouwerijen die ons landje nog rijk is
  • Begijnhof: een van de oudste buurte uit Mechelen met prachtige kleine huisjes, vaak schitterend gerestaureerd. Uitgeroepen tot Unesco Werelderfgoed

Rest ons de meme door te geven:
Nina Todorova voor Sofia (of een andere Bulgaarse stad)
John Baeyens voor Rio
Michel Bauwens voor een willekeurige stad in Chang Mai

Schaamlip Schaamte

| 7 reacties | 0 TrackBacks

“Schaamlip Schaamte” leest het. In een vet lettertype op een witte schuine balk. Op de cover van de Flair deze week. Echt waar: ik krijg zo'n titel niet verzonnen. Ik vraag me af waar het precies naar de kloten is gegaan. Altijd al allergisch aan alliteraties geweest, al van sinds Suske en Wiske, maar hier is meer aan de hand.

Deze cover zegt: het gaat niet goed met de vrouwen. Wat ik dan over vrouwen weet? wil een elegant matuur exemplaar van mij weten. Empirisch onderzoek, zeg ik. Dat, en af en toe een goed boek. Wat dan weer een goed boek mag zijn over haar soortgenoten? “Het jaar van de kreeft” zeg ik maar. Dat Claus een eikel is, zegt zij en R, nochtans verstandig en belezen, hij beaamt. Kan zijn. Maar een man die Sylvia Kristel (in haar Emanuelle periode) de zijne maakt, dan daarover dat boek schrijft, en ook nog 's de Verwondering en het Verdriet van België op zijn geweten heeft, mag van mij elke dag van de week en elke week van het jaar een eikel zijn. Zolang hij niet aan het allitereren slaat mag hij.

Overigens weet ik niets van de vrouwen. Of toch misschien dit: dat zij niet van Venus komen. Geen wezen meer in de aarde geworteld dan de vrouw. De aarde wordt niet zomaar moeder genoemd. Van hun is de planeet en onze vaders nemen genoegen met het land. Zelfs de taal is van de moeders. Neen, we moeten ons geen illusies maken: sinds we de mammoet niet meer in de grot hoeven aan te dragen, zijn zij het sterke geslacht.

En al wat wij moeten doen, is genieten van de vrouw. Vooral niet: ze proberen begrijpen. Laat mij onwetend blijven. Niets mooier dan een mooie vrouw. Niets zo waardevol als het ondoorgrondelijke mysterie. Een Troje voor een Helena: Paris had zijn prioriteiten juist.

Maar laat het dan bij Zeus en alle goden van de Olympos geen Helena zijn die de Flair leest en gebukt gaat onder schaamte over het paar lippen die ze onder de heuvel van Venus koestert.

Libera me

| 8 reacties | 0 TrackBacks

De bariton leidt beheerst het geweld van de koperblazers in van de Libera Me. Buiten schuiven heldere zilveren wolken voor het donker gelig grijs. Er hangt electriciteit in de lucht, zegt zij.

Dan breekt de hemel. Dan blazen de kopers.

Water klettert op de straat voor mijn deur. Bliksems krassen littekens in de lucht. Het koor zingt nu uit volle borst en ik verlang naar de bergen. Doorweekt van de regen die door waterdichte kledij dringt. Speelbal van de elementen terwijl ik de ene voet voor de andere plaats. Overgegeven aan de almachtige willekeur terwijl ik neerkijk op de wolken in het dal naast mij.
Op het dak van de wereld geraken en tranen voelen opwellen wanneer de wolken plaats maken voor de zon om mij, stipje, even dit wonderschoon te laten overschouwen.

Op zee wil ik zijn. Het water diepgroen, de lucht loodzwaar. Schuimende toppen op verrimpelde golven, zover het oog reikt. De horizon kwijt, het kompas aangedampt en de wind sterk maar wispelturig. De hoge golf nemen om de volgende boven ons te zien uittorenen. Het zeil proberen lezen terwijl de regen zout in de ogen strooit. Het schip vertrouwen, het ritme vinden, de richting voelen.
Een streepje ontwaren aan stuurboord. Het streepje wordt streepjes wordt staketsel. Ongehavend de haven binnenlopen.

De stem van de bariton sterft zachtjes uit terwijl de strijkers hem naar het graf dragen. De regen is opgehouden, het water dampt op de straten. Het koor zingt In Paradisum.

Hoeren

| 12 reacties | 0 TrackBacks

“Mooi meisje,” zeg ik.
“Die, dat is een hoer!” is dan zijn standaard antwoord. En dan een grijns.
Vaak: “Allemaal! Hoeren!” er nog achteraan. En een nog vettere grijns.

Zo niet vandaag: “Ja, zij komt bij mij eten volgende week.”
Er komt bier uit mijn neusgaten: “Come again!?”
Hij grijnst en knikt.
“Of er dessert is?” wil ik weten.
Dat ik daar weer ben met mijn halfbakken dessert theorie. Dat het enkel om een etentje gaat — “Gewoon eten, De Vries, kent ge dat?” Dat er een vriendin bij is. En nee, dat hij geen foto's gaat maken, dat ze alleen in films samen naar boven gaan.

Waarna het even over films gaat. En lang over voetbal. En dan over politiek, en vandaar weer naar de hoeren: naadloos als de overgang van het sleutelbeen in de hals van het mooie meisje. De vrouw waar hij geen hoer in ziet.

Ogenblik van de waarheid

| 11 reacties | 0 TrackBacks

In die gespleten flits van een seconde vallen de maskers af. Dan, wanneer de punt van het zwaard naar beneden komt, is het ogenblik van de waarheid daar. Het zwaard liegt nooit.

Verkramp en je bent dood.
Vlucht en je bent dood.
Stap dwaas in en je bent dood.
Twijfel en je bent dood.
Knipper met de ogen en je bent dood.

Ontspan, maar blijf alert. Ga nergens vanuit. Denk niet dat je goed bent, het verzwakt je. Onderschat jezelf niet, het beperkt je. Onderschat hem niet, je wordt overmoedig. Overschat hem niet, het maakt je bang. Met de moederhand beweeglijk en de vaderhand vastberaden. Wortel de voeten in stilstand. Zweef lichtvoetig in beweging. Train de basis. Train de variaties. Train de basis, train de basis. Vertrouw jezelf op het moment van de waarheid. Bedrieg jezelf niet. Sta open voor de ander. Het verleden bestaat niet. De toekomst is fictie. Het zwaard bestaat enkel nu.

Leef het leven nu.

Wijn op het gras

| 9 reacties | 0 TrackBacks

Met een stralende grootmoeder drink ik wijn voor haar tuin onder een dovende zon. Rond ons spelen kinderen uit de buurt. Wij kijken over het grasplein uit.

Of ik mijn nichtje al gezien heb?

Dat ik haar zelfs vastgehouden heb, dat ze geslapen heeft in mijn armen.
(Haar vuist had zich rond een kootje van mijn pink gebald. Met een een ernstige frons op het voorhoofd had zij belletjes speeksel tussen haar lippen geblazen. Het mirakeltje was nog geen twaalf uur oud geweest. Nog geen dag op deze wereld, maar al vol vertrouwen slapend in de armen van een vreemde reus.)

Ik voel de bevreemde blik van de grootmoeder; uit mijn ooghoeken zie ik haar mondhoeken krullen. Wij zwijgen ogenblikken lang.
Dan vertelt ze over de junk die op het gras had gezeten, gisteren. Hoe ze ermee gaan praten was, dat hij hulp had gevraagd. Dat ze een noodnummer voor verslaafden had gebeld en dat de politie was komen opdagen.
“Ik haat.” had hij gezegd.

De kinderen rondom ons worden door hun moeder naar binnen geroepen. Zij stapelen de stoeltjes die ze geleend hebben netjes op mekaar.
Wij drinken nog wijn tot het koud wordt.

Troost op het strand

| 8 reacties | 0 TrackBacks

“Ik heb een gedicht gelezen,” zegt J. “Het gaat over jou.”
“Mail maar door,” zeg ik.
En dat deed hij dan.

Troost op het strand

Vooruit, wees flink.
De kindertijd is verloren
De puberteit is verloren.
Maar het leven is nog niet verloren.

De eerste liefde ging voorbij.
De tweede liefde ging voorbij.
De derde liefde ging voorbij.
Maar het hart klopt verder.

Je verloor je beste vriend.
Je ondernam geen enkele reis.
Je bezit geen huis, schip, grond.
Maar je hebt een hond.

Enkele harde woorden,
op zachte toon, kwetsten je.
Nooit, nooit genezen ze.
Maar, en de humor?

Voor onrecht is geen oplossing.
In het schemer van de foute wereld
prevelde je een bescheiden protest.
Maar er zullen andere komen.

Alles bij elkaar, moest je
je, in een keer, in het water storten.
Je bent naakt in het zand, in de wind…
Slaap, mijn zoon.

Carlos Drummond de Andrade

Memoires aan een meisje (VI)

| 9 reacties | 0 TrackBacks

Het zijn altijd de kleine dingen. Het vingertje door haar haar wanneer zij TV kijkt. Zijn smakken bij het eten. Mijn ‘hmmm’ wanneer ik doe alsof ik luister. Jouw huppelen van blijdschap in de ochtend.

De kleine dingen: klippen waarop relaties versplinteren.
Splinters die versplinteren tot er zagemeel en stof overblijft. Met moord, overspel en mishandeling komen we nog wel weg, zeiken in de douche kost een man twintig jaar alimentatie. (In de lavabo: dertig. Mét scheve blik van de rechter: een vrouw.)

Jij was groots in de grote dingen. Dekens voor de daklozen in de winter. Böll gelezen en begrepen. Bartok mooi vinden zonder snob te zijn, en in goeie vorm hem nog kunnen spelen ook. Je linkerarm tegen je borst wanneer de strijkstok vurig over de snaren danste: groots.
Praktische dingen zaten er niet in. Het gebraad dat je had gekookt. De wegen die je nooit vond. Je woede toen de instructeur, na de derde jammerlijke poging om je rijbewijs te halen, voorzichtig had geopperd dat je een examinator ook kon ‘kopen.’
Dat dat het probleem van je land was, had je gezegd.
Dat het bij ons waarschijnlijk duurder zou zijn, had ik geantwoord.

Dat dat misschien het verschil was tussen onze heimats. De wisselkoers. Een index: wanneer corrumperen wij?

Een klein ding, een index.

Groots had jij gevonden: ik die jouw vriend in de ogen keek en zei “I kill you if you do that again” — hij had je even uitgelachen. Hoe we daarna hadden verbroederd bij een rondje Unicum.

Zeg hem dat ik jou nog graag zie, maar dat hij niet bang moet zijn voor mij. Vertel hem van de kleine dingen.

Maar leer niet koken, want dan schuif ik bij aan tafel. Leer niet rijden, leer geen kaart lezen.
Want ik zou de voordeur opendoen.

Memoires aan een meisje (V)

| 4 reacties | 0 TrackBacks

Twee varkens steken de straat over in de stad. Een paard staat aan een verkeerslicht gebonden om daar te grazen op een van de weinige stukjes groen die de omgeving rijk is. Betonnen woonkazernes in wat ooit rood, groen of geel geweest moet zijn: daar wonen mensen.

De boerendorpen op onze weg waren oud geweest, de huizen slecht onderhouden. We hadden moeten slalommen tussen de putten op de enige asfaltweg die deze regio rijk is. Mannen hadden er op banken gezeten. Zonder boek, krant of radio. Meestal alleen. Vrouwen slenterden er gebukt en met boerinnendoekjes over het hoofd langs de weg. Iedereen was ouder dan zestig geweest. Hondenlijken slingerden her en der over de weg, de ingewanden errond.

Hier in Vulcany zien wij kinderen. Pubers. Dertigers.
Hun loop is die van zestigjarige boeren.
Hun kleren droegen wij twintig jaar geleden.

Wij volgen een bordje waarop 'Cabane' staat. Raken van de verharde weg af en rijden het voorgebergte in. Langs de weg ligt een stort. Op dat stort staan woningen. De ongewassen bewoners zien ons voorbijrijden, lijken verbaasd. Vier jongens stoppen even met voetballen. Een meisje van zes loopt langs de auto met de steel van een riek in haar hand. Ik vervloek mijzelf nog 's voor de vergeten batterijlader van mijn fototoestel. Ik troost mij met het idee dat ik hier niet de auto zou uitstappen om foto's te maken.

De putten op de weg worden dieper en ik ben bang dat ik het chassis ga schuren. Van de Cabane nog altijd geen spoor. Hier wil ik niet vastrijden; wij maken rechtsomkeer.

De jongens stoppen weer even met voetballen.
Het meisje heeft nog altijd de riek in haar handje.
Stof waait op, een paar mensen wijzen ons na.

Exit Bidonville.

Enter Lupeny.
Enter Bidonville II.
Vuile mensen. Geen voetballende jongens. Geen klein meisje met een grote riek.
Nog diepere putten in de zand- en kiezelweg. Weer 180 graden terug. Weer doen wij stof opwaaien tegen 10 per uur.

Eenmaal op de verharde weg racen wij terug naar een stad, 100 kilometer terug, naar daar waar ik een motel had gezien.

Bij het eten drinken wij een lokale Vin die er nog net in slaagt de wrange smaak van het vlees weg te nemen. Bij mijn laatste glas denk ik aan de wijngaard van jouw vader in de bergen van Pécs. Op een zomerige namiddag, toen Ili nog leefde. Nog voor ik ooit verliefd was geweest — buiten dan op de juffrouw in het derde kleuterjaar. Jij en ik, wij spraken nog geen Duits of Engels en terwijl onze ouders over de grote dingen des levens over onze hoofden heen praatten, hadden wij naar mekaar gekeken en niets gezegd.

Dat was pure rijkdom geweest, die namiddag. Je moet het mij vergeven dat ik het nu pas besef, bij een wijn die ik thuis door de gootsteen zou spoelen. De rest mag je mij nog steeds verwijten.

[Wordt vervolgd]

Memoires aan een meisje (IV)

| 2 reacties | 0 TrackBacks

Een hoge zon droogt het land uit. Eerst nog bos, dan weides, dan dorre vlaktes. Af en toe een boerderij, wat vee in de verte, honderden kilometers lang. Ononderbroken asfalt. Een tankstation. Een parking. Ik adem ruimte, ik hou van deze weg.
Ik vervloek mijzelf dat ik mijn lader van mijn fototoestel vergeten ben in België.
De auto krijgt diesel, B en ik koffie. Wij kopen een kaart, zien tussen ons en Brassov een slordige 500 kilometer. Nog een koffie, de laatste forrints gaan over de toonbank. Hongarije bij de Eurozone: mijn stem hebben ze.

“Hou je identiteitskaart maar klaar,” waarschuw ik B. Ik vertrouw douaniers niet, niet hier. De mitrailleur op mijn borst aan jouw grens is een van de minder prettige herinneringen aan jouw land — ik was aan de grens uitgestapt om te vragen hoe lang de file nog ging duren.

Aan de grens gaan we meteen geld wisselen. Zodra we uitstappen, komen er bedelaars op ons af. Voor mij aan de kassa wisselt een man 50 euro's in Lei: hij mist drie vingers aan zijn rechterhand. Het lijkt of de mensen aan de grensovergang allemaal twee tinten donkerder zijn geworden dan zonet in Hongarije.

Zestig jaar geleden was dit jouw land. Vandaag zijn wij een andere wereld binnengereden.
En wij hebben nog niets gezien, hier in Roemenië.
Land van Drakul, land van Ceauşescu, land van de Roma's.
De geschiedenis heeft ons gewaarschuwd.

Maar jij was altijd lyrisch over Transsylvanië. Ik verkies jou te geloven. En ik weet zeker dat ik van de Karpaten ga houden.

Memoires aan een meisje (III)

| 4 reacties | 0 TrackBacks

“You want good local wine, sir?” had de ober in het restaurant gisteren nog gevraagd. Hij had zoals elke ober in dit land de Egri Bikaver voorgesteld, en ik had ervoor bedankt. Wanneer ik de Gere Atilla uit Villány had aangewezen, had hij zijn wenkbrauwen opgetrokken.
“You've been here before, sir?”

Weet je nog, Villány, toen? Boeren met paard en kar op de straat. Onder de kar hadden autobanden gestaan. Een Lada in drie koetswerkkleuren op het erf van een boerderijtje. Oude vrouwen met doeken rond het hoofd gestrikt. Folklore, maar dan echt, had ik gezegd. Jij had gelachen.
“A little better then my father's wine,” zie je toen we van onze Gere Atilla nipten. En dat Atilla ook twee dochters van mijn leeftijd had. “But they are really fat, honey, they must've fell in the barrels when they were young. My fathers daughter is way prettier!”
En we zouden geproest hebben, als Atilla slechtere wijn had gemaakt.
Zo hadden wij een namiddag in het dorp versleten, en de tijd had stilgestaan, zoals hij hier al sinds jaar en dag deed.

Je had verteld over Transsylvanië. Dat we daar naartoe moesten gaan. Dat daar jouw roots lagen, en met jou die van heel Hongarije. Dat je het hoorde in Bartok en Kodaly. Dat er geen feesten waren zoals bij de Roemenen daar. Dat niemand viool kon spelen zoals de oude straatmuzikanten daar. Dat jij er je vingerzetting was gaan oefenen. Dat je met hun mee Europa was afgereisd om daar gewoon in de straten te op te treden en 's avonds de opbrengsten hadden opgedronken.
Dat je vanaf dan de rechten faculteit was doorgekomen met de vakanties in Transsylvanië in het vooruitzicht.
Dat jij nooit een goed advocaat zou worden had ik gezegd. En ik had het als compliment bedoeld, en wat meer was: jij had het zo begrepen. Want engelen, zij hebben maar zelden rechtsbijstand nodig.
Hell, jij kon zelfs nog geen parkeerwachter overtuigen die mij die dag voor de derde keer op de bon slingerde.

Ook dit jaar heb ik weer een verzameling bij mekaar gespaard van die blauwe zakjes: er was geen parking aan het hotel. Ze zijn nog niet veranderd, de boetes. Een overschrijvingsformulier zonder IBAN nummer, met verschillende tarieven en de uitleg alleen in de Hongaarse variant van het Wetstraatees. Ik heb ze aan B laten zien; hij kon er nog niet eens uit opmaken hoeveel we precies moesten betalen.

Morgen vertrekken we naar Transsylvanië. Ik wil Brasov zien, in de Karpaten, met het kasteel van Dracul op de hoogste top. Wij hebben nog geen kaart, maar wij maken ons geen zorgen.

[Wordt vervolgd]

Memoires aan een meisje (II)

| 2 reacties | 0 TrackBacks

Ik zag de Donau blauw en jou mooi, toen. Bij valavond op de oude wallen van Buda keken wij naar de lichtjes en de neons aan de oever van Pest. Af en toe naar mekaar, en op elke blik volgde een kus. Dan een lach.
Wij keken tot de Donau zwart werd.

Nu zingt een Japans volwassenenkoor een Salve Regina in de Matthiaskerk: het is hun muziek niet. Het meisjeskoor brengt een Japans kinderliedje. Zo fragiel dat ik naar boven kijk: “Zou er misschien toch... ?” Ik zie weer de bebloede vlaggen in het middenschip die de laatste getuigen zijn van de Hongaarse oorlogen. Ik laat mijn ogen zakken en weet me weer gesterkt in mijn ongeloof. In die dagen kleurde de Donau rood over de volle breedte, schijnt het.

Buiten valt de avond.

Ik zie weer de lichtjes. Dat Budapest zonder jou niet hetzelfde is.
En dat de schone blauwe Donau van Strauβ maar een halve waarheid is. Dat hij dat moest geweten hebben: zijn grootvader was erin verdronken.

Dat ik niet meer kan verdrinken in jouw ogen. Dan toch een laatste wals wil. Hier, onder de vleugels van de adelaar, op de wallen van Buda, met Pest aan de overkant.

[Wordt vervolgd]

Memoires aan een meisje (I)

| 7 reacties | 0 TrackBacks

In de lentezon boven de tuinen van Schönbrunn zie ik jouw voorvaderen. Daarboven aan de Gloriette torenen zij boven Wenen uit. Mozart dirigeert er een strijkkwartet, zij drinken een sprankelende wijn uit de heuvels rond het Balaton meer. De jacht is goed geweest, de vorst verlicht en er is vrede op zondag. Op zondag smaakt Wenen naar een Mélange van sterke koffie met gestoomde melk en veel suiker. Ik zie ze graag, vandaag, de aristocraten van toen.

Ik maak foto's van vrolijke meisjes in de zon boven Schönbrunn. Denk aan jou. Lach naar de meisjes.

Downtown Wenen staat een man uit een andere tijd alleen met een roos. Verderop overstemt de straatmuzikant met zijn hobo het verkeergeruis. Zijn vrouw bedankt de voorbijgangers die kleingeld in de kist laten vallen.
Groot geld en een roos zou ik ervoor over hebben om jou nog 's te horen spelen, in Budapest, in jouw kamer, met mij alleen als duizendkoppig publiek.

Maar Budapest is voor morgen.

Vandaag is het Wenen.

[Wordt vervolgd]

Bloody Zaterdag

| 2 reacties | 0 TrackBacks

“Never bet on the white guy,” schiet het door mijn hoofd wanneer ik de boksers in mijn zoeker heb. De bleekste van de twee hangt met de handschoenen omhoog in de touwen voor mij. Vuisten en ellebogen tegen mekaar, hij kan niet aanklampen. Wanneer de scheidsrechter breakt, haal ik de camera van mijn oog. Ik zie bloedspatten op mijn schoenen, op de mouw van mijn vest, op de lens van mijn camera en op het programmablad.
“Boksers: boks!”

Na vier rondes is de beslissing van de jury unaniem: verlies op punten. Geen discussie mogelijk.

In een volgende finale vechten een Armeniër en een Tsjetsjeen tegen mekaar. Het publiek wordt nog wilder dan ze al waren, ik ben blij dat ik aan de andere kant van het dranghekken sta. Het benenwerk van de man met de witte schoenen is stukken beter dan dat van zijn Tsjetsjeense tegenstander. Ook hier weer sta ik te kijken dat zij alletwee vier rondes halen; sommige klappen komen keihard aan.

Ook hier een unanieme en logische beslissing.

De volgende kamp is een van de drie redenen waarom ik hier ben. Kurt Wuyts zal voor de Vlaamse Ligakampioenschappen vechten tegen Ahmed El Goulbzouri. Ik had Wuyts al eens het Belgisch kampioenschap Thaiboks zien winnen en was onder de indruk geweest van zijn bokstechniek. Nu zou ik zien hoe hij het deed in een zuivere boksmatch: zonder lowkicks, zonder knieën, zonder ellebogen. Ahmed is een lokaal talent van 19 jaar en torenhoog favoriet als het van de zaal afhangt. Ik wis zoveel mogelijk foto's van mijn geheugenkaart om hier niets te moeten missen. Een flard van het gesprek achter mij dringt plots door.
“Neergestoken of wat?” echoot het. Ik draai mij om.
Twee jonge Marokkanen hebben het over een steekpartij. Hier ergens.
Ik vraag om details. Zij denken dat ik journalist ben en druipen af.

Op dat ogenblik komt Ahmed de zaal binnen. De hel in de zaal breekt los. Wuyts wordt onthaald op gefluit, boegeroep en regelrechte scheldpartijen. Het deert de vechter niet; zijn kamp wordt zometeen binnen de koorden gevochten.

Kenden de vorige kampen een afgetekend overwicht, deze wedstrijd wordt een demonstratie. Wuyts vecht verstandig, maar komt tekort. In mijn zoeker zie ik Ahmed dansen. Wuyts probeert de afstand te verkleinen. Wanneer hij daarin slaagt, duikt Ahmed onder de slagen door. Draait hij zijn bovenlichaam rond de slagen. Om dan terug te komen met combinaties die doel raken.
Wuyts krijgt zijn tien tellen in de tweede ronde. Zuivere K.O.
Ahmed is onbetwistbaar Vlaams ligakampioen.

Wanneer ik naar buiten loop, zie ik een verpleegster van de MUG met bebloede witte handschoenen uit een van de kleedkamers lopen. Blauwe flikkerlichten van ambulances en politiewagens vullen de straat. Een agent vraagt ons of wij beelden hebben van het publiek, zij hebben ze nodig. Ik wijs naar de cameraploeg van RTV, met wie ik ben meegekomen.
De steekpartij waar de jongens het over hadden. Absurd. Zij hadden het erover gehad als een aardig weetje. Ik had mij meteen op het gevecht geconcentreerd, op mooie foto's.

Hier ligt een man dood te bloeden. Neergestoken door supporters van de Tsjetsjeen. Fanatici aan de andere kant van de dranghekken die zich liever buiten de ring bewijzen, met messen. (Later zal de politie nog een Armeen vinden op een trottoir in de stad, ook neergestoken.
Hij vecht nu nog voor zijn leven.)

Zaterdag.
Bloody zaterdag.

Meer hier:
Fotoverslag op Flickr
RTV nieuws: In en buiten de ring
HLN.be: Twee personen in levensgevaar na boksmatch in Mechelen
De Standaard Online: Bokswedstrijd loopt uit op vechtpartij

Op onze lever

| 2 reacties | 0 TrackBacks
  • Nummer 17! Dat is hetzelfde cijfer als de ietwat belachelijke speurder uit Robert & Bertrand.
  • Mijn burgemeester was naar eigen zeggen niet op de hoogte van een nogal fout fuifje in onze stad; ondergetekende wist het al weken, zonder connecties in het organiserende clubje.
  • Veroordelen wil ik geenszins, maar ik begrijp deze man niet.
  • Mijn moeder kreeg vandaag 100 € in de handen gestopt van een vrouw die te bang is om een vluchthuis te bellen. “Voor wanneer hij mij iets doet,” sprak ze met een Russisch accent. “Zorgt u dan voor mijn kind?”
  • “Wat ga je in godsnaam in Luxemburg doen?” vroeg ik aan de schijnbaar fragiele Chinese schone.
    ”Ik ga hem neuken,” antwoordde ze en ze vroeg of ik nog iets wilde drinken.

Bij u gaat het leven ook zo zijn gangetje?

Kroniek van een nacht

| 5 reacties | 0 TrackBacks

Hij wordt gedropt aan het station met een auto van de federale politie.
Zijn loop geeft het weg. Snel, kaarsrecht en rechtdoor. Haar en baard op de halve milimeter nauwkeurig getrimd. Hij is onderweg naar iets buiten mijn gezichtsveld. Fluo politievest aan, maar hij is geen ordinaire stadsflik: geen wapen zichtbaar, geen handboeien en knuppel aan een gordel. Sneakers aan zijn voeten. Hij loopt de hoek om en vijf minuten later komt een ambulance met gierende banden aangereden. Twee minuten later nog een.

(In een film zou je hem nu de straat zien uitwandelen met achter hem een laaiende vuurzee. Zou dan de leading lady kussen en zijn licentie naar zijn overste gooien. Of zeggen dat hij zijn papierwinkel 's morgens wel zal doen. Dan The End.)

In dit leven wandelt de flik afgemeten naar een zwarte undercover VW die vlakbij geparkeerd staat. Hij draagt de fluo vest niet meer. Ik verlies hem uit het oog wanneer een serveuse drank komt brengen.

Wanneer ik buiten ben begint een banaal gevecht. Twee mannen, twee keer teveel op. Ze kondigen aan dat ze op mekaars gezicht gaan slaan om hun vrienden de kans te geven hen tegen te houden. Een paar van die vrienden zijn te laat: een paar vuistslagen gaan over en weer. Vanuit mijn ooghoek zie ik een boomlange toeschouwer. Hij heet A: ik ken hem vanop de lagere school. Toen al een slechte reputatie. Cocktail van vurig temperament, verkeerde vrienden, karrevrachten lef en een lijf om dat waar te maken. Na school: strafinstellingen.
Ik schat dat hij hier voorwaardelijk staat en hoop dat hij niet teveel gedronken heeft.

Hij heeft teveel gedronken.

Stapt op het gevecht af.
Hij is op vier meter wanneer zijn vriendin — blond, benen tot aan mijn oksels — voor hem springt. Smekend. Dat hij het voor haar moet laten. Hij kijkt haar secondenlang indringend in de ogen: waar moei jij je mee?
Dan glijdt de spanning van zijn schouders. Een glimlach. Haar gezicht verdwijnt in zijn reuzehanden. Kus op haar voorhoofd.
Het gevecht loopt ook af en wij gaan terug naar binnen: hier zijn geen rampen gebeurd.

A stelt mij voor aan zijn vriendin: “Deze gast is een brave: nooit iemand kwaad gedaan in zijn leven.” Ik ben er niet zeker van dat hij mij zich herinnert of gewoon beleefd wil zijn.
Ik feliciteer haar, zeg dat ze vanavond waarschijnlijk veel voor hem gedaan heeft.
Buiten zie ik een zwarte VW onopvallend van een verdoken parkeerplaats wegrijden. Ook voor het silhouet met het gemilimetreerde haar is de nacht nu voorbij.

Zij heeft vanavond meer voor jou gedaan dan jij ooit gaat weten, zeg ik tegen A. Hij knipoogt en ik sluit de nacht af.

Dolfijn?

| 8 reacties | 0 TrackBacks

Naief? Druppel op een hete plaat? Kan zijn. Waarschijnlijk zelfs. Maar gaat u die petitie toch maar tekenen. Lees Verder klikken om te zien waarom. Maar gelooft u mij voor een keertje maar 's op mijn woord: u wil de beelden niet gezien hebben en u wil die petitie getekend hebben. Niet voor gevoelige kijkers. Hell, niet voor mensen met een greintje gevoel.

Monoloog

| 13 reacties | 0 TrackBacks

Je bent zo stil, waarom zeg je niets? Ik heb liever dat je roept. Word 's kwaad ofzo. Je bent zo... onverschillig. Heb je dan niks te vertellen? Waarom verdedig je je niet? Wil je dan niet vechten voor mij? Je bent de liefste onverschillige klootzak die ik ken. Ja, je bent lief, maar maak je geen zorgen: ik vertel het niet verder. Waarom ween je niet nu? Is dat weer niet je idee van man zijn? Weet je: je hebt hele revoluties gemist. De nieuwe man, de metroseksuele man, en we zijn nog een man of twee verder nu. En die mogen allemaal wenen. Misschien moet je maar 's gewoon volwassen worden. Een interieur kopen. Een huis, op 30 jaar. En een salontafel. En je verzekeren voor het leven en schade aan derden. En kabel in huis halen. Nee, ik verwijt je niks, maar je mag niet eeuwig student zijn. Bekijk me niet zo, je maakt me zenuwachtig. De muziek is op. Zet je iets anders op? Goed, ik zal 't zelf wel doen. Er hangt stof op je CD's, weet je dat? Nee, ik moet niks meer drinken. Rood is niks voor mij. Misschien ligt het daaraan:
Jij drinkt rood.
En ik liever wit.

Voetbal en Oorlog

| 8 reacties | 0 TrackBacks

Het leger van 12 000 man wordt gek als het fluitsignaal klinkt. Onze ploeg heeft een eersteklasser uit de beker gewipt. Het stadion davert minutenlang: “Mechelen-Mechelen!”
Wanneer de spelers de supporters gaan groeten, wordt er om stilte gevraagd: een nieuwe traditie van dit seizoen. Eerst klinkt er ‘shhhhhht.’ Dan begint het lied. “The Malinwa... is everything...” Ik maak een filmpje met mijn GSM om het moment te vatten.
12 000 mensen worden gek omdat er 11 mannen beter tegen een balletje hebben getrapt dan de andere 11, en ik ben een van de 12 000.

Ook hier en nu sta ik tussen een leger van 12 000 man. Zij zijn altijd stil. Op de zerk voor mij staat: “Known to God.” Leven gegeven voor God-Glorie-Vaderland, maar geen mens die zijn naam wist. Niet van hem, niet van zijn buurman. Uit het leven gewist door mosterdgas, kogels, granaten, vrieskou, longontsteking, ontstoken rattenbeten. Voor generaals die centimeters bevochten. En de Britten, they stood their ground. Samen met de Canadezen, Zuid-Afrikanen, Tunesiërs, Marokkanen en Nieuw-Zeelanders die hier over de grond verspreid liggen. Flanders Fields als gastland voor een mondiaal toernooi.

500 000 zouden er vallen in die vier jaar. Meer dan 300 per dag. Hier past enkel de shhhhhhht.

De stilte.
En dan een gedicht.

Intermezzo

| 4 reacties | 0 TrackBacks

Terwijl ik alhier even een stukje begin te tikken om de stilte te verbreken, verwijs ik u graag door naar een paar foto's die ik afgelopen weekend gemaakt heb. Eerlijk: ik ben er zelf trots op, en ik ben benieuwd wat u ervan vindt.

Druppels wensen

| 15 reacties | 0 TrackBacks

De wind sluit het jaar passend af: 2006 was een stormachtig jaar. Dorre takken breken af in het voortuintje. Soepele stengels groeien uit dezelfde wortels.
Voor 2007 wens ik u dan ook toe:

  • de soepelheid van de jonge stengels, waar de wind geen vat op heeft,
  • de moed om te zeggen Ik Zie U Graag en daar niets voor terug te verwachten,
  • de kracht om terug recht te staan nadat u tegen een muur bent gelopen,
  • de ruimte waarin u fouten mag maken,
  • een sterke geest,
  • een zacht hart,
  • zo'n paar nachten (zij het dan liefst wél met een andere partner).

Rest ons dit jaar niets anders meer dan de benen onder de feestdis te gaan schuiven — waar wij voor een keertje naar uitkijken trouwens, er gaan geruchten over buikdanseressen om het festijn wat op te luisteren.

Cheers!

Daarom

| 7 reacties | 0 TrackBacks

Met twee tot aan de poorten van het geluk strompelen
En haar daar in de ogen kijken.

Wakker worden en met je vingertoppen
De droom beroeren die naast je ligt.

Moeder daarom leven wij.

Five Things

| 5 reacties | 0 TrackBacks

Peter passes me a meme: ‘Five Things You Probably Don't Know About Me.’ Seems to be an international meme, so I'll do it in English, one more time. Here we go:

  1. At the age of 10 till 13-14, I sang in a boys choir. Think Belgian version of the Wiener Sangerknaben. We wore a uniform that included grey bermudas, white shirt and a burgundy red pre-knotted tie. I sang alto and soprano and quit just before my voice broke.
  2. Inspite of popular belief, I never did drugs. Yes, occasionally, I smoked a joint when it was passed on to me. It always made me sick, or at least dizzy. One time, it made me laugh to the point it became scary. But there was a huge amount of alcohol involved as well. Since then, I also laid off Tequilla.
  3. I left home at seventeen, to go and live with a girl. Since then, I've lived together four times. Thus, some people think of me as an expert on the subject. Personally, I think the better conclusion to draw is that I really suck at it.
  4. I still can't cook. As in: I can bake an egg. I know how to bake a steak. And there's one kind of spaghetti I can make if I follow the book carefully. At the age of 34, I still eat at my parents a couple of times a week. For everything else, I take care of myself pretty well.
  5. I've owned a house for exactly three weeks. Then we broke up. I find it an amusing story to tell nowadays.

And to you guys: catch!

Van de Seine en de dingen

| 2 reacties | 0 TrackBacks

Met een roestig corsaatje, een wegenkaart en het adres van een hotel op zak Parijs tegemoet rijden. Een Nikkormat mee om wat gebouwen te trekken. Afspraak met J ergens in de namiddag. Langs landweggetjes om de péage te ontwijken. Op de hellingen voorbijgestoken worden door vrachtwagens omdat het Corsaatje niet sneller kan. Revanche nemen wanneer het bergaf gaat. Een keer of zes-zeven de weg vragen omdat je je na Charles de Gaule al op de Périphérique waant.

Geïntimideerd worden door agressieve claxons terwijl je straatnamen van de bordjes probeert af te lezen. Een ruit die opengaat. “Casse-toi, pauv' Belge! Merde alors!” Opgefokt worden omdat je geen rijvakken ziet in 10 rijen kriskrassende auto's aan het rond punt van place Charles De Gaule.
Twee uur te laat aankomen in het hotelletje. Chips en cola op het bed. Bougiekabel op de grond — de Corsa is je ticket terug. Een dronken vrouw zich zien uitkleden op het midden van de straat. Haar zien omvallen. Zien dat niemand ervan opkijkt.

's Avonds gaan wandelen met de Nikkormat op je zij. Het toestel bijna kwijtraken aan een Arabier. Getuige zijn van een Parijzenaar die de klappen incasseert die voor jou waren. Er niks aan kunnen doen omdat er honderd man bij staat te supporteren. Bij thuiskomst merken dat je de film niet goed had opgelegd en je geen enkele foto hebt.

Meer dan een decennium later vanuit je hotelkamer uitkijken op de Seine terwijl je een stukje typt op een weblog. Digitale foto's van het etentje en het stukje jazzconcert op de laptop gooien. Even lachen bij de foto van J, in hetzelfde hotel voor hetzelfde seminarie.

Tevreden zijn met de loop van de Seine en de dingen.

De exen van J

| 8 reacties | 0 TrackBacks

“Iedereen heeft recht op een vergissing,” zegt J tegen S en mij wanneer een ex van hem binnenkomt. “Toch waar he, Fredo?”
Zij gniffelen en ik knik instemmend. Blij dat zij er maar één naam opplakken. Wij zijn weer even het triumviraat van in het college van nu al een half leven geleden.

Wij drinken Vedett en koffie en warme choco.

Het gaat over voetbal. S zegt: “Gisteren constant gezapt tussen AZ en Brugge. Dat verschil! Nederlanders en Belgen op een voetalveld: dat verhoudt zich als de Bende van Nijvel tot een scoutsgroepje.”

Wij bestellen koffie en een pint en een warme choco.

Het gaat over Dedecker: “Bij de VLD zullen ze nogal gelachen hebben. NV-A haalt daar even hun paard van Troje binnen.”
Het gaat over het college. Over de leraar die ons drie onze allereerste retenu had aangesmeerd. Dat die ondertussen zelfmoord heeft gepleegd, zeg ik.

Wij bestellen koffie en koffie en niets.

Het gaat over een andere ex van J. Die hij tegen het lijf was gelopen in het zwembad. Over nog een ander, waarvan hij het weblog had gevonden. Over die ene, die wij op een kwis waren tegengekomen.

Wij rekenen af en willen naar buiten gaan.

De vergissing van J gaapt ons na als we buitengaan. Er wordt geen knikje uitgewisseld. Wij hebben nergens spijt van.

Behalve van die ene vergissing misschien, maar daar hadden we recht op.

La mar

| 7 reacties | 0 TrackBacks

Hij dacht altijd aan de zee als la mar, zoals de mensen haar in het Spaans noemen, als zij haar liefhebben. Soms zeggen zij die haar minnaars zijn, kwade dingen over haar, maar die worden altijd gezegd alsof zij een vrouw was. Sommige van de jongere vissers, zij die boeien gebruikten als dobbers voor hun lijnen en die motorboten hadden gekocht van de opbrengst van de haaienlevers, spraken over haar als el mar, wat mannelijk is. Zij spraken over haar als een tegenstander, of als een stad, of zelfs als een vijand. Maar de oude man dacht altijd aan haar als vrouwelijk, iets dat genadige gunsten verleende of weigerde, en als zij wilde of woeste dingen deed, was het omdat zij het niet helpen kon. De maan beheerste haar even goed als zij het vrouwen doet, dacht hij.

De Oude Man en de Zee, Ernest Hemingway

Hevenu Shalom Aleichem

| 5 reacties | 0 TrackBacks

Zij vertelt het verhaal van Venetië. Van toen zij daar 's zomers de Vaporetta hadden genomen op het Canal Grande. En hoe zij alles mooi had gevonden: de kleur van het water. De kleuren van de huizen. En dat haar man was beginnen praten met een vader en zijn twee zonen. De vader had bang geleken op de boot. De vader had gezegd dat hij Jood was.

“Dan ken ik een lied voor jullie,” had zij spontaan gezegd.

Haar sopranostem had Hevenu Shalom Aleichem gezongen. Bij het refrein waren de tranen over de wangen van de jongens beginnen glijden. Op het einde van het lied was de vader beginnen snikken.

Zij vertelt mij het verhaal van Venetië aan tafel op deze koude winteravond. Ik vraag haar of ze het lied wil neuriën — zij is verkouden en hees. Zij neuriet drie maten en begint dan te zingen, met hese stem.

Venetië zien. Daar dat lied door een hese sporano over het kanaal horen dragen. En geen fucking seconde eerder.

Heimwee

| 8 reacties | 0 TrackBacks
  • FireFox 2 is verschrikkelijk onstabiel — er gaat geen uur voorbij waarin ik het ding niet opnieuw moet opstarten.
  • MovableType 3.31 sorteert mijn eigen comments bij de spam. Viagra, Cialis en Rollex worden probleemloos gepubliceerd.
  • De desktop hier heeft nog maar 's de geest gegeven.
  • Het mailformulier alhier dient gedesactiveerd wegens overdaad aan spam.
  • Mijn iPod wil niet synchroniseren met de laptop.
  • RSS Bandit laat niet toe om verschillende feeds tegelijk te verhuizen naar andere groepen.
  • ...

Of: ook uw dienaar heeft van die ogenblikken waarop hij met heimwee terugdenkt aan potlood, pen en papier. Telefoon. En een versterker zonder leds. En kraakjes in vinyl.
Jawel.

Grondvorm Frederik

| 17 reacties | 0 TrackBacks

Tweestammige Germ. naam met ongeveer de betekenis `machtige beschermer'. Uit Frede-, dit betekent `vrede, bescherming' (zie -fred-), en -rijk `machtig' (zie -rik-).

En bij u? Valt de verpletterende verantwoordelijkheid die u bij uw geboorte van uw ouders meekreeg een beetje mee?

In de patatten

| 3 reacties | 0 TrackBacks

Dat hij in de patatten zat, zei een vriend aan de telefoon. Dat dat wel meeviel, vond ik. Dat die uitdrukking gereserveerd was voor neteliger situaties dan de zijne, legde ik uit.

En ik vertelde over het briefje dat R mij ooit had laten lezen.

Dat was begonnen met:

“Beste R,

ik zit weeral in de patatten.”

Het eindigde met:

“... maar dat is allemaal niet waar.”

En een groet.
En zijn naam. (Die ik ondertussen vergeten ben maar voor het gemak even D zal noemen.)

D was een vriend van R geweest. Hij was ons een paar dagen daarvoor komen ophalen, in legeruniform en in een glimmende zwarte BMW 323i. Wij hadden dat een beetje vreemd gevonden: hij was van een jeugdinstelling en de beroepsschool naar het leger gegaan. En het leger was toen niet zo'n genereuze werkgever, en al helemaal niet voor moeilijke jongens met niet meer dan een diploma van houtbewerking op zak. Voor een belachelijke prijs gekocht, had D ons verzekerd. En dat hij er nog wel een paar wist staan, mochten we geïnteresseerd zijn. Dat ik nog geen achttien was en R nog naar school ging, scheen hem niet relevant.

Wij reden korte spectaculaire ritjes. Kort omdat wij regelmatig moesten stoppen om hem nog 's een paar honderd frank te lenen om te tanken. Spectaculair omdat we boven de tweehonderd gingen op de pas aangelegde ringweg van sint-Katelijne Waver. En omdat D bij het vertrekken steeds stilviel óf een rubberspoor op het asfalt trok. R verzekerde mij dat D zijn rijbewijs had getoond. Dat we die dag zonder ongelukken zijn doorgekomen, is tot op de dag van vandaag een van de meest onwaarschijnlijke opeenstapelingen van geluk die ik op een dag mocht krijgen.

De dag erop zouden we naar zee rijden. Het was al laat in de namiddag toen we besloten dat D niet meer zou komen opdagen.

Een paar dagen later had R het briefje gekregen.
Nog een paar dagen later werden wij door de Rijkswacht verhoord. Maanden nadien kregen wij een uitnodiging om de zitting van de Krijgsraad bij te wonen. De aanklachten stonden opgesomd in puntjes. Puntjes waren onder andere: ‘Insubordinatie,’ ‘Geweldpleging,’ ‘Desertie’... de lijst besloeg twee bladzijden. D had een officier neergeslagen en die onder bedreiging van een dienstwapen sleutels en portefeuille afhandig gemaakt. Zonder rijbewijs had hij een fietser aangereden en vluchtmisdrijf gepleegd.

Dat D wel degelijk in de patatten zat, hadden R en ik besloten.
Dat het met hemzelf inderdaad wel meeviel, besloot de vriend aan de telefoon.

Genoeg?

| 4 reacties | 0 TrackBacks

Neen.

Een week geleefd

| 3 reacties | 0 TrackBacks

In drie dagen zag ik drie vrouwen wenen. In luttele seconden voelde ik vier cilinders tussen mijn benen tot 12.000 rpm klimmen. Ik zag zorgen op een gezicht dat ik liefheb. Ik voelde de wind van een zwaard naast mijn oor. De druk van een deadline op mijn schouders. Trillende handen van razernij om het bedrog. Een overslaand hart om een vergeten gewaand verlies. Benen die rubber werden van machteloosheid. De hond die sprong als ik thuiskwam. Het meisje dat mijn hals en ego streelde. Het kind dat lachte en kirde als ik in de verte aan kwam wandelen. De zon die de herfst verzachtte. Ik las van de dichter die de hel overwon. Ik zag de film die de Bismarck deed zinken. Aanvaardde de uitgestoken hand van een man die het weekend daarvoor wilde vechten.
“I am going to kill you!” had hij gezegd.
Dat ik niet mee naar buiten ging, had ik geantwoord.

Een week geleefd, zou ik schrijven.

Op verplaatsing

| 2 reacties | 0 TrackBacks

Wanneer wij al 's voor acht uur uit de veren komen, posten wij daar elders over.

De Schaker Lancelot

| 6 reacties | 0 TrackBacks

Plots ontwaar ik haar. Als een witte koningin staat zij scherp afgetekend tussen vage pionnen op het belendend terras. Ik ben dan niet haar koning, maar tevreden met de positie van loper op C1 — naast haar tot de veldslag een van ons beiden oproept: het Lancelot-syndroom quoi.

Wanneer ik mijn adem terugvind, zie ik haar nog net opgaan in de massa. Met in haar hand een minihandje. Een handje dat uitmondt in haar prinsesje.

Geen Lancelot die daar tussenkomt. Met een bebloed zwaard in de schede en modder aan de voeten de vertrekken van de jonkvrouwe met haar kinderstee betreden: zelfs de Rode Ridder zou ervoor passen. Een eeuwigheid, een handvol toeristen en een lange brunette gaan voorbij eer ook Lancelot beseft dat hij gelukkig is om haar geluk.

Een zonnestraal slaat een bres in de wolken.

Etiketten kleven

| 6 reacties | 0 TrackBacks

Ik kocht hem voor zijn etiket. Geen Rotschild, geen Pomerol, geen pauselijke Château Neuf. ‘Esterházy’ had ik nog nooit met wijn geassocieerd.

Bij Esterházy denk ik aan de vurigste krantekop ooit geschreven: “J'accuse!” Een ontketende Emile Zolà op de barricaden tegen de Franse legertop in de affaire Dreyfus. Een schrijver tegen een leger: de pen die het voor een keertje echt van het zwaard zou winnen.
De werkelijke spion in de affaire — Esterházy, lid van een van de meest vooraanstaande Hongaarse families — zou naar Engeland vluchten om daar te sterven.

Esterházy betekent bedrog.

Wie de wijn aan de lippen zet en zich er de prijs bij herinnert, weet wat ik bedoel. Etiketten liegen niet voor wie ze kan lezen. Ik laat me voor een keertje vrolijk bedriegen.

PV nummer: ME.98.LI.42452202006

| 10 reacties | 0 TrackBacks

[...] Bijkomende inlichtingen: Voertuig stond geparkeerd op het Koning Albertplein tegenover herberg Friends. Deze parkeerplaatsen zijn voorzien voor het parkeren van voertuigen om reizigers van het station op te halen, er geldt een maximum parkeertijd van 5 minuten. Dit wordt aangeduid met een verkeersbord, dat duidelijk zichtbaar en reglementair geplaatst staat. We stelden vast dat het voertuig reeds om 19.56 uur geparkeerd stond op deze plaats. Om 20.02 uur stond het voertuig nog steeds op dezelfde plaats [...]

Decadent weekend

| 7 reacties | 0 TrackBacks

“Zo ziet een Aston Martin rijder er dus uit,” denk ik wanneer een dertiger met matrozenhemd in zijn DB9 stapt. De auto kost een fractie van zijn boot. Ferrari's zijn mainstream langs de kade. Lamborghini's bij de vleet.
“Sean Connery,” antwoordt een koppel wanneer wij ons hardop afvragen welke mensen dit half cruiseship als privéjacht kunnen veroorloven, “hij ligt meestal hier of in Sardinië.”
Dat ze al een praatje hadden gemaakt met de bemanning van de boot. “Hele sympathieke gasten. Zo gewoon ook.”
Celebrity watchers: wie zijn ze? Wat drijft hen?

In de discotheek staat een fles Dom Pérignon op de kaart voor de prijs van een nieuwe Golf diesel. Een collega vertelt er het verhaal van een man die hier was binnengekomen met twee ingehuurde dames aan zijn zij. Had zo'n fles besteld en die leeggespoten over de vloer. Zonder zoveel als een glimlach op zijn gezicht. Later op de avond zou nog een groep van 600 man binnenkomen. Degene die daar de inkom voor betaald heeft, is meer dan drie Golfjes diesel kwijt.
Wat je ervoor krijgt: een schitterend glasraam achter de bar. Lounge-bedden rond de dansvloer. Hell, je krijgt er zelfs goeie geurtjes voor: elke ruimte heeft haar eigen aroma. En zelfs een kansje dat je Robbie Williams tegen het lijf loopt.
Wij blijven er een dik uur en gaan cocktails drinken in de haven. Zien er hoeren en flikken. Travestieten en suits. Silliconen all over the place.

I want to push you,” zegt het meisje in de exclusiefste strandclub van het land.
Feel free,” zeg ik.
Zij duwt mij.
Ik val.
Het loungebed is zacht.
Zij valt naast mij.
Wij kussen.
Gratis en onbetaalbaar.
Wij missen het skinnydiven.
Wij vinden het niet erg.
Wij drinken.
Wij kussen.
Wij doen dat tot de club sluit.
Zij typt haar naam en telefoonnummer in mijn gsm.

Mijn baas moet twee kredietkaarten bovenhalen om onze drankrekening te betalen. Ik vind de paar maandlonen die hij neerlegt voor elke euro verantwoord.
Decadentie went op een weekend.

Volleerd

| 12 reacties | 0 TrackBacks

Leer mij pijn kennen.

Als kind geplaagd door oorontstekingen. Ook toen: een tand laten trekken zonder verdoving en met een abces — ik voelde de wortels scheuren. De trap van het eerste verdiep afgeduwd en op mijn voorhoofd terechtgekomen (Blijven botsen zeker toen, De Vries? Ja, één keer naar het schijnt: mijn been was tussen een van de laatste twee treden blijven steken, bij de tweede bots ging ik K.O.).
Een oog zo dik als een tennisbal na een kopstoot tijdens het voetballen. De schelp die door een Thaibokser van haar plaats getrapt werd. Mijn knie die uit de kom ging toen er iemand werd tegenaan geworpen. De andere knie toen een automobilist zijn deur opengooide op het ogenblik dat ik er met de fiets langs reed. De littekens op mijn arm voor een weddenschap. Mijn bekken toen de brommer tegen het asfalt sloeg. Tegenwoordig: de rug telkens Isschias zich wil manifesteren. En het maagzuur wanneer het eten te zwaar of de drank te sterk was.

Drie geliefden op twee weken tijd verloren. Voor altijd. Auto-ongeval, kanker, hartaanval. De vriend die ik op de lijkschouwing zag liggen. Bijgeschminkt en geblutst. Niet vredig. De grootvader die zich kermend van pijn de dood inschreeuwde. De nonkel na een overdosis alcohol en pijnstillers, de beademinsgmachine nog pompend en uitendelijk falend.
De hond overreden voor mijn ogen omdat ze uit mijn armen ontsnapt was en de vrouw aan het stuur het niet nodig vond te remmen. Het bloed dat die hond overgaf toen ze in mekaar stuikte. De hond die ik zijn spuitje moest laten geven omdat hij te oud geworden was. En incontinent. De eerste hond thuis, die door het ijs zakte en nog drie keer boven kwam en daarna nooit meer.

De vriend die na zeven jaar relatie en drie dagen voor het huwelijk door zijn aanstaande vrouw verlaten wordt voor een andere kameraad. Voir un ami pleurer. Een ex die vertelde over haar verkrachting met het mes tegen de keel, letterlijk. Een andere ex die soms nog droomde van haar vader en zijn handen. De kameraad die zijn moeder verloor in een routine-operatie en dan maar terug bij zijn drinkende vader moest gaan wonen. Een nonkel die zijn voorrang van rechts met de dood bekocht.

De tranen in de ogen van het meisje wanneer je wegrijdt en weet dat je niet meer terugkomt. De vrouw die de deur dichtgooit nadat je haar ontbijt geweigerd hebt. Het meisje dat alles netjes in dozen heeft ingepakt wanneer je je spullen gaat halen nadat je bent weggelopen. Zij die je afdreigt omdat je op een ander verliefd was geworden. De moeder aan wie je net gezegd hebt dat jij nog geen vader kan zijn.

Thuiskomen en de echo horen wanneer je vloekt in de leegte — zij heeft alles meegenomen. De klik van de GSM wanneer je 's nachts onverwacht thuiskomt en haar wil opbellen om te vragen waar ze is. Bovenop haar haar lichaam voelen verstijven. Haar horen liegen.

Leer mij pijn kennen.

Betiteld

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Mijn huidige werktitel, had Paul willen weten. De naamkaartjes gaan zometeen ter druk, maar u krijgt 'm al in première: ‘Special Project Manager.’ Mijn moeder is vooral blij met het laatste woordje: ‘manager’ maakt op haar eenzelfde indruk als pakweg ‘notaris’ dat deed op de rest van het dorp halverwege vorige eeuw.
Er helpt geen lievemoederen aan, ook niet wanneer ik haar zeg dat een Floor Manager vroeger nog gewoon kuisvrouw heette.
Zelf had ik vooral affectie voor mijn vorige titel. Creative Consultant luidde die. Dat zegt zo'n beetje alles en niets, en reflecteerde daarom uitstekend wat ik deed. Mijn moeder vond 'm maar niks.

Mijn geheime titel dan. Wanneer daarmee bedoeld wordt welke titel mensen mij plegen te geven wanneer ik buiten gehoorafstand ben, dan moet ik u logischerwijze het antwoord schuldig blijven. Eergisteren werd ik nog wel ‘meneer Druppels’ genoemd door twee mannen met wie ik op de schoolbanken heb gezeten. De gooier van dit stokje heeft mij wel 's keizer Fré genoemd. Ooit nog opgevangen: Ferdy de Mier, Vieze Freddy, Fast Freddy, Freke, Fred Raket, Don Fredo.

Wat droomtitels aangaat, moet ik u teleurstellen. Mijn nachtelijke dromen herinner ik me überhaupt al zelden of nooit. En tijdens het dagdromen heb ik nog nooit aan titels gedacht.

Rest me nog het stokje door te gooien.

Naar Mies, in wie ik niet meteen een groot stokjesfan vermoed, dan wel zeer nieuwsgierig naar zijn titel ben. Naar Tom, omdat die zo'n gewone simpele titel heeft die exact zegt wat hij doet. En tot slot naar Arnoud, omdat ik erg benieuwd ben hoe hij zichzelf omschrijft.

Indexvulling

| 3 reacties | 0 TrackBacks

Aardig van Paul om mij met een stokje te bedenken, zeker nu deze index zo leeg staat. Morgen alhier mijn werktitel, geheime titel en droomtitel.

Voor u.
Voor Paul.
En voor mijn quasi lege index, dus. Dat u vooral geen kapsones krijgt — ben ik nu het eerste Vlaamse weblog dat het woord kapsones bezigt?

Leugentje om bestwil

| 3 reacties | 0 TrackBacks

“Wat doe je?” vraagt ze
“Tikken,” zeg ik — ik ben doodeerlijk.
Zij heeft een T-shirt aan met daarop ‘Virgin Express.’ Dat is iets minder eerlijk, eigenlijk.

Zij is wel lief.
Dat dan weer wel.

Kwaad op zondag

| 5 reacties | 0 TrackBacks

Beschaafd oorlogsvoeren: een kinderlijkje met een hoofdwonde in het mortuariumVoorwoord: In het toilet bij mijn ouders hing vroeger een cartoon van Zak. Op de cartoon stonden een paar mannen rond een vergadertafel. Uit het tekstbalonnetje boven een van de lachende mannen stond: “Ok, laten we de wereld nu al weten dat we erg bezorgd zijn of gaan we eerst een hapje eten?” Bush & Blair speelden de cartoon treffend na op de G8 top afgelopen week. Zo treffend dat ik er niet meer om kan lachen in het licht van de gebeurtenisssen van de afgelopen dagen. In het niet-lachen schreef ik dit stukje. Het is geen goed stukje. Het is een kwaad stukje. De foto's bij het stukje zijn niet grafisch verantwoord. De foto's zijn foto's van de slachtingen in Libanon in de afgelopen dagen.

De Verenigde Naties vragen om een humanitaire wapenstilstand in Libanon van 3 dagen. Een wapenstilstand die geen uitspraak doet over het Grote Gelijk. Een wapenstilstand nodig om gewonden, kinderen en ouderen uit het oorlogsgebied te evacueren. Israel zegt No Way. Israel zegt Fuck You tegen een nog maar eens verdeelde VN.

Ondertussen kauwt de machtigste man van de planeet op een sandwich en begroet zijn schoothondje: “Yo Blair!”

De Partij van Allah sluit de uitvalswegen van het oorlogsgebied in Libanon af. Hezbollah gijzelt zo de burgers van Libanon, vaak hun eigen kiezers. Als ratten in de val.
600 zijn er al dood. De meesten burgers. 200 daarvan kinderen.
And counting.

Niemand telt de gewonden. De afgerukte armen en benen. De brandwonden voor het leven. Niemand telt, maar het is een veelvoud van het aantal doden.

Beschaafd oorlogsvoeren: anderhalve romp branden nog na tengevolge van een bombardement

De machtigste man van de planeet lacht een staakt het vuren weg.

Een Belgisch-Libanese prof beschuldigt Israel van het gebruik van chemische wapens in het oorlogsgebied. Een Nederlands weblog rapporteert over knikkerbommen van Hezbollah. Een reageur meldt spijkerbommen in de Gazastrook.
Verontwaardiging! Want ook in een oorlog zijn er regels. Beschaafde landen ondertekenen daarvoor conventies. Je mag dan niet: bommen gooien met plastic scherven erin. Je mag dan wel: mensen doden door bommen op hun huizen te gooien zodat ze creperen onder het puin. Op parachutisten van de vijand mag je niet schieten terwijl ze nog in de lucht hangen: je wacht daarmee tot ze geland zijn. Beschaafde landen geloven dat je beschaafd oorlog kan voeren.
Nog beschaafder zou zijn: elk jaar een fair-play prijs uitdelen onder de oorlogsvoerende landen. Het winnende land wordt dan het volgende jaar automatisch gekwalificeerd om een oorlog naar keuze uit te vechten zonder dat het daarvoor een VN resolutie riskeert.

Beschaafd oorlogsvoeren: een man houdt een verbrand kinderlijkje voor de camera In de nastank van de loopgraven riep de wereld om Nooit Meer Oorlog. Elk deelnemend land had een zoon teveel begraven. Vijfendertig jaar later had één natie in vijf jaar tijd 6 miljoen Joden uitgeroeid. Zes miljoen: alle Vlamingen tesamen. Wég. Rook door een schouw.
Weer een halve eeuw later gelooft datzelfde volk in een logica waartegen die van oog om oog, tand om tand verbleekt.

(Terwijl ik dit stukje typ, zijn er nog meer dan 50 doden gevallen in Qana, “onder wie tientallen kinderen.” Een Israelisch woordvoerder zei dat de bevolking al lang vertrokken had moeten zijn. “In bijna alle reacties klonk de oproep door voor een onmiddellijk, onvoorwaardelijk staakt-het-vuren. Alleen Washington en Londen onthielden zich hiervan,” meldt het nieuwsbericht.)

De machtigste man ter wereld zegt dat het ironisch is. Dat Syrië de shit maar moet oplossen.
Zijn schoothondje zet de mikrofoon uit.

Druppelfragmentjes

| 4 reacties | 0 TrackBacks

# Tot voor afgelopen week heb ik Belgen nog nooit horen klagen dat het te warm was in het thuisland. En dat het tijd werd dat het nog 's wat ging regenen. Nog nooit, De Vries? Nee, nooit. Jamais, niehmals. Not ever. Of dan toch niet uit de mond van iemand die niet verzuurd bejaard geworden was.

# Herinnert u zich dit stukje nog? Het laatste zinnetje is zowaar een feit. Het voorlaatste nog niet, maar dat kan de feestvreugde niet drukken.

# In het licht van de eerste noot van dit stukje was het slot van het vorige stukje eigenlijk een happy end. Want alles is relatief: QOD indeed, Albert.

Storm boven Brasschaat

| 4 reacties | 0 TrackBacks

De ligstoel torst op andere dagen het lichaam van een gewichtiger man dan ik. Lui nip ik aan mijn rosé terwijl de sproeier zich ritmisch van zijn taak kwijt; tussen mijn voeten zie ik de stralen over en weer dansen. Boven mijn hoofd pakken wolken zich samen.

Verschroeide plekken ontsieren het gazon. Ook hier in Brasschaat heeft de hittegolf zijn littekens achtergelaten — het gras is nooit groener aan de andere kant. Al heerst de ontspanning hier dan onbetwist. Zelfs de wind die het onweer komt aankondigen, slaagt er niet in die rust te verstoren.

Bernard heft zijn poot tegen een struik. Ik denk aan mijn tuin, waar het gras stilaan naadloos overgaat in de struiken. De woorden van daarstraks kaatsen over en weer in mijn hoofd.
Woorden die niet meer betekenen dan het gebaar van Bernard, want wij zeiken allemaal ons territorium af. Wij staan allemaal met blikkerende tanden op onze achterpoten om indringers af te schrikken.
En ja, soms bijten wij.
Gewichtige mannen begrijpen dat.
Hell, zelfs Bernard begrijpt dat.

Daarna likken wij onze wonden.

Dan is de dreiging boven onze hoofden voorbij. Dan bliksemt het. Dan valt de regen.

Glory Days

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Heer Inferis werpt mij het Gloriestokje toe. De vraag die stokjessnijder Pol eraan vasthangt: “Wat is uw opperste moment van glorie geweest in het leven dat u nu leidt?”

Glorie heeft iets met triomf. Iets met winnen.
Er zijn ogenblikken geweest waar ik gelukkiger was dan in de onderstaande ‘hoogtepunten.’ Ogenblikken waar ik volmaakt tevreden was met de wereld rondom mij en mijn plaats daarin. Meestal aan zee, of in de bergen. Of bij het aaien van een dier waar je niet mag aankomen, tenzij op dat ene ogenblik dat je er niet eens over nadenkt. Maar triomferen doe je op zo'n ogeblik niet. Er is geen glorie.

Glory Days dus, voor wat ze waard zijn en met de bedenkingen van de heer Springsteen in het achterhoofd.

Hoogtepunt 1:
Tijdens de finale van het hogeschool voetbaltornooi, word ik koud uit het publiek geroepen om de keeper te vervangen. Wanneer het laatste fluitsignaal klinkt, staan wij onder moordende druk een doelpunt voor. Bij het fluitsignaal vliegen vriend S en ik en mekaar in de armen.

Hoogtepunt 2:
Op een proclamatie krijg ik een provinciale prijs voor Engels. Hier zelf niet echt van onder de indruk, krijg ik kippenvel wanneer een paar zware migrantenjongens uit het beroeps mij juischend op hun schouders tillen en naar het podium dragen.

Hoogtepunt 3:
Een computerblad organiseert een zogenaamde webathlon voor alle webbouwers van de Benelux. Mijn toenmalige baas en leveren een intranet en een website op in de toegestane vijf uur. De baas krijgt een speciale vermelding in de categorie ‘beste technische oplossing,’ ik win de prijs voor het beste design.

En onder het motto ‘haal 's een ancien vanonder het stof,’ keilen wij het stokje door naar Joeri.

Met niets om het lijf

| 6 reacties | 0 TrackBacks

De set: een harde zetel in een kaal interieur. De acteurs: twee honden en een koppel. Het verhaal heeft niet veel om het lijf, en zij ook al even niet meer.

Zij kussen en horen niet meer dat Tracy Chapman al even niet meer voor de soundtrack zorgt. De kleine hond licht een oorflapje op wanneer zij met hese fluisterstem een snaar beroert. De grote hond geeuwt, legt zich op zijn zij en zucht. De man is zijn lijnen vergeten en laat zijn handen spreken.

Zij zijn amateurs in een schouwspel zonder publiek. Liefhebbers.

Hun verhaal is al duizend-en-een keer verteld en het verloop van het stuk is voorspelbaar. Wanneer zij naar boven gaan, likt de grote hond het oor van het kleintje.

Hij kijkt nog even in de kale living wanneer hij het licht uitknipt.
Meer decor behoeft hij niet.
Zonder iets om het lijf schrijven zij een einde aan het verhaal uit de duizenden. Een ordinair einde. Het mooiste einde dat er is.

Breek de stilte

| 8 reacties | 0 TrackBacks

Of ik please nog iets wilde schrijven, vroeg het mailtje. Dat ik dat here you go wel had willen doen, dacht ik. Maar dat het leven naast druppels zich af en toe ook wel 's op de voorgrond wil dringen, antwoordde ik.

De dagen hier worden met zon overgoten. De rozen in de voortuin zijn gul met hun kleuren. (En geuren, schijnt het, maar geen roker die het spontaan ruikt.) These days zijn gelukkige dagen, so to speak. Een cynicus of een buurman die zich druk maakt om het hoge gras in mijn tuin. Bernard huppelt er vrolijk in rond, en er zijn momenten dat ik precies hetzelfde wil doen.

Wanneer ik de schuifdeuren naar de tuin een handbreed openzet, waait er een zachte bries binnen. Die wind streelt een uit hout gesneden vogeltje dat op zijn beurt metalen staafjes zacht tegen mekaar doet klinken. Ik kreeg het als geschenk van een Thaise bruid: het maakt de muziek van minnaars die ononderbroken het glas klinken wanneer zij mekaar in de ogen kijken en er 'ik jou ook' bij voelen.

Als ik kon, brak ik de stilte hier zoals het vogeltje met de staafjes.

Op verzoek moet u het maar stellen met dit stukje.

Omnia vanitas est

| 7 reacties | 0 TrackBacks

Disclaimer: onderstaande staat haaks op het niet-ego dat wij tijdens de training nastreven. Na de eerste val ziet mijn gi eruit alsof hij door een Quasimodo-rug gevuld wordt. En na de eerste yokomen zijn mijn aanvallen houterig. Aikidoka Frédéric verdient hier geen goede punten.

Blogger Frédérics ego wordt daarentegen uitermate gestreeld wanneer zevende dan Fukakusa Sensei hem bij herhaling als aanvaller vraagt. Wanneer dat dan ook nog op video wordt opgenomen, wint de blogger het van de aikidoka. Weblogger Frédéric post zijn eerste video. De aikidoka heeft nog een lange weg te gaan.



De kus van twintig jaar (V)

| 4 reacties | 0 TrackBacks

[wat voorafging]

Twintig jaar,” echoot zij, en zij wordt er zelf even stil van. Dan lacht zij.
Zij peilt mijn ogen, ik die van haar.
Ik monster haar van kop tot teen. Het meisje is vrouw geworden, maar is onderweg niets kwijtgeraakt.

De man waarmee zij binnengekomen is, houdt ons scherp in de gaten. (Hij is afgemeten vriendelijk. Hij is breed. Ik vermoed hem licht ontvlambaar. Ik durf te wedden dat hij hier voorwaardelijk is.)
“Het vriendje?” vraag ik haar.
“Neen, bodyguard van ex-vriendje.” Zij zegt de naam van het ex-vriendje. Ex-vriendje moet nog even zitten.
“Maak je geen zorgen,” zegt zij en zij slaat haar arm rond mijn middel. De muziek klinkt luid en ik vergeet de mensen rondom ons.
“Wild thing,” zeg ik.
“I think I love ya,” zegt zij.
Haar voorhoofd raakt het mijne.

Wij kussen.

Wij kussen de kus van twintig jaar.

De kus is een teletijdsmachine. Een half uur zijn wij het meisje en de jongen van toen. Wij verkiezen te vergeten dat dit eigenlijk nu niet meer kan. Wij horen alleen nog de muziek en negeren de bodyguard en de verbaasde gezichten rondom ons.
Wanneer wij stoppen met kussen krijgen de mensen rondom ons langzaam hun contouren terug. Zij kijkt mij nog een keer in de ogen als het meisje van toen.
“Dank je,” fluistert zij.

Wanneer zij zich omdraait en treug naar de bodyguard gaat, is zij al terug vrouw en de ex van. Een deur die veel te lang was blijven openstaan, is met zachte hand gesloten.

Wordt niet vervolgd, weet ik.

De kus van twintig jaar (IV)

| 3 reacties | 0 TrackBacks

[wat voorafging]

Ik zou mij die nacht toeleggen op een doel: hem overleven.
Het had mij een Herculeswerk toegeschenen.
Hij werd erger dan ik had verwacht.

Mijn eerste tand was getrokken zonder verdoving. Als kind had ik last gehad van allesverterende oorontstekingen. Na een kopstoot was mijn oog al 's wekenlang zo dik als een tennisbal geweest.
Die nacht leerde ik pas wat echte pijn is.
Zij had achterstevoren op het zadel gezeten.
Zij had mij gevraagd bij haar te komen.
Zij had mij gevraagd mijn ogen te sluiten.

Zij had mij willen kussen.

Daarom had zij neen gezegd. Zij wilde niet binnenkomen. Zij had willen kussen, daar en dan. Op de witte fiets.

Zij had mij willen kussen en ik was gevlucht.

Drie nachten zou ik niet slapen. Zelfverwijt vocht om de bovenhand met spijt. Spijt met schaamte. Echte winnaar was steevast het ogenblik waarop ik mij probeerde voor te stellen wat zij gedacht had, daar toen achterstevoren op dat fietszadel.

De vierde dag ging ik naar buiten.

Op zoek naar haar.

Als ik ooit al iemand heb willen vermoorden, was het die jongen uit haar buurt, toen. Hij had gevraagd waar ik gezeten had, de laatste dagen. Na een vaag antwoord had hij mij geupdate over de buurt. B was op de vuist gegaan met H. F was op de rollekes gemoeten met zijn ER: 90 alstublieft, ahja, hij had juist een nieuw kit gestoken.
En J had Haar Binnengedaan, twee dagen geleden. “Nen echte Moulinex!” had J achteraf getuigd. “Lachen jong!”
J was mijn overbuur en oudste vriend in de buurt geweest.

Ik zou er mij jaren niet meer laten zien, in de buurt.

[Wordt vervolgd]

De kus van twintig jaar (III)

| 2 reacties | 0 TrackBacks

[wat voorafging]

Zij had mij naar huis gefietst en op het bagagerek van de witte fiets was ik de koning en Don Johnson te rijk. Mijn ouders zouden niet thuis zijn die avond: dit kon niet mislopen. Al wat ik moest doen, was haar binnenvragen. De rest zou zij wel weten.

“Kom je mee binnen?”
Alsof ik 't wel elke dag aan een meisje vroeg: ik had het nonchalante toontje en bijhorende blik urenlang voor de spiegel geoefend.
“Kom je mee binnen?” Het was eruit! Ik had het gevraagd! Seconden tussen mij en de hemel hier op aarde! Met het mooiste meisje van de hele buurt!

“Neen,”had zij gezegd.

“Neen.”

Eerst had het even geduizeld: de bokser die nog even hoog op zijn benen staat na een volle uppercut om dan finaal tegen het canvas te smakken en zijn tien tellen te krijgen. Dan waren de messen teruggekomen. Met duizend tegelijk. De duim was naar beneden gegaan en bloed zou het zand gaan kleuren. Een pastelkleurig hemd zou overblijven.

Flarden van zinnen klonken ver weg.
“Kom... zitten.”
Haar stemgeluid had alle zuurstof uit de lucht gehaald.
“Kom... je ogen dicht.”
Vanuit mijn ooghoeken had ik gezien dat ze achterstevoren op het zadel was gaan zitten. Zij gebaarde mij tegenover haar te komen zitten. Ik keek weg; ik zou liever sterven dan haar nog 's in de ogen te moeten kijken. Bij het weglopen had ik nog iets gestameld dat klonk als een doodsreutel.

[Wordt Vervolgd]

De kus van twintig jaar (II)

| 1 reactie | 0 TrackBacks

[wat voorafging]

Op den duur was zij mij zelfs zonder zonder hond grappig beginnen vinden.
Wanneer ik haar niet zag, maakte ik vrienden in de buurt met jongens die ik daarvoor nog nooit gezien had. Ook zij hadden mij grappig gevonden. Het waren jongens met opgevoerde brommers, jongens die niet naar het college gingen. Voor mij waren het in de eerste plaats jongens die al hun hele leven in Haar straat hadden gewoond.

Zij vertelden soms verhalen over haar en andere jongens. Soms ging een verhaal over haar en een van hun, soms over een nog zwaardere jongen dan een van hen en haar.
“Verzinsels natuurlijk,” had ik voor mezelf uitgemaakt. De jongens in kwestie waren stuk voor stuk jaren ouder dan haar en absoluut niet grappig. Leugens, ik wist het zeker.

Ondertussen werden mijn excursies steeds efficiënter: zo leerde ik dat zij tusen vier en vijf op een woensdagnamiddag nooit buiten kwam. Miami Vice was dan op de buis.
“Voor Don Johnson,” had zij gezegd. Ik had nog nooit een aflevering van Miami Vice gezien, maar tussen Don Johnson en mij zou het nooit meer goedkomen, zoveel stond vast.

De woensdagnamiddag erop zat ik voor de TV. 's Zaterdags kocht ik een hemd met pastelkleuren, al had ik dan liever een witte Ferrari Testarossa voorgereden.
Zij had mij nog steeds grappig gevonden, nu ook met het pastelhemd.

[Wordt vervolgd]

De kus van twintig jaar (I)

| 2 reacties | 0 TrackBacks

“Hoe lang kennen wij mekaar?” vraagt zij.
“Twintig jaar,” zeg ik.
Het was de schuld van mijn hond geweest.

De zomer hing in de lucht en het teefje was haar neus achterna gelopen. Ik slenterde er wat achteraan en riep haar af en toe, tegen beter weten in. Zij draaide dan een oor in mijn richting en liep dartel verder.
Een meisje was beginnen lachen.
“Grappig beestje,” had ze gezegd. Dan had ze de naam van de hond gevraagd. Dan die van mij.
Het bloed was naar mijn hoofd gestegen, mijn longen kregen geen lucht meer en een dozijn roestige messen had zich in mijn maag geboord.
“Frdrcie,” had ik gestameld.
“Mooie naam,” had zij gezegd. Zij lachte nog wanneer zij wegreed op haar witte meisjesfiets.

De volgende woensdagnamiddag schreef ik op de strafstudie naast mijn acht bladzijden franse woordenschat een vel of tien met haar naam. Ik liet de hond drie keer per dag uit en stond een half uur met gel en mijn haar in de weer in de badkamer voor elke wandeling.
Na een week of drie kon ik hele volzinnen tegen haar zeggen zonder een keer te stotteren en kon ik spontaan blijven ademen.
De messen waren blijven steken.
“Jij bent gek,” zei ik mijn zus toen ze vroeg of ik vlinders in de buik had.

Ik was veertien en verliefd.

[Wordt vervolgd]

Kroniek van een liefde

| 5 reacties | 0 TrackBacks

Man ziet vrouw. Hij is in uniform. Zij is verkleed. (Hij is er als scoutsleider, zij paradeert in authentieke gewaden van Margaretha Van Oostenrijk door het paleis van de vorstin.)

Hij kijkt haar in de ogen en verdrinkt. Hij ziet haar contouren en trekt zijn stoute schoenen aan. Op die schoenen wandelt hij haar naar huis. De volgende dag staat hij terug voor haar deur: “Lucifers vergeten.”

Man en vrouw zien mekaar vanaf nu regelmatig.

Vrouw is altijd omringd door andere mannen, en hij wil indruk maken. Na een nachtje zwaar stappen klimt man met broer van vrouw op Sint-Romboutstoren om er de Noord-Vietnamese vlag te hijsen. Vrouw schildert DADA op een aanmeerpaaltje aan de Hoogbrug.

“Ja, dat doe ik,” zegt hij.
“Ja, dat doe ik,” zegt zij.
Zij kussen.

Vier decennia later wandelt een dertiger het huis van de man en de vrouw binnen. Hij schenkt zich een glas wijn in en kijkt zoals altijd snel even welke koekjes er in de middelste keukenkast zitten. Zonnelicht in de rug kranst het haar van de vrouw. Zonnelicht tekent een witte lijn over het profiel van de man.

Zij begroeten hun zoon.

Not a Venture Capitalist

| 0 reacties | 0 TrackBacks

You've got to find what you love

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Waarom Steve Jobs de coolste CEO van de planeet is. En waarom de Stanford studenten eigenlijk eikeltjes zijn (let er maar 's op wanneer ze precies applaudisseren, of kijk naar het meisje dat zich verveeld wat koelte toewappert wanneer Jobs het over zijn kanker heeft). Paarlen voor de zwijnen, nu ook op druppels.

1-5-10 stokje

| 2 reacties | 0 TrackBacks

Helemaal terug van weggeweest: de stokjes! En al dicteren de ongeschreven wetten van de blogosfeer dat je er als ancien heel blasé over moet doen: ik ben altijd al een sucker geweest voor die houten projectielen. Dus wanneer Peter er ons eentje toewerpt, proberen we dat zo elegant mogelijk op te vangen: het 1-5-10 stokje.

1 jaar geleden

Wij organiseren een halfjaarlijks seminarie en mijn presentatie is getiteld: ‘X-ray uw doelgroep met weblogs.’ Ik zal meer gelijk kriijgen dan ik toen had durven hopen. Ik begin met Tai Chi en verander na 7 jaar van Aikidoleraar. Mijn vader gaat voor een routine-operatie naar het ziekenhuis en overleeft het maar net.

5 jaar geleden

De vliegtuigen hebben zich nog niet door de torens geboord en dot-com is nog een trendy woord. Ik leid een grafisch team van een webbureau en wij gaan lachend naar het werk. Ik woon voor de derde keer samen en begin net te experimenteren met KnightXIII, ofte de blogger-powered-voorloper van druppels.
De hond van een nonkel heeft gejongd en ik neem een pup mee naar huis.

10 jaar geleden

Ik sta op 't punt af te studeren als communicatiemanager en klus bij als redacteur, barman en webdesigner. Het is een jaar van chronisch slaaptekort en systematisch brossen. Op een fuif ben ik net een meisje tegen het lijf gelopen, en de volgende dag trek ik bij haar in: wij zullen het drie jaar en drie huizen met mekaar uithouden en nadien een paar advocaten en een notaris verrijken.

Op onze beurt keilen wij het stokje door naar:
Klue: omdat ik vrolijk word van Lieve's stukjes (zelfs van Bloggers en b*llshit)
Maanzand: Yuri is de meest romantische blogger van de lage landen
Mikzlog: mIKe schrijft pareltjes waar je over gaat nadenken.

Klassiek van grond gaan

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Wij genieten van de pauze en een zondagse lentezon voor een kerkje in Waals Brabant in de ‘Rue des choristes perdues.’ P, mijn gastheer, wijst zijn vrouw op het straatbordje: zij is professioneel koorzangeres.

Dat ik niet wist dat een hoorn zo'n mooi instrument was, zeg ik hem. En dat ik had genoten van de dialogen tussen de klarinet en de fluit. Hij lacht: de klarinet blijkt een hobo.
Ik had nog willen zeggen dat ik de Allegro Con Brio uit KV 183 meende te herkennen uit Amadeus, maar ik hou wijselijk mijn mond. Ik was er wel zeker van dat ik het allemaal erg mooi had gevonden, en de experts deelden die mening.

Maar het beste moet nog komen. De dochter van P gaat na de pauze duelleren. Zij en de violiste tegen het orkest. Zij is dan gewapend met een alto. Voor het duel staat er nog een ariaatje op het programma.

De strijkers zijn nog aan het stemmen wanneer wij terug gaan zitten. Zij verstommen pas wanneer de soliste zich een weg naar voren baant. De soprano lijkt nog een meisje: er zijn tweewegsluidsprekers op de markt die er indrukwekkender uitzien. Zo fragiel.

Tot zij de eerste noten zingt.

Kristal. Diamant. Fluweel.

Ik geloof hier en nu in God en Sinterklaas en de Schepping en de Hemel want die is even voor haar neergedaald en ik mag even meekijken naar al wat mooi en puur is en wanneer zij een wenkbrauw twee milimeter hoger heft geloof ik dat het vagevuur door mijn gebeente brandt en wanneer haar onderlip beeft wil ik alle duivels van de onderwereld te lijf gaan.
En ik weet zeker dat er nooit twee- of driewegsluidsprekers indrukwekkender noten uit hun kasten zullen toveren en dat ik maar zelden verliefder was dan tijdens die aria.

Mijn gemoed krijgt pas rust wanneer een virtuoze viool en ditto alto het orkest meesterlijk bedwingen.

In de auto op de terugweg bel ik een vriend en probeer ik het hem uit te leggen. Dat ik dringend nog 's van grond moet, zegt hij.
Dat ik dat geweest ben, zeg ik.

Barman voor een jaar

| 1 reactie | 0 TrackBacks

K stopt ermee. K had tijdens mijn studentenjaren een trendy café in Mechelen met een fuifzaal waar een vriend deejayde. Ik was toen op zoek naar geld en K naar een barman.

Zo werd ik barman voor een jaar.

Barman betekende daar niet: jongleren met flessen en cocktailbekers terwijl hitsige dames je 't hemd van je lijf scheurden. Het hield voornamelijk in dat je voor elk bekertje bier dat je tapte een bonnetje moest hebben. Bij privéfuiven moest je de niet-genodigden buiten houden. En je mocht pas sluiten wanneer de fuif dood was.
Je mocht niet sluiten wanneer de toog nog uitsluitend bevolkt werd met mannen die een verhaal wilden vertellen, want die mannen hadden veel dorst.

“Ge gaat het allemaal nog leren,” declameerden die mannen met veel dorst.
Van K had ik geleerd dat je eigenlijk kon antwoorden wat je wilde.
“Ja, bij die nieuwe vent is ze gelukkig. Want hij, hij kan haar wél geven wat zij nodig heeft he!” sprak dan zo'n man. “Nieuw schoenen?” vroeg K dan bijvoorbeeld.
Eerst had je dan medelijden. Tot zo'n vent met zijn vuist op de toog sloeg: “Wat voor een kermispint is dat hier!” Dan tapte je een centimeter bier bij, en alle leed was geleden.

Een barman moest ook nieuwe vaten steken. Bij de Hoegaarden en de Palm had je moderne sluitingen; die vormden geen probleem. Voor de pils miste ik de handigheid. K had het een keer of tien voorgedaan toen hij zei: “Nu zou je dat toch zélf moeten kunnen.”
Dat had ik ook gevonden. Toen mijn eerstvolgende vat ‘af’ was, had ik mij dan ook voorgenomen dat ik niet naar boven zou snellen om hulp. Elke vezel van mijn lijf had zich gespannen om die kraan op dat vat aan te sluiten.
“Hoe heb je dàt nu in godsnaam geflikt?” vroeg K dan, toen ik boven stond met een schaapachtige uitdrukking op mijn gezicht en een gebroken koperen kraan in mijn hand.

Wat later studeerde ik af en werd ik betaald om iets met het Internet te doen. Na een paar maanden had ik de bar niet meer nodig en het moet gezegd: de bar kon ook wel zonder mij.

K nam wat later een ander café over. De vriend die vroeger deejayde en ik aten elke woensdag een spaghetti bij K. De spaghetti was net zo'n deel geworden van de woensdagavonden als de training ervoor.

Tot en met vanavond.
Dit weekend stopt K ermee.
Geen zin meer.

Iets teveel mannen met dorst gehoord.

34

| 11 reacties | 1 TrackBack

Van broer en schoonzus kreeg ik een ontbijt. Van vrienden en collega's ontving ik felicitaties. De postbode schonk mij een herinnering aan een onbetaalde boete en een aanslagbiljet van de belastingen.

Zelf bedacht ik mij met een lichte kater.

De jongste Blogger

| 2 reacties | 0 TrackBacks

Eigenlijk speelde ik vroeger een beetje vals. Tot voor kort gebruikte ik Tobias' weblog namelijk wel 's in presentaties. Dat maakte mijn verhaaltje dan een beetje mooier. Kon ik zeggen: Webloggen is eenvoudig, een kind van acht kan het. En dan toonde ik een screenshot van Tokiweb. “Dit is de consument van morgen!” waarschuwde ik mijn publiek laatst nog.

Wat ik er dan niet bij zei was dat Tobias ooit twee postjes bij mekaar had getikt en zich dan met de dringender dingen des levens had beziggehouden: Zorro kijken, tekeningen maken, vier op een rij spelen. Zijn weblog was nog bestofter geraakt dan de gele Lamborghini die ik hem had gegeven.

Vandaag heeft Tobias zijn weblog afgestoft. En hoe!
Vandaag postte Tobias De Gouden Haan.
Binnen 10 jaar schrijft hij Het verdriet van België.

Vanaf vandaag hoef ik niet meer vals te spelen (en mag u nu dus echt wel alles geloven wat ik zeg.)

Van de vlinder en de pinguin

| 7 reacties | 2 TrackBacks

Het toeval, Microsoft Belux en een vriend wilden dat ik afgelopen twee weken evenveel geek conferenties aandeed. Twee weken geleden was dat FOSDEM, zondermeer de belangrijkste Open Source conferentie van Europa. Gisteren en vandaag waren er de Developer & IT Pro Days van Gates' troepen in de Belux.
De twee kanten van het huidige IT-landschap: uw dienaar ging, zag, en vergelijkt.

Microsoft heeft de blogosfeer ontdekt. Was er december van afgelopen jaar al het Scoble dinner, dit jaar contacteerde Microsoft een paar webloggers met de vraag of zij naar de Dev Days wilden komen. Zo kregen wij ook een mail en een telefoontje van Tom Mertens: “Je hoeft het niet te bloggen. Doe je dat wel, is dat leuk voor ons. Doe je 't niet, dan hopen we maar dat je er iets aan hebt gehad. Ik stuur je de uitnodiging op?”
Ik stuurde hem een paar links door naar stukjes die ik over Microsoft en/of Open Source had geschreven op dit weblog: hij liet zich niet ontmoedigen. Een week later lag de kaart in de bus. Bij FOSDEM gaat dat anders. De PR machine bestaat uit een vriend die belt en zegt: “Zeg, jij weet toch dat het dit weekend FOSDEM is?” Inkom hoef je daar sowieso niet te betalen, of wat had u dan gedacht?

Het publiek

Elk publiek zijn extremen: op de Dev Days bots je regelmatig op een suit. Bij het FOSDEM publiek ontwaar je zelfs met dit gure februariweer nog sandalen, al dan niet geitenwol gesokt. Wie John 'Maddog' Hall al 's heeft gezien, weet wat ik bedoel. Op beide events bestaat het leeuwedeel van de bezoekers uit mannen die je niet meteen een uur voor de spiegel zal zien contempleren over hun looks. Mannen die terug jongetjes worden wanneer je ze een Media Center of een laptop met een coole 3D demo voorschotelt.
Op beide events loop je bloggers tegen het lijf; noblesse oblige.

De presentaties

Op de Dev Days ben ik bij één sessie buitengelopen na een slide of vijf. Het concept van een presentatie volgens de dame in kwestie: je plakt whitepapers van een server in je slides en je leest alle bullets af. In PowerPoint Engels (lees: het taaltje dat door die bevolkingsgroep gebezigd wordt die voortdurend met een laptop zeulen terwijl zij GSM en PDA-gewijs meetings aan het schedulen zijn).
Op FOSDEM heb ik een presentatie bijgewoond waar een developer op het publiek werd losgelaten die het erin bestond om eerst de geschiedenis van JavaScript te doceren om daarna lijn na lijn de code te overlopen die hij had geschreven voor zijn toolkit. I shit you not.
Op beide conferenties heb ik schitterende keynotes gezien van bevlogen sprekers met een visie, met een speciale vermelding voor trendwatcher Rob Cremers op de Dev Days: mind boggling. (Al werd er bij Jeff Waugh beslist meer gelachen in de zaal.)

Conclusie

Op beide conferenties ben ik (ex) collega's en bloggende medemensen tegengekomen. Ik heb verstandige mensen gezien en mensen met oogkleppen op. Ik heb verschillende antwoorden gehoord op dezelfde vragen: vergelijk de Dojo Toolkit met ATLAS. Op de twee conferenties heb ik een drive gevoeld die ik sinds 2002 vergeten was. Een drive van breinen die meebouwen aan het krachtigste communicatiemedium dat de mensheid heeft gezien sinds de uitvinding van Gutenberg. En dan maakt het mij niet veel uit of die brainwave zich vertaalt in C#, Python of plain C.

Lees hier meer:
Developer & IT Pro Days 2006, door coolz0r
FOSDEM 2006, door Kristof Willen
Fotogallerij FOSDEM & Microsoft Developer & IT Pro Days, door mezelf op Flickr

Trust me, I know what you're doing

| 9 reacties | 0 TrackBacks

Hij is zwart. Hij is Amerikaan. Hij is bescheiden. En naast de tatami loopt hij met een wandelstok: Lewis Cuffy is de meest verrassende Sensei die ik ooit zag.

Hij begint met wapentraining en komt langs wanneer mijn jo keer op keer op die van mijn partner knalt. Hij lacht en verbetert: “No-no-no, don't block. Catch!
Hij neemt de plaats van mijn partner in.
“Hit me!”
Ik sla uit de toppen van mijn tenen en bereid me voor op de knal bij de impact.
Geen knal.
Geen impact.
Sensei heeft 'm gecatcht (*).
“Think of your attaquer's jo as a baseball. Think of yours as the glove. Now really hit me — on the head.”
Ik mik precies en sla hard. Hij beweegt niet. Heft zijn jo niet op. Ik besef het pas in de slag en stop maar net op tijd. Tussen de stok en zijn hoofd kan geen hand meer.
Het is de eerste keer dat ik Sensei Cuffy zie. Het is de eerste keer dat hij mij ziet.
Hij lacht: “Hit me again, and now really on the head.”
Ik stap in met de intentie om een boom te splijten en ram de jo naar beneden.
Weer beweegt hij niet.
Weer stop ik maar net op tijd.
Ik kijk hem vragend aan.
“It's surprising. I trust you more than you trust yourself.”

Hij lacht en wandelt weg. Mijn partner en ik buigen voor een man die mij in een paar seconden meer vertrouwen heeft gegeven dan menig vader zijn zoon in een leven.

* In het geval u erover zou willen gaan zeuren: gelieve er nota van te nemen dat auteur dezes zich ten zeerste bewust is van de grammaticale onjuistheid in de vervoeging van ‘to catch.’

Islam, Moslim

| 11 reacties | 0 TrackBacks

“Islam. Is lam: het woord zegt het zelf, toch? Te lui om te werken.” Zij vond dat dan heel goed gevonden, dat woordspelinkje. Zij was een bange blanke lerares in het vijfde middelbaar, en in onze klas zaten geen Islamieten.
Een meisje van mijn klas vertelde het tijdens de pauze verontwaardigd aan haar Marokkaanse vriend. Hij was even stil en bloedernstig. Dan ontspande zijn gezicht. “Klopt,” zei hij, “Is lam, mo slim.” Daarop schaterde hij het uit en wij lachten mee.

Het kan je maar spijten dat zo'n jongen geen Imam wordt.

Luisteren naar niets

| 12 reacties | 0 TrackBacks

Natuurlijk belt die vriend net op dat ene half uur van de dag. Precies tijdens die 1800 seconden op de 24 beschikbare uren dat niemand belt, gaat de telefoon. Tijdens mijn sacrale 30 minuten neem ik achteloos op.

(Andere mensen zijn aan het eten op dat ogenblik. Of onderweg naar huis. Aan het wachten op de trein. Bumperklevend in de file. Op TV is er nog volstrekt niets te zien en op de kantoren brandt een enkel licht. Overwerkers beginnen te twijfelen of ze een pizza of chinees gaan bestellen.
Ik werk dan in stilte. De telefoon houdt 't voor bekeken, ratelende toetsenborden zwijgen al even. De klanten zijn naar huis en de collega's ook.
Lastige mails beantwoorden zichzelf in die 30 minuten. Bugs lossen zich op en ideeën worden tastbare beelden.
In die 30 minuten kan ik de Matrix lezen. In die dertig minuten verzet ik soms halve dagen werk.)

Net dan belt die vriend.
Net dan neem ik op.
Net dan zijn mijn muren niet opgetrokken.

Op mijn Matrixmoment kan men mij lezen. En al zeker een vriend.

Het gesprek had over koetjes en kalfjes kunnen gaan. Het gaat over de DVD die ik nog niet teruggegeven heb. Over onze laatste snookermatch, over het moederbord, over het werk, over toneel, over haar. OVER HAAR!
Alarm op de kantelen, maar het is te laat. Op dit halfuur slaapt de wacht.

Haar naam is over mijn lippen gerold.

Hij hangt hemelhoog in het gesprek terwijl andere woorden van GSM-mast tot mast in de vergetelheid verzeilen.

Zij is binnen.
In dit gesprek. In deze ruimte. Ik lees de naam op mijn scherm. In elke tag, in elk attribuut, in elke waarde. En in de spaties errond.
Zij is buiten.
Ontsnapt uit verdrongen dromen. Uit ongeadresseerde stukjes geheugen waar het verstand niet meer bijkan, en al de rest veel te graag.
Zij is.
Overal.
En nu even altijd.

De Matrix is gekraakt wanneer hij zijn telefoon inhaakt. Ik luister naar niets met de GSM tegen mijn oor. Een laatste karakter valt als een kristal tegen de grond en breekt in 1001 stukjes.

Zeventien en drie meisjes

| 9 reacties | 0 TrackBacks

Ik was een man van 17 jaar, had drie meisjes gekust en mijn hart bloedde toen ik de discotheek buitenging. (Drie meisjes betekende twee meer dan vaak en drie meer dan de andere avonden.) De portier – nog een echte toen: met kostuum en pet, altijd vriendelijk tenzij het strikt noodzakelijk was – keek mij een fractie van een seconde in de ogen toen ik hem mijn laatste vijftig frank gaf. “Op een beter jaar en voorzichtig naar huis, he kameraad.” (Kameraad! Van de buitenwipper-die-nooit-meer-zei-dan-goeienavond-dankuwel!)
De ijskoude wind sloeg in mijn gezicht en waaide zich een weg door de fijne stof van mjin pak. Het was koud, die nieuwjaarsnacht. En al zeker voor een man van zeventien jaar in pak met zijden hemd met een vertrappeld hart.

Waar zou zij nu zijn?
Ik wist waar zij was.

“Weet je nog, toen je zei dat je àlles vooor mij zou doen?”
Hoofd scheef op haar hals (die bleke ranke hals!) en het pruillipje (die dikke zachte rode lippen!) hadden het gedaan. Tot de week ervoor de hals en lippen van mijn lief. Tot zij had gezegd: ik dacht dat jij alleen maar flirtte, ik bedoelde het niet zo serieus.
Regen en wind trotseerde ik, trappend als een gek, voor die inkomkaart. Een inkomkaart die garandeerde dat zij op een andere plaats dan ik nieuwjaar zou vieren.
“Dankjewel,” zeiden de lippen toen ik haar de kaart gaf.

Het was ijskoud die nacht.

Zou zij drie jongens gekust hebben?
Dolken gingen door mijn hart. Geen pijn heviger dan de pijn die een man van 17 voelt wanneer hij zich afvraagt of zijn meisje drie mannen heeft gekust. De dag erop zou ik van een maat horen dat hij ze had gekust (“Jong, die had gezopen!”). Ik kon hem vermoorden en zei: “Cool.”

Had ik het die nacht geweten, ik had hem vermoord. Of tenminste toch: lijdzaam toegezien, verstijfd en doodgegaan.

Toen ik na de langste en koudste wandeling uit mijn leven muisstil de deur opendeed, vroeg zij vanuit haar slaapkamer hoe het geweest was.

“Ik heb drie meisjes gekust,” zei ik en ik hield mijn tranen binnen.

Zij stond op, keek mij een fractie van een seconde in de ogen en zei: “Blij dat te horen.”
En zij begon pannekoeken te bakken.

Gebeten om te reageren

| 5 reacties | 0 TrackBacks

Bijna elke keer druppels.be de pers haalt, steigert uw dienaar. Okee, op de stukjes in Netwerk hadden we niets aan te merken, maar het is een publiek geheim dat de genomineerde bloggers die stukjes zelf schrijven, op basis van een vragenlijst van de journalist in kwestie.

Maar van De Morgen verwachten we beter. Waarschijnlijk puur om sentimentele redenen. Omdat we die thuis hadden. Omdat het er tijdens mijn journalistenopleiding in gestampt werd dat het een van de twee kwaliteitskranten in Vlaanderen was. Of omdat ik godbetert nog een zak van ZAK heb gekocht met mijn zakgeld om de benefiet te steunen toen ze op de rand van het failliet stonden.

Hieronder leest u mijn mailje naar redactie@demorgen.be omdat anne.degraaf@demorgen.be niet blijkt te bestaan. Het is een reactie op het stuk dat Anne afgelopen zaterdag heeft gepleegd over Laenen, en meer specifiek over het zinnetje waar druppels in vermeld wordt.

Beste Anne,

allereerst mijn beste wensen voor 2006. Een pullitzer zo u dat begeert.

Dan even een paar rechtzettingen: u schrijft in uw stuk van 31 december over Gie Laenen over druppels.be: (sic) “De bijna veertig officiële slachtoffers richtten afgelopen virulente verweerwebsites op, zoals druppels.be en laenen.blogspot.be.” Twee fouten in een zin:

1. 'richtten afgelopen... op' --> Afgelopen weken? Maanden? Jaren? Of zijn de websites zelf afgelopen? Ik mag hopen voor de mijne van niet.

2. U zegt dat ik een slachtoffer van Laenen ben. Dat klopt niet. Ik heb het ook nergens gesuggereerd. Wel heb ik het van bij het proces in eerste aanleg voor de slachtoffers opgenomen, omdat ik het verhaal Laenen al lang ken. Een van mijn beste vrienden was wel een slachtoffer. Een tweede vriend was dat ook, al heb ik dat pas veel later gehoord. Waar ik het moeilijk mee heb, is niet zozeer het feit dat uw lezers nu denken dat ook ik misbruikt ben door Laenen. Wat mij meer tegen de borst stuit is dat de informatie, die nochtans erg toegankelijk is, zo slecht gecontroleerd werd. Als u de moeite had genomen om nog maar even dit korte stukje te lezen, had u het geweten. Daarnaast is druppels.be een weblog. Een stukje internet dat een beetje over vanalles en niets gaat: ik noem het mijn speeltuin. Heb ik zin om iets te publiceren, dan doe ik het dan en daar. Om hem dan afgeschilderd te zien worden als 'een virulente verweerwebsite,' doet mijn website en mijzelf tekort. Ik ben blij dat ik de slachtoffers een forum heb gegeven bij de relevante stukjes, ik ben er niet gelukkig mee als vier jaar onbetaalde en passionele arbeid als een pamflet tegen tegen Laenen wordt afgeschilderd. Beeldt u zich eens in dat men u niet langer journalist noemt, maar ontsteker van de Laenen hetze. Of bij uitbreiding: dat men de Morgen vanaf morgen een anti-pedofilie verweerkrant noemt.

Met beleefde groet,
frédéric

Een grandslam erbij

| 6 reacties | 0 TrackBacks

Hondstrouwe lezers met een fenomenaal geheugen herinneren zich mijn grand slams. Normale stervelingen lezen even bij uit het archief. U bent weer helemaal mee?

Mooi zo, want ondertussen prijkt er een nieuwe finale op het palmares: de website van de VVGK.

7 goeie redenen om hem te bezoeken:

  • omdat hij een mooie kerstboodschap meegeeft: streven naar vrede hoeft geen zwaktebod te zijn
  • omdat de (X)HTML en de CSS naar traditie van het huis op het scherp van de snee gecodeerd werd
  • omdat hij het meest volledige overzicht van het Belgische Aikido landschap biedt
  • omdat u altijd al wilde weten wat Tai Chi is, maar het nooit durfde vragen
  • omdat de vorige versie van de bewuste website met MS Word(!) gemaakt was
  • omdat u vanop Mac of Linux surft, en ik graag van u zou vernemen of ook daar alles er netjes uitziet
  • omdat uw internetverbinding ook wel 's voor iets anders gebruikt wil worden dan voor adult sites

Waar wacht u nog op?

Van het zwaard en de roos

| 3 reacties | 0 TrackBacks

Heer Hatasan van de gelijknamige zwaardschool had heer Oyo van het Ko-Oyo district uitgedaagd voor een duel met het blanke zwaard. Heer Oyo liet zich verontschuldigen; hij ging niet in op de uitnodiging. Wanneer Hatasan dit hoorde, ontstak hij in woede. Hij voelde zich zwaar beledigd en daagde heer Oyo opnieuw uit.

Heer Oyo was naast zwaardvechter ook bedreven in de kunst van het bloemschikken. Toen zijn boodschapper hem de hernieuwde uitdaging overbracht, dacht hij even na. Plots trok hij zijn katana, hakte de stengel van een pioenroos doormidden en gaf die roos aan zijn boodschapper met de woorden: “Bied hem deze roos en opnieuw mijn verontschuldigingen aan.”

Weer stond er geen maat op de woede van Hatasan wanneer hij de boodschap en de roos kreeg.
“De lafaard is bang voor mijn kracht en mijn stijl! En hij behandelt mij als een wijf!” Razend smeet hij de roos tegen de grond. Er nu van overtuigd dat heer Oyo bang was om met hem te duelleren, verliet Hatasan het Ko-Oyo district.

Musashi — trouwe lezers herinneren zich hem, anderen lezen even bij — was op dat ogenblik ook in het Ko-Oyo districht, en wel om dezelfde reden als Hatasan. Ook hij wilde heer Oyo uitdagen voor een duel. Wanneer hem het verhaal van Hatasan bereikte, vroeg hij om de roos te mogen zien. Toen een bediende hem de bloem voorhield, bestudeerde Musashi zorgvuldig de stengel. In een flits hakte hij er met zijn zwaard een stukje vanaf. Musashi bekeek het stukje van de steel dat hij er net had afgehouwen. Hij besloot dan en daar van het duel af te zien.

De verklaring voor de beslissing van Musashi? Wanneer hij de stengel zag, wist hij zeker dat die niet door een tang of een schaar was doorgesneden. Aangezien stelen van pioenrozen buigzaam en soepel zijn, kon de snede die hij bestudeerde, alleen gemaakt zijn met een zwaard. En alleen een zeer vastberaden slag had zo'n scherpe snede kunnen maken. Wie dat ook gedaan had, hij was geen gewoon mens. Musashi had met zijn houw geprobeerd de snede van heer Oyo te copiëren, maar zijn snede was veruit de mindere geweest.

Het is moeilijk de fictie van de waarheid te onderscheiden wanneer het over Musashi gaat. Het doet er weinig toe of bovenstaande verhaal (uit: ‘Moesashi’ van Eijo Josjikawa, ISBN 90-10-05499-3) al dan niet echt gebeurd is. Mij trof het als de mooiste illustratie die ik ooit las over ‘Het zwaard dat leven geeft:’ met een houw spaart heer Oyo twee levens. Bij uitbreiding mag u het zien als een kerstboodschap op druppels' wijze.

Gedachtendump

| 5 reacties | 0 TrackBacks

Te plaatsen onder de noemer: gedachtenflodders die stukjes zouden geworden zijn als ik er meer tijd voor maakte.

#1
De eerste 11 afleveringen van het eerste seizoen van Carnivale zijn bij het beste wat ik ooit kwa fictie op TV zag. Enkel spijtig dat je halverwege de 12e — en laatste — episode beseft dat je met meer vragen overblijft dan na de eerste aflevering. En dat zuigt: na het eerste seizoen van Twin Peaks wist ik dan tenminste toch wie Laura vermoord had.
En ja, u wist dat al langer, maar ondergetekende bekijkt de meeste televisieseries pas wanneer hem langs diverse kanalen gemeld wordt dat die serie zo briljant is én een van die kanalen de DVD-tjes bij het woord voegt. Met een tikje geluk leest u hier binnen een jaar of wat een lofzang op Lost.

#2
In een bijzonder condens Aikidoboek las ik onlangs: “It can be said that in Japan one is born as a Shinto, married in a Christian church and taken to a Buddhist temple when he or she dies.” Zelf agnosticus, vond ik dit een mooie gedachte.

#3
Mijn favoriete schrijver van het ogenblik deel ik met Wilfried Martens en Kurt Van Eeghem: Sándor Márai. Ik weet niet wat ervan te denken. Een andere favoriet deel ik dan weer met Bill Clinton. Laatstgenoemde stijgt daarmee nog een tikje in mijn achting.

#4
Morgen, of liever: vanavond, ontmoet een zootje ongeregeld en uw dienaar Microsofts bekendste blogger in Zaventem. Sinds maandag oefen ik de pose van de onbevooroordeelde luisteraar. Ik ga er geen Oscars mee winnen. Al helpt het wel dat Scobles a fun read is en niet bang voor represailles van zijn werkgever. Zo schrijft hij: “Marc Canter is always a fun read. He's the guy who started Macromedia. Yes, they did kick Microsoft's behind. Let's see, Microsoft tried to lock in developers into our own proprietary DHTML tags and failed, but Macromedia's Flash format is all over the place. Who won that battle?”

#5
Door omstandigheden — geen uitdrukking die meer irritatie oproept dan ‘door omstandigheden,’ maar u zal het er toch maar mee moeten stellen — rij ik tegenwoordig bijna dagelijks over het kruispunt waar een ex ooit een zwaar ongeval had. De ex overleefde het en bloeide open tot een van de meest aangename mensen die ik ooit tegenkwam. Bij het oversteken van het kruispunt word ik altijd even vrolijk. En ik word vrolijk van de gedachte dat ik daar vrolijk om kan worden.

Offline

| 12 reacties | 0 TrackBacks

Een overijverige account manager bij mijn ISP heeft het op zijn geweten. Een opruimbeurt van de database en hopla: uw dienaar is van het internet getrapt door een administratief foutje. Disconnected. Offline. Dead-end. En eenmaal afgesloten, duurt het minstens twee weken eer je terug on-line bent.

Om maar te zeggen: het zal hier nog even wat stiller worden dan tevoren.

Want ja, ik zit permanent online op het werk. Maar neen, dat verandert niet veel aan de zaak.
Druppels laten zich bij voorkeur 's nachts schrijven. Met een glas bordeaux op het bureau, een sigaret in de mondhoek en Bernard aan de voeten.

En op een online peecee.

Familie van nu, toen en ooit

| 6 reacties | 0 TrackBacks

Hij staat er kaarsrecht bij, dit jaar. Acht medailles rijker. Van de negen kinderen die geboren werden in de Augustijnenstraat 9 zijn er nog vier in leven. De kaap van de negentig in zicht of net voorbij.

Van de drie aanwezige familieoudsten wordt een speech gevraagd.

De eerste komt van de smokkelaar — de basis van zijn bescheiden fortuin ligt in de botersmokkel tijdens de oorlog. De smokkelaar was van het Klein Seminarie getrapt toen hij zich in een nis geopenbaard had aan de voorbijlopende priesters, met de onsterfelijke woorden: “Zegen mij, want ik ben de onbevlekte ontvangenis.”

De vrouw naast mij aan tafel stoot mij aan met de elleboog. “Dit wordt lachen geblazen.”

De smokkelaar vertelt hoe zijn moeder, mijn overgrootmoeder, naast de toenmalige burgemeester had gezeten bij een obscure officiële gelegenheid. Het brave mens was nog aan het bekomen van de schande — de burgemeester was, godbetert, een socialist — toen de stadhouder haar naar haar leeftijd had gevraagd.
“95!” had zij hem toegebeten.
“Wel, beste mevrouw,” had de burgvader gerepliceerd, “dan hoop ik u hier binnen vijf jaar terug te mogen vinden aan mijn zijde.”
MIjn overgrootmoeder had er thuis schande van gesproken.
“Wat peist die rooje wel,” zo had zij gesneerd, “Dat hij binnen vijf jaar nog altijd burgemeester zal zijn?”

De marathonloper komt wat moeilijk uit zijn woorden in het begin. Duits en Nederlands vechten al rollend over mekaar voor een plaats in zijn zinnen. Ook hij steekt van wal met een anecdote over zijn moeder. En weer wordt er gelachen. Hij raakt op dreef en doet er eentje bovenop: de vrouw naast mij proest het uit en een meisje in de zaal staat te schudden met de fles wijn in haar hand.

Dan begint de marathonloper over zijn vader.

Het zijn kleine anecdotes.
Hoe zijn vader hem 's ochtends ooit vol op de kaak had geslagen tijdens het tandenpoetsen. Het bloed was uit zijn mond gelopen. Vader had namelijk gezien dat hij wat water had doorgeslikt bij het poetsen, terwijl hij nog niet ter communie was geweest, en zodus de hostie niet op nuchtere maag tot zich zou nemen.
De marathonloper vertelt nog een paar anecdotes in die trant en de zaal wordt stiller.

Vooraan staat een man van negentig jaar. Gevochten aan het Oostfront. Krijgsgevangen genomen. Ter dood veroordeeld in zijn vaderland. Gelauwerd marathonloper. Nu een jongetje dat schichtig om zich heen kijkt. Alsof zijn vader hier zo meteen door de glazen deuren gaat binnenwandelen, zijn jas en hoge hoed met een correct knikje aan het personeel zal afgeven en zijn brutale zoon met de wandelstok terecht zal wijzen.

“Maar hij bedoelde het goed, mijn vader,” belsuit de zoon. “Al heeft het mij tijd gekost om dat zo te zien.” En hij lijkt het te menen, gaat met een genereuze lach zitten.

Tijdens het eten vraagt mijn buurvrouw of ik kennis heb.
“Af en toe,” zeg ik.
“Groot gelijk,” weet zij. “Kijk naar mij. Geen kinderen, perfect gelukkig. Heel uw leven kunt ge uw goesting doen.”
Dat ik dat nog niet zo zeker weet, denk ik.
Dat ik voor mijn kind het plafond van de kinderkamer diepdonkerblauw zou verven. En er duizend en een diodes in hangen die met wisselende sterkte schijnen, zodat mijn kind elke nacht onder een sterrenhemel zou inslapen. Dat de Maneschijn sonate de kamer met zachte pianomuziek zou vullen en dat mijn kind zou doen alsof het slaapt wanneer papa het nog even komt toedekken voor hij weer veel te laat gaat slapen. Dat papa dan nog even zou genieten van het universum waarin zijn kind zich geborgen weet en dat dat de ogenblikken zouden zijn waarvoor papa veel te laat gaat slapen en er veel te vroeg weer uit moet.

Ik glimlach beleefd en neem een slok van mijn wijn.

Oosterschelde, windkracht 5

| 5 reacties | 0 TrackBacks

De blauwe herfsthemel jaagt een strakke wind in de zeilen. Ik loef nog een tikje op en de boot versnelt. Schipper F trimt de fok en zegt: “Zo was ik 's met een lief aan het varen. Toen wij even schuin lagen als nu zei zij: ‘Hier kick jij op hè?’ Niet meer teruggezien na dat zeiltochtje. Geen beter manier om van je lief af te geraken dan zo te zeilen.” Hij grinnikt genoegzaam: dit is genieten. I concurr, captain.

Nochtans had ik erover getwijfeld, toen hij mij donderdag had gebeld. Vrijdag na het werk nog naar Zeeland rijden om daar op de boot te gaan slapen en die de dag erop naar Antwerpen te zeilen. Ik moest direct antwoorden. Ik had ja gezegd en pas dan gezien hoe hard het buiten aan het waaien was. Schipper F had een tweede man nodig omdat er nog twee bruggen en een sluis op de route lagen. Dan had ik me de claustrofobische slaapcabines herinnerd.

Een halve fles wijn had het 'm gedaan: ik had geslapen als een baby. En gelukkig maar: wij moesten met de stroming mee als we Antwerpen wilden halen voor het donker. En de stroming had gedicteerd dat we voor de middag het kanaal door moesten om de Schelde aan onze kant te hebben. Na de bruggen en de sluis waren we op zeil gegaan.

Schipper F zegt welke boeien ik moet aanhouden en laat mij het roer om het pas over te nemen wanneer we de haven binnenlopen. De zuidwesterwind is perfect. We moeten maar een keer gijpen en vier keer overstag. Het water en de wind brengen ons in 7 uur op onze bestemming.
Met de auto kost het net geen uur.

Een gek of een ex-lief die het zonde van de tijd vindt.

Besognes van de moderne vrouw

| 3 reacties | 0 TrackBacks

“Hij is verliefd op een ander”
“Hoe goed ken jij je vagina?”
“Op je achttiende al je begrafenis regelen”

Neen, het leven van de vrouw de dag van vandaag is geen pretje, zo stel je vast wanneer je de koppen op de cover van de Flair deze week even overleest.

Pre-emptive strike

| 6 reacties | 0 TrackBacks

We hadden al gehad: de ruzie met de toenmalige partner over de aankoop van een microgolfoven: zij vond dat het er eentje met een draaiknop moest zijn. Ik wilde er eentje met toetsen. Een ander hoogtepunt was de aangetekende brief van een advokaat waarin een ex de tandenborstelbekertjes opeiste. De relatie die afsprong omdat ik geen kinderen wilde en zij wel, mag ook gelden als een klassieker: zij was toen 15 en ik een jaartje ouder.

“Een relatie waar niet in geruzied wordt, is er een waar teveel gezwegen wordt:” het is een adagio van mijn moeder.
Naar die norm gemeten heb ik best wel hele goeie relaties gehad.

Maar ruzie maken met een meisje met wie je volstrekt geen relatie hebt, dat was dan weer nieuw voor me. Benieuwd wat mijn moeder daarvan zou vinden. Waarschijnlijk heb ik nu een hele goeie niet-relatie met een pracht van een meisje.

The Matrix in 2D en zonder smaak

| 10 reacties | 0 TrackBacks

Vlaamse TV anno 2005 is wat The Matrix ons pas voorhoudt voor 2197. En oh, de ironie: de grootste pest heet Reality-TV in vakjargon — jawel, in tijden waar een poetsvrouw Floor Hostess heet of een secretaresse Assitant Administrative Manager, heet het aanswitchen van een camera ook een echt vak.

Een bloemlezing uit het aanbod.

The Block: een stelletje asocialen verbouwt wat ooit een statig huis in Mechelen was tot een paar trendy apartementen. Wanneer de omwonenden klacht indienen voor nachtlawaai, heet het: “ja, hallo, wij hebben een deadline.” Pech voor de pas bevallen vrouw in de buurt, pech voor de oudjes ook, ongelukkig misschien voor de ploegenarbeider, want hier wordt het hoger belang gediend. Hier dient een heus TV-spelletje gespeeld! Pikant detail: de spelregels van VT4 bepalen dat de koppels van dienst overdag niet op de werf mogen. In een rechtbank heet dat dan algauw ‘aanzetten tot een misdrijf.’
In het vak TV maken heet dat entertainment.

Op dezelfde zender wordt de kijker nadien vergast op Paradise Hotel. Concept hier is dat je aan een kamergenoot moet raken, of je wordt Adam- en Evagewijs uit het paradijs geschopt. We leren dat Het Paradijs voor het overgrote deel bestaat uit een zwembad en een witleren divan. En dat de Eva's van dienst in het derde millennium geen trap hoger staan op de evolutionnaire ladder dan hun oermoeder pakweg 200 000 jaar daarvoor. Ter hunner verdediging geldt: de Adams zijn nog erger; zij vinden zichzelf nog slim ook. Hebben het de hele tijd over de strategie die zij gaan uitspelen. Iets in mij zegt dat je aan de Adams niet echt een zware tegenstander hebt op een Risk bord.

Eén leert ons trouwens dat De Slimste Mens ter Wereld (Dimarso heeft uit een peiling geleerd dat de wereld dit jaar stopt aan de Vlaamsche landsgrenzen) trouwens óf Bart Peeters, óf Yves Leterme, óf Jan Verheyen heet. En dus niet Adam, laat staan Frimout of Vermeersch. Het spant er nog om om wie van de drie het precies gaat, maar vast staat dat ze staan te springen om in de lijst der Groten der Aarde in Vlaanderen te worden opgenomen. Is ook een hele eer, natuuurlijk. Vooral wanneer je bedenkt dat je daarmee in de voetsporen van Alain Grootaers treedt.

Gelukkig is er dan nog Canvas. Voor de meerwaardezoeker. Zo iemand gaat op een doorsnee donderdagavond de confrontatie met Republica aan. Waar hij gefascineerd wordt door installaties waarin multidisciplinaire dansers acteren dat ze aan het copuleren zijn met vazen tegen een achtergrond van poppenhuizen panelen. Ik verzin hier niks, mij ontbreekt voor zoiets de verbeelding, maar ik ben dan ook geen kunstenaar natuurlijk.
Soms vraag ik mij ook wel eens af of mijn belastinggeld wel zo goed besteed wordt.

U mag het mij niet kwalijk nemen dat ik niet ook nog naar VTM en KanaalTWee gezapt heb. U beseft dat ik dit log onbezoldigd voer, en dat u voor dat geld van mij niet mag verlangen dat ik mij over ‘Wie Wordt Euromiljonair?’, ‘Blind Date’ of ‘De Heren maken de Man’ een mening ga vormen.

Tv als de platte en smaakloze twee-dee variant van The Matrix. De blauwe pil hebben we nu al wel eventjes gehad. Willen de leveranciers van de rode variant zich dringend aanbieden?

Frédéric gaat shoppen

| 14 reacties | 0 TrackBacks

Daar sta je dan op een godvergeten zaterdagmiddag als man in een babywinkel. Een gigant van een babywinkel; groter dan de Free Record Shop wat verderop. Het ratio aanstaande moeders per vierkante meter doet je twijfelen aan de vergrijzingsstatistieken. Je kan het oestrogeen hier in plakken snijden.

Voor mij aan de kassa staat een would-be moeder. “Of ze zo'n electrisch verwarmbaaar boekweitdekentje hebben?”
Zij heeft nog geen buik, maar aan de ernst van het gelaat en de toon van de vraag kan je aflezen dat het geluk van de foetus onlosmakelijk verbonden is met dat deken.
Paniek op het gelaat van de verkoopster. Catalogus van het vernoemde merk erbij. Zenuwachtig geblader. Aanstaande papa erbij — het jong heeft nog dons aan de kin. “Jullie hebben dat niet? Jullie zijn toch verdeler van dat merk?” Kuiken schuift de bril hoger op zijn neus. Donskin gaat omhoog. Zweet parelt op het voorhoofd van de verkoopster, ruïneert fond de teint. Nog buikloze aanstaande moeder lacht gegeneerd.
“Geeft niks hoor. Maar we vinden ook het slaapzakje met de rits vanachter niet...” De ogen van de verkoopster schieten mitrailleurvuur terwijl zij haar mond in een Ultra-brite smile plooit. Dan, in een flits, bevat zij de schokkende waarheid.
“Wacht 's even! U bent vast naar de baby-beurs geweest?”
Het klinkt als: you are sooo busted. Zij zou de rechten erbij moeten voorlezen: You have the right to remain silent.... In plaats daarvan schiet zij met scherp: “En de vertegenwoordigers hebben jullie vast en zeker verteld dat die spullen hier nog niet op de markt zijn, he? Dat wij als verdeler pas als laatste verwittigd worden van de nieuwe snufjes, toch?”
Ik ga het bijna amusant vinden wanneer een andere verkoopster zich over mij ontfermt.

Kiezen is je opties elimineren. Bij de helft van de items op de lijst kan ik mij volstrekt niets inbeelden. En met een afkolfmachine onder de arm bij je schoonzus binnenkomen, geeft dan weer geen pas. Ik ga buiten met een ensemble in velours.

Buiten snak ik naar adem. Missie volbracht. Op naar de beloning.

De winkel waar ik een half uurtje later binnenloop, heeft geen vitrine. Hij ligt vlak aan een afrit , in wat het midden houdt tussen een industriezone en een vergeten havendok. Hier geen verkoopsters, maar een kale kleerkast die je nog net een knikje gunt wanneer je binnenkomt. De inrichting is die van een magazijn; smalle gangen, een metalen constructie als tweede verdieping en de koopwaar logisch geranschikt in kartonnen dozen. De lucht hier is zwanger van testosteron.

Een man voor mij vraagt drie vuilniszakken. De zoon van de uitbater kijkt niet eens bevreemd op en scheurt drie zakken van een rol. De man laadt de drie zakken propvol stootkussens en handschoenen. Een reus legt een vuurrode Muay Thai broek op de toog en vraagt of ze een maatje groter hebben. Twee andere jongens willen weten of de bokken die ze uit de rekken gehaald hebben evenveel weegt als een Katana. Bijna, denk ik — ik heb net dezelfde.

Daar sta je dan met schoeisel en een DVD onder de arm op een godvergeten zaterdagnamiddag.

Daar sta je dan, als een blij jongetje dat maar niet volwassen wil worden.

Hoogblond

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Wanneer slimme bloggers moeilijke vragen stellen, en wij kennen een deel van het antwoord omdat wij het toevallig een tijdje terug in een boek hebben gelezen, delen wij die wijsheid graag met onze lezers. Doe er uw voordeel mee!

“ [...] Ze liet het flesje opzettelijk stukvallen, omdat ze wist dat ze niet zwanger was en mijn marteling zo lang mogelijk wilde trekken.”
“Typisch iets voor een blondine,” zei dokter Skreta zonder verbazing.
“Denkt u dat blondines anders zijn dan brunettes?” vroeg Bertlef.
“Vast en zeker,” zei dokter Skreta. “Licht of donker haar, dat zijn twee polen van het menselijk karakter. Donker haar betekent viriliteit, moed, directheid en actie, terwijl licht haar het symbool is van vrouwelijkheid, tederheid, machteloosheid en passiviteit.
Een blondine is dus eigenlijk een vrouw in het kwadraat. Een prinses kan alleen maar goudblond zijn. Daarom verven vrouwen ook hun haar — om zoveel mogelijk vrouw te zijn — lichtgeel en nooit zwart.”
“Ik zou graag willen weten op welke manier pigment invloed heeft op de menselijke ziel,” opperde Bertleff vertwijfeld.
“Het gaat niet om pigment. Een blondine, vooral een kunstmatige, identificeert zich onwillekeurig met haar haar. Ze wil haar kleuren trouw zijn en presenteert zich als een fragiel wezen, een speelgoedpop, ze eist tederheid en gedienstigheid, hoffelijkheid en alimentatie; ze kan niets zelf doen, ze is vanuiten de zachtheid zelve en vanbinnen grofheid.
Zou donker haar over de hele wereld mode zijn, dan zou men er op deze wereld wezenlijk beter aan toe zijn. Dat zou de nuttigste sociale hervorming betekenen die ooit is ingevoerd.”

Goodbye sir

| 5 reacties | 0 TrackBacks

...
Ensanguining the skies
How heavily it dies
Into the west away;
Past touch and sight and sound
Not further to be found,
How hopeless under ground
Falls the remorseful day.

A. E. Housman

Of: Chief Inspector Morse is nog maar 's gestorven, zonet. Maandagen worden weer een stuk minder aantrekkelijk dan ze dat van nature al zijn.

It's the romance you stupid

| 6 reacties | 0 TrackBacks

Mijn stad is sinds gisteren in vrouwenhanden en de zon schijnt. Ik heb een Messenger venstertje open. Een meisje zegt dat ze mannen gaat jagen. “Voor een vriendin.” En of ik geen goede chatboxen ken.

Ik ken er geen. Ik haat datingsites.

Het is de fout van ‘When Harry met Sally’. De film begint met verhalen van oude mensen die vertellen hoe ze mekaar hebben leren kennen, toen zij nog jong waren. Het zijn kleine prachtverhalen, en ik kan me niet van de indruk ontdoen dat het geen acteurs zijn, die oudjes: ze hebben soms pretlichtjes in de ogen. Af en toe biggelt er een traan, ook.
Wanneer er in 2037 een remake van ‘When Harry met Sally’ uitkomt, begint de helft van die verhalen met: “ik was net ingelogd op die dating site toen...”
Ik haat datingsites.

Dat zeg ik ongeveer tegen het meisje, al hou ik Harry en Sally erbuiten.

Het meisje vraagt of ik romantisch ben.

Dat ik hardcore-romantisch ben. Verslaafd aan het onversneden spul. Niet de kaarsverlichte dinneetjes onder wuivende palmen romantiek. Dat zeg ik zo'n beetje.

Zij vraagt wat ik bedoel.

Ik denk aan het telefoonummer van een gelukkige moeder van twee dat ik wiste omdat ik het anders zou misbruiken. Ik denk aan de nacht in Parijs nadat ik met een vriendin terugkwam van een avondje cinéma en domweg de bordjes ‘Parijs’ begon te volgen vanop de ring rond Brussel. Ik denk aan de puber die een zilveren hart weggaf om er een vertrapt hart voor terug te krijgen.

Ik zeg niks en antwoord met een vraag.

Of ze ‘100 jaar eenzaamheid’ heeft gelezen — dat heeft ze niet. Of ze ‘Casablanca’ heeft gezien — no sir.
Ik zie het meisje graag wanneer ik haar een “Happy hunting” toewens op de datingsites.
Wanneer ik offline ga, besef ik dat ik ‘Liefde in tijden van Cholera’ had bedoeld.

Als is ‘100 jaar eenzaamheid’ dan een romantischer titel.

A la guerre comme Daguerre

| 2 reacties | 0 TrackBacks

“U bent lui geworden, De Vries.”
“Hoezo geworden?”
“U post nog à ratio van een stukje per week. U is het schrijven verleerd? U lijdt aan writers block?”
“Ik schrijf nog dagelijks. Ik durf zelfs te stellen: vaker en meer dan voordien.”
“U meent het. En waarom zien wij daar dan niets van alhier?”
“Omdat het medium zich daartoe niet leent; heden ten dage schrijf ik voornalijk met licht.”
“Licht? Een welkome afwisseling ten opzichte van de gebakken lucht die u ons al wel 's door de maag wilde splitsen. Maar schrijven met licht? U doelt op een laserpen? U scant uw stukjes?”
“Ik bedoel: manière Daguerre so to speak.”
“Ach, u bezondigt zich heden ten dage aan de zevende kunst?”
“Ik maak foto's, inderdaad. Kunst zou ik 't niet meteen noemen.”
“Ach, en waarom maakt u ons geen deelgenoot van uw creaties? Er is vast wel een hond in geïnteresseerd.”
“Een pertinente vraag, mijn beste. Waarom ook niet? Per slot van rekening heb ik een zwak voor honden.”

U bekijkt het maar.
(Voor de hi-res beelden maakt u eerst een accountje aan op Flickr.)

The male code (*)

| 2 reacties | 0 TrackBacks

If

If you can keep your head when all about you
Are losing theirs and blaming it on you;
If you can trust yourself when all men doubt you,
But make allowance for their doubting too;
If you can wait and not be tired by waiting,
Or, being lied about, don't deal in lies,
Or, being hated, don't give way to hating,
And yet don't look too good, nor talk too wise;

If you can dream — and not make dreams your master;
If you can think — and not make thoughts your aim;
If you can meet with triumph and disaster
And treat those two imposters just the same;
If you can bear to hear the truth you've spoken
Twisted by knaves to make a trap for fools,
Or watch the things you gave your life to broken,
And stoop and build 'em up with wornout tools;

If you can make one heap of all your winnings
And risk it on one turn of pitch-and-toss,
And lose, and start again at your beginnings
And never breath a word about your loss;
If you can force your heart and nerve and sinew
To serve your turn long after they are gone,
And so hold on when there is nothing in you
Except the Will which says to them: “Hold on”;

If you can talk with crowds and keep your virtue,
Or walk with kings — nor lose the common touch;
If neither foes nor loving friends can hurt you;
If all men count with you, but none too much;
If you can fill the unforgiving minute
With sixty seconds' worth of distance run —
Yours is the Earth and everything that's in it,
And — which is more — you'll be a Man my son!

Rudyard Kipling

* In tegenstelling tot eerdere berichtgeving, kan ik de male code alhier wél vrijgeven, vermits ene Rudyard Kipling ze ooit al 's in dichtvorm had gepubliceerd. Het hoeft niet gezegd dat de Commissie ter Bewaking van de Male Code er een strijdpunt van maakt om 's mans Nobelprijs postuum af te nemen.

Getaxeerd

| 2 reacties | 0 TrackBacks

Behoudens een ongeval zometeen onderweg of het uitbreken van WO III, heeft uw dienaar dit jaar zijn belastingaangifte op tijd in de bus gegooid.
Of: achter een jarenlange traditie wordt deze avond een punt gezet. Het hoeft dan ook niet gezegd dat een niet onbelangrijk deel van de opbrengsten van deze besparingen al deze avond verbruikt gaan worden. Gezondheid! Ook voor u.

Van de ezel en de steen

| 18 reacties | 0 TrackBacks

Ik aarzel even voor ik het laatste cijfertje intik van het telefoonnummer op het papiertje. Als man vermijd je dit soort gesprekken; het is deel van de code. Het is ondertussen al mijn tweede keer. Van de vorige keer weet je: na het telefoontje volgen onvermijdelijk fysieke confrontaties. En fysieke confrontaties ga je als man niet uit de weg. Hoort ook bij de code.

De telefoon gaat tergend langzaam over wanneer ik het laatste cijfertje druk.

“Unilease Assistance, goeienacht. Waarmee kan ik u van dienst zijn?”
Een vriendelijke vrouwenstem! Maakt het nog wat erger.
“Ik sta in panne.”
“Mag ik even uw nummerplaat?”
“Alfa Bravo Tango Zeven Zes Vijf” (De male code dicteert ook dat je je nummerplaat kan doorgeven zoals de politie dat doet over de radio en op TV, aan de andere kant van de lijn weten ze meteen dat ze niet met een doetje te maken hebben, maar met een die hard kilometervreter.)
“En wat is er precies aan de hand, mijnheer De Vries?” Er klinkt ontzag in haar stem.
Je slikt even en wurgt de woorden dan moeizaam door je keel.
“Ik vrees dat u even wegvalt, mijnheer De Vries. Kan u dat nog even herhalen?”
Geïrriteerd roep je dan het antwoord glashelder door de lijn. Even is het stil aan de andere kant.
“U maakt een grapje, meneer De Vries.”
“...”
Zij noteert de locatie en gooit de hoorn honend op.

Ik zie nu al op tegen de rit in de takelwagen.

Genante stilte is wat invalt wanneer je in een cabine zit met een man aan wie je net hebt bekend dat je benzine in je dieseltank hebt gekieperd.

Memorabel

| 0 reacties | 0 TrackBacks

De man loopt en vijftigduizend toeschouwers zien hem afzien. “Een nieuwe beste tussentijd!” schreeuwt een stem door luidsprekers. De Mexicaanse golf loopt synchroon met de man in de arena. Dertien van de vijfentwintig ronden zijn gelopen. Hij dubbelt nu al de laatste lopers en verschroeit zijn directe achtervolgers.

Deze man is de laatste kans voor de memorial. Hij heeft een wereldrecord beloofd. Hij heeft gezegd dat het vandaag zal sneuvelen en hij blijft record-tussentijden aan mekaar rijgen. Zijn eigen tijden.
De man verzwakt geen ogenblik.
Maar niet verzwakken is niet genoeg.

Hij moet versnellen.

Zijn vorig record dankt hij aan een legendarische laatste kilometer. Na 9000 meter strak tempo had hij toen een versnelling ingezet. Een versnelling van een kilometer: het lijkt onwaarschijnlijk dat hij dat nu nog eens kan, met dit tempo.

Er wordt niet meer gegolfd in het stadion: iedereen blijft nu rechtstaan en schreeuwt de man naar voren. Nog drie ronden scheiden hem van de waarheid. Het kippenvelmoment is wanneer hij op twee en een halve ronde van het einde niet versnelt. Hij loopt weg. Hij zet een sprint in met nog twee en een halve ronde te gaan.

Het volk in de arena wordt uitzinnig. Als er een dak boven het koning Boudewijnstadion hing, ging het publiek erdoor. De man duikt drie seconden onder het vorige record.
In het gejoel ben ik even stil. Daar beneden loopt een man die nooit achterom moet kijken.

[De man heet Kenenisa Bekele en laat de 10 000 meter in 26:17.53 afklokken.]

33 en gerimpeld

| 8 reacties | 0 TrackBacks

Je hoort een verhaal over een neef van je. Het soort verhaal waar ze aan die kant van de familie een patent op hebben: Márquez in Vlaanderen noemde een vriendin die saga ooit. Gisteren nog nerd, vandaag al Romeo: ik heb een coole neef.

Je vraagt je dan af hoelang het ondertussen geleden is dat jij het onderwerp en lijdend en meewerkend voorwerp was in de discussies aan de familietafels. Lang, denk je. Een fucking eeuwigheid. Want je bent dertiger.
Dus je bent gesetteld, en al zeker naar Márquez' normen.
Je bent niet getrouwd, je hebt geen kinderen, je bent net nog twee aangetekende brieven gaan halen op het postkantoor. Je hebt je zelfs nog verontschuldigd in dat postkantoor voor de gaatjes in de verwittigingskaartjes (ik snij mijn haag niet vaak genoeg af, slakken kruipen in mijn postbus en eten gaten in mijn correspondentie, het lijken ponskaarten. Het lijken kaartjes in een schietkraam — en de schutter had dan Parkinson.)

Maar je bent 33 en dus gesetteld.

Dat betekent: het leven schuift rimpelloos voorbij. Je hebt doelen en termijnen. Je hebt meevallertjes en er is de okkasionele tegenslag, maar gemiddeld en door de mediaan genomen haal je je termijnen. Zonder verrassing en met een beleefd applaus aan de aankomst.

En je denkt aan de stormachtige pieken die je beklom toen je veertien was. En aan de ravijnen waar je toen verloren in ronddoolde, en nu om hebt leren lachen. Ja, je weet hoe scherp een steen kan zijn en je gaat 't bijna zelf geloven, dat je er bijna bent.

Dan komt er een mailtje binnen.
Je leest diagonaal (dat doe je dan als gesettelde en drukbezette professional.)

Je leest diagonaal.

Hartstilstand.
Nog geen bezoek.
Zijn vrouw.
Hartbewaking.
Leuven.

Je leest woord na woord en je zou 't willen. Dat het leven gezapig aan je gesettelde wezen voorbijglijdt. Zonder een rimpeltje. En je vecht tegen zinloze kwaadheid. Je verliest. Je vecht tegen het oogvocht. Je verliest. Je vecht tegen de waarom-vraag. Je bijt in het zand.

Je verliest.

Want je bent zo gesetteld als een kater in kattentijd.

Un-deux-trois quatorze!

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Een meeuw vliegt met trage vleugelslagen voorbij het torenhoge Barco-scherm. De zon heeft haar ondergang ingezet en een zachte bries waait verkoelende zeelucht over het stadion terwijl de laatste noten van Keane uitsterven.

Dit is de stilte voor de storm. Dit is de rust voor het gigawatt geweld waar we nu met 50 000 man op beginnen wachten. Met 1200 verse kilometers in de benen en een buitentemperatuur van 33 graden geniet ik zelfs van Frans bier in een plastic bekertje.

Wij praten en lachen en zwijgen. De vrouwen liggen languit op de grond. Wanneer een man over hen heen stapt, lachen zij met de kleur van het ondergoed onder de shorts, bermuda's en driekwartbroeken.
Een keer schatert I: blijkbaar dragen niet alle mannen ondergoed.
(I is de reden waarom u Joeri moet benijden. Joeri heeft een net verbouwd huis met een tuin ter grootte van een half voetbalveld, op nog geen kilometer van de stad. In dat huis staat een chaise longue van Corbu. Er slingert een I-book met 17" scherm rond, tussen de 3 andere computers. Er staat een muur vol CD's, van Bach tot dEUS en er staat nog zo'n muur vol strips. Aan de andere muren hangen schilderijen, tot in het toilet toe. Voor de deur staan twee auto's waarvan eentje zich bijzonder aangenaam laat rijden. Maar erewoord: het is I die u Joeri moet benijden.)

Hier en nu benijd ik niemand. Dit mag blijven duren: de zon die ons nog even zacht en warm streelt voor zij de heuvelranden rood kleurt. Het hoogtepunt van de avond moet dan nog beginnen, maar ik ben zelden zo tevreden geweest met wat ik nog niet gekregen heb.

“Un-deux-trois quatorze!” echoot het later in de donkerblauwe nacht. Een laatste meeuw zweeft voorbij het scherm en ziet dat het goed is.

Literaire outing

| 11 reacties | 0 TrackBacks

Je hoort op Radio 1 een fragment uit een boek voorlezen. Het stukje is zo sterk dat je ervoor aan de kant van de weg gaat staan: je wil niets anders doen dan gewoon luisteren en nadien de naam van de auteur en het boek opschrijven. Schaamte is dan wat je voelt als het doordringt dat je dat boekje twee keer gelezen hebt: een keer in het Nederlands en nadien nog 's in het Engels. Het fragment komt uit “De ondraaglijke lichtheid van het bestaan.”

Weken later, tussen de pockets in de Carrfour, valt je oog op een mooie cover, want een fragment uit een van je favoriete schilderijen. Die cover en Kundera die je een herkansing geeft: het zijn tekens die je niet laat liggen. En al zeker niet voor acht euro en een half. Je neemt je dan ook moedig voor dat je nu alle passages uit het boek gaat herkennen.

Outing is dan: toegeven dat het boekje nog steeds onaangeroerd naast je bed ligt omdat je eerst wil weten hoe The Halfblood Prince nu precies gaat aflopen.

Het verloren pleintje

| 4 reacties | 0 TrackBacks

Gisteren was ik op zoek. Ik reed door de ouderlijke buurt en stopte aan het basketbalpleintje. Toen ik veertien was, lag onze wereld tussen de twee ringen hier. Hier leerde je met een brommer met versnellingen rijden. Meisjes paradeerden er in de zomer — de mooiste meisjes ooit zag ik daar in de zomer van mijn veertiende. Hier leerde je een grote mond zetten om gehoord te worden en hier kreeg je slaag wanneer je te luid riep. Op de rode stenen van het pleintje werden reputaties gemaakt en gekraakt.

Sommigen maakten die reputatie met een voetbal. Een enkeling speelde competitie basketbal. Een andere haalde zijn cool uit zijn Ray-Ban en een ontbloot bovenlijf. Eentje kon telefoonboeken doormidden scheuren met zijn blote handen (het bracht hem diep respect op van de jongens, de meisjes keken ernaar alsof ze een aap aan het werk zagen.)
De kickboksers van Chakuruki stonden ergens bovenaan de ladder, bij de jongens en bij de meisjes. Alleen breakdansers deden het nog beter bij de meisjes.

School was een slechte herinnering van voor de vakantie; alleen mijn vader scheen er zich nog druk in te maken. Zo stoffig de banken van het college, zo vurig de tegels van het pleintje. Hier kuste je voor het eerst echt. En met je vrienden besprak je de techniek daarvan. Je was stikjaloers op de oudere jongens, die al een paar stadia voorbij het kussen waren. Harten werden vertrapt wanneer de ene jongen de kuskunsten besprak van het meisje waarvan de andere dacht dat dat zijn meisje was.

Het pleintje is leeg. Een jongen, de helft van mijn leeftijd, slentert voorbij en kijkt mij schuin aan. Met een starre blik in een uitdrukkingloos gezicht meet hij mij af. Ik krijg een kort knikje. Even wil ik hem vragen of hij de jongen kent die ik zoek. Maar de jongen is al het hoekje om.

Op dit pleintje had ik niets verloren.

Pax Blogica

| 3 reacties | 1 TrackBack

Een lunch op het gras in de Warande leert dat hij een minzaam man is. Een die zijn woorden wikt en weegt voor hij ze uitspreekt. Had ik ook beter gedaan in mijn stukje, dacht ik toen wij de handen schudden. En neen, ik zal het wellicht nooit eens worden met de strekking van zijn ideeën. Maar ja, Luc weet waarover hij praat. Sterker nog: Luc is een idealist. En idealisten die weten waarover zij praten zijn niet dik gezaaid.

Een tweede strijdbijl werd begraven toen Pol mij de hand schudde. Pol had in een vorig leven al een weblog, als een van de eerste Belgen. Ik was toen geen lezer. Nu ben ik dat wel. Onlangs schreef Pol een pareltje, het soort dat beter verdient dan twee reacties. Pol zegt dat hij na al die jaren nog altijd niet weet welke stukjes marcheren en welke niet. Ik ook niet.

Want weblogs komen niet met garanties. Zij hebben geen houdbaarheidsdatum. Er zit geen gebruiksaanwijzing bij en er staan geen prijzen op.

Er zitten mensen achter. En daar heeft een mens maar beter vrede mee.

2 Stuks (m/v) gezocht

| 2 reacties | 0 TrackBacks

Ervaren Flash MX 2004 developer met grondige kennis van ActionScript 2.0 én onmiddellijk beschikbaar tot eind augustus? U wordt dringend verzocht zich aan te melden.

Kleine-mensen-waarheid

| 2 reacties | 0 TrackBacks

Ik mag zijn Lotus Elise hebben. Hij stelt zich tevreden met de Porsche 996 Carrera en een felblauwe VW Beetle. Hij duwt de Beetle in de grond, trekt hem dan achteruit en laat hem los. Het autootje schiet vooruit en komt tot stilstand tegen de muur. Hij kirt van plezier.

“Die blauwe is snel he, Frédéric?”
“Ja, maar de grijze is in het echt nog véél sneller.”
(Hij fronst begrijpend. Wanneer ik ‘in het echt’ in een zin gebruik, weet hij dat ik hem een grote-mensen-geheim verklap. Hij is gek op grote-mensen-geheimen.)
“Maar in het echt mag je toch niet snel rijden he?”
En dan, samenzweerderig stil zodat zijn mama het niet hoort.
“Mijn papa rijdt soms heel snel.”
“Jouw papa mag dat.” — ik zeg het ook maar stil.
“En jij ook?”
“Ik ook, maar alleen als de politie niet kijkt.”
Hij moet erom lachen, al zal het pedagogisch allemaal niet zo verantwoord zijn. Gelukkig heeft hij een mama die daar wel over waakt. Zij roept vanuit de keuken.
“Zeg, weet je dat hij al een lief heeft?”
“Ah, en hoe heet dat meisje?”
“Emmy!”
“Blond,” zegt hij wanneer ik vraag hem hoe zij eruitziet.
“Maar nu is het vakantie. Nu moeten wij met de auto's spelen Frédéric.” Fluisterend maakt hij mij deelgenoot van zijn kleine-mensen-waarheid.

Een Carrera en een Elise rammen mekaar voor de keukendeur.

Mechelen Vice

| 8 reacties | 0 TrackBacks

Een anonieme groene Peugeot scheurt tussen de spits. Op zijn dak een noodzwaailicht. Loeiende sirenes. Een argeloze chauffeur gaat te laat opzij. De chauffer van de Peugeot blokkeert zijn wielen, het ABS klopt, de wagen gaat opzij, de Peugeot verbrandt rubber wanneer hij terug optrekt. De chauffeur van de Peugeot rijdt door een rood licht, de passagier grijpt zich met twee handen vast aan de handgreep.

Miami Vice, maar dan in Mechelen en live en met een Peugeot in plaats van een Ferrari.

Aan het kruispunt van de Politie en de vroegere Rijkswacht en met de gevangenis over het water, stopt de Peugeot opnieuw met gierende banden.
De hele ochtendspits aan het kruispunt staat stil, houdt de adem in.

De twee agenten maken zenuwachtige handgebaren naar mekaar, de passagier-agent heeft er zelfs zijn handgreep voor gelost. Machteloze vuisten op het dashboard.

Dan wordt papier opengeplooid. De sirene loeit nog en de ochtendspits schuift verder terwijl de Mechelse Sonny en Tubbs de wegenkaart bestuderen.

Druppels meets Clo

| 1 reactie | 0 TrackBacks

De bitch is jaloers. “Een heel stukje over Maarten! En geen woord over mij!” De verontwaardiging is niet eens gefaket: zij wil een T-shirt met linkwhore erop. In vette gifgroene letters. En toegegeven: zij heeft een minstens zo coole telefoon als Maarten.

Clo Maar zij had geen pizza Hawai gegeten die avond, zij had iets ‘al dente’ besteld en zich zo meteen gediskwalificeerd voor het übergeek label. Meer nog: mother Clo maakt soms heel ingenieuze lasagna's klaar voor de kids — ergert zich dan wanneer het nageslacht de voorverpakte gele en rode smurrie verkiest. Die kids bukken zich in de auto wanneer er flikken voorbijrijden, precies zoals mama hen dat geleerd heeft.

Sinner Clo geeft presentaties over het businessmodel van haar eigen X-rated website aan gladde marketingjongens. Lover Clo haat mannen wier scherm je niet mag aanraken. Saint Clo bezorgt ons een plaatsje naast haar op het beste terras van Mechelen.

Twee linkwhores hebben een goede avond.

Dansen op het hooi

| 6 reacties | 0 TrackBacks

Ricard vloeit rijkelijk en de zon werpt lange schaduwen over een hooiveld. Wit katoen zweeft op een zuchtje wind, meisjes dansen op het hooi. Een hond draaft verloren en blij in de animo. Een insect verzengt door de zonnestraal in een druppel. Muziek dreunt langs rode oren om te sterven in het dal.

Onder een parasol suddert een paella. Onder een houten dak slapen kinderen. Op de wei worden kinderen in ouders wakker.

“Het leven is mooi!” flitst het als een zonneslag door mijn hoofd. Of toch tenminste wanneer de zon lange schaduwen werpt en de Ricard niet teveel verdund is.

Naarstig onthaasten

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Bernard, een uitgelezen gezelschap en uw dienaar zijn ervan verzekerd, maar u toch ook een fijn weekend toegewenst.

Druppels meets Maarten Schenk

| 13 reacties | 1 TrackBack

Zijn telefoon gaat. Moeder de vrouw aan de lijn: dat er iets gebeurd is thuis. Of zij OK is — zij is. Of dochterlief OK is — jawel. Of de laptop OK is. Ja, de laptop ook. Ik ben er zeker van dat hij zich nog heeft ingehouden om niet eerst naar die laptop te informeren.

Maarten SchenkDat, de pizza Hawai én de telefoon zelf geven het weg: Maarten is een geek. In ons gezelschap zelfs de übergeek. Maarten rules.

Ik had Maarten vroeger op de avond bedankt voor de publiciteit — een mens krijgt niet elke dag een link vanop een pagina met PageRank 7. Maarten had raar gekeken. Naar druppels, had ik verduidelijkt.
“Ah, zijt gij dat?”
In de blogosfeer kent ons ons zelden IRL.

Maarten runt op zijn eentje MovableType en TypePad in de Benelux. Maarten is de man achter superblog. Maarten heeft de Skynet Blogs op zijn geweten. En Maarten heeft met enige regelmaat op de werkvloer van PI gekampeerd.
Maar vooral: Maarten heeft een smartphone met alle MP3's van druppels' podcast erop.
Maarten rules.
En nog niet zo'n klein beetje.

Zeven jaren en acht deugden

| 7 reacties | 0 TrackBacks

Laat ik mij maar outen: drie weken geleden kocht ik een rok. Een zedige zwarte — hij valt tot onder de hielen — met vijf plooien vanvoor en twee vanachter. Japans design alstublieft. Ik vertoon er mij niet mee op straat, maar in besloten kring draag ik hem vanaf nu steevast.

Het heeft even geduurd, maar Frédéric draagt nu dus de hakama op training. De broekrok van de Samurai.

En de hakama zou niet traditioneel Japans en krijgskunstig zijn als daar niet een dosis symboliek aan vasthing. Die zeven plooien zijn niet zomaar zeven plooien, neen, elke plooi staat symbool voor een deugd die de Samurai zich eigen moest maken. Die zijn dan:

Aan de voorzijde:
Jin (menslievendheid),
Gi (eer en gerechtigheid),
Rei (beleefdheid en etiquette),
Chi (wijsheid en intelligentie),
Shin (oprechtheid),

En aan de achterkant:
Chu (loyaliteit),
Koh (vroomheid).

Nu houdt elke club er een beetje haar eigen traditie op na wat het dragen van die hakama betreft. Sommige leraars vinden dat je dat maar beter zo snel mogelijk kan doen, anderen vinden dan weer dat je de hakama pas vanaf zwarte gordel mag dragen. In onze club beslis je zelf wanneer je vindt dat je hem mag dragen.

Na zeven jaar aikido vond ik de tijd rijp. Een hakama maskeert namelijk de voeten. Dat mag dan al handig zijn in een zwaardgevecht op leven en dood, als beginnend leerling is het een pest: hij verbergt evengoed je voetfouten voor de leraar (ik maak nu nog steeds meer voetfouten dan me lief is, maar ik weet ondertussen zelf wanneer ik ze maak.)

Na drie weken trainen met de rok pleit ik voor het opnemen van een achtste plooi in de hakama. Die van het eindeloze geduld. Want het geduld dat de beginnende rokkendrager aan de dag moet leggen bij het plooien van de hakama na de training, kent geen grenzen. Overigens heb ik na tien keer plooien sowieso een achtste plooi in mijn rok gemaakt; vraag me niet hoe.

Een man als uw dienaar kan maar beter de broek blijft dragen, zoveel is duidelijk.

Sin City

| 7 reacties | 0 TrackBacks

Based on the Graphic Novels by Frank Miller” verschijnt er voor de film begint. En dat vat het goed samen. De dialogen zouden zo uit de pen van Ellroy kunnen gelopen zijn. Dàt en die inktzwarte grafiek maakt Sin City tot my kind of movie.

Als u 'm nog niet gezien heeft, hieronder een sneak preview uit de graphic novels zelf.

Sin City

Transcript:

—There's no settling down. It's going to be blood for blood and by the gallons. It's the old days. The bad days. The all-or-nothing days. There's no choices left and I'm ready for war.”

Bigger Boat

| 2 reacties | 0 TrackBacks

Kent u de quote uit Jaws? Ik herinner mij de scène zo: Roy Scheider aka Chief Brody zit op de rand van de boot en gooit met zijn rug naar het water nonchalant wat aas in de oceaan. Een en ander is natuurlijk zo gefilmd dat wij al weten dat dat een slecht idee is, zo met je rug naar het water zitten. Chief Brody is zich uiteraard van geen kwaad bewust.

Chief BrodyOp dat moment — u raadt het — geeft de haai even een acte de présence. Nog niet om een beet uit de chief te nemen, neen, gewoon even om te tonen: dit is waar je tegenop gaat boksen. “Make my day.” Mocht een haai kunnen knipogen, hij deed het dan en daar. Ik zweer u dat hij erbij grijnst.

Wanneer Chief Brody zich omdraait en nog net de haai ziet, wordt hij even bleek, grijpt zich vast aan de reling en zegt dan die onsterfelijke zin: “We need a bigger boat.” *

Wanneer ik de laatste tijd mijn agenda overloop, popt er voortdurend precies die mentale alert tevoorschijn: “I need a bigger boat.

Met een Optimistje is het lastig oceanen bezeilen.

* Disclaimer: Mijn onbetrouwbaar geheugen heeft de scène zo opgeslagen, en ik vind ze zo best wel mooi. Voor u gaat zeuren over details: mijn geheugen kan niet aansprakelijk gesteld worden voor kleine dan wel grote onnauwkeurigheden.

** Update: Ondertussen heb ik de scène nog eens bekeken (hence the screenshot) en het wil nog wel meevallen met dat geheugen. Twee onnauwkeurigheidjes toch:
1. Chief Brody grijpt zich nergens aan vast, maar wandelt achteruit.
2. De quote is eigenijk: “We're gonna need a bigger boat.”

Zonder conclusies

| 4 reacties | 0 TrackBacks

‘Borstvoeding’ staat er rechtsboven op het menu; ik vraag mijn pa wat hij besteld heeft als middageten.
“Cholestorol-arm en dan leggen ze hier toch varkensvlees op mijn bord!”
“Had je maar het Moslim menu moeten kiezen,” zeg ik hem. Het staat net naast de borstvoeding. “Je staat ervan te kijken wat je dezer dagen allemaal kan eten in een katholiek ziekenhuis.”
Hij kan er mee lachen en ik wijs op het geëmailleerde kruis.
“En je bent nog behoed voor alle boze krachten ook.”
Spijtig dat het geen invloed heeft op snijgrage chirurgen.

In de cafetaria hangt een drankkaart. Bij ‘bier’ staat er: ‘enkel tijdens het eten.’ Bij wijn idem dito. Ik vraag de verpleegster/bardame of zij dat menen — ook bij 35° in de schaduw.

Of hij iets te lezen heeft? En muziek? wil ik van hem weten terwijl ik van mijn Ice-tea nip.
Dat hij een boek aan het lezen is, een reisverhaal dat zich afspeelt in de Peloponnesus. Terwijl hij erover vertelt, kijk ik vanachter de mijn zonnebril naar de benen van de blondine aan het tafeltje naast ons. Zij lijkt mij niet bevangen door een terminale ziekte, maar een toekomstige opname voor een derdegraads zonneslag sluit ik niet uit. Zij heeft oortjes in en de beat verraadt iets dance-achtig.

Dat het aan een zijden draadje hangt, het leven. En dat het precies een haartje gescheeld heeft of ik was vaderloos geweest. Een revisie-operatie — het staat zo op de ziekenhuispapieren — heeft het leed van de eerste ingreep net op tijd hersteld. Gek leven, denk ik.
De blondine kijkt even opzij, maar mijn ogen verbergen zich nog achter de donkere glazen. Zij sluit zich weer op in het geluid van haar oortjes.

Twee meisjes en een goed doel

| 7 reacties | 0 TrackBacks

Twee vrouwen vragen op hetzelfde ogenblik mijn aandacht.

Het eerste meisje staat glimlachend te wachten op het voetpad naast mijn auto. Het tweede meisje draagt een zonnebril die perfect past bij haar rode Alfa en vanachter haar getinte voorruit wijst zij naar mijn plaats. Of zij de parking mag hebben? Ik knik.
Het meisje op het voetpad vraagt of ik de actualiteit volg.
“Sinds Brussel-Halle-Vilvoorde niet meer.”
Eerst lacht het meisje vertwijfeld, dan tikt zij met de wijsvinger tegen haar oor. Het straatgeruis in de stad op een middag smoort kleine geestigheidjes ongenadig in de kiem.
“Wat zei je?!”
Ik wuif de vraag weg en wil van haar weten wat ze mij wil verkopen. Zij roept iets onverstaanbaars. Ik gooi mijn portier terug dicht en kijk naar de Alfa. Gefronste wenkbrauwen boven de rand van het montuur. Ik steek twee vingers op: op twee minuten heb ik elke verkoper afgewimpeld.
Witte tanden onder de donkere bril.

Of ik Amnesty International ken, wil het meisje op het voetpad weten. Nederlandse tongval, open lach. En of ik weet wat zij doen? Wereldwijd?
Ik vraag hoeveel ze van mij wil.
Dat is niet eenvoudig. Zij wil niets eenmalig. Zij wil een vaste verbintenis. Zij wil een ingevuld formuliertje en een handtekening. Zij haalt een domiciliëringsvolmacht en een fiche uit haar mapje waaruit ik kan aflezen dat het goede doel fiscaal interessant is.

Wanneer ik mijn adres aan het invullen ben, toetert de Alfa. Furieus steekt de dame achter het stuur twee vingers omhoog. De zonnebril nog even mijn richting. Hij wil zeggen: Your loss.

Hier tekenen, zegt het meisje.
Met plezier, zeg ik.

De tweede P

| 0 reacties | 0 TrackBacks

De twee P's staan tegenover mekaar. Deze twee mannen sieren de cover van een boek in mijn boekenkastje. Wanneer zij samen trainen, schrijven zij gedichten met een zwaard. Mij probeert de eerste P elke vrijdag geduldig het alfabet aan te leren.

De tweede P heeft bewogen jaren achter de rug en hij heeft het zwaard nog maar pas terug opgenomen.

Het is hem niet aan te zien. Hij zet moeiteloos een reeksje neer waar ik al weken over struikel. (U mag dat struikelen letterlijk nemen: bij de derde stap vertrek ik systematisch met de verkeerde voet; of hoe een mens zichzelf op het verkeerde been kan zetten). Wanneer ik hem vraag wanneer hij de kata voor het laatst heeft gelopen antwoordt hij: “ Twee weken geleden — in mijn hoofd.”

Daar heb ik mij dan het hoofd over gebroken. Tot ik ook in mijn hoofd over mijn voeten kon struikelen.

Brussel-Halle-Vilvoorde, mijn lief

| 3 reacties | 0 TrackBacks

Brussel-Halle-Vilvoorde heet het struikelblok van dienst. Let: ik zeg struikelblok, en tussen struikelen en vallen ligt een wereld van verschil. Ze gaan eruit komen, en het gaat een Belgischiaans compromis zijn, zodat er binnen tien-vijftien jaar nog 's een andere regering net niet over kan vallen.

Het is iets, mijn lief, België, en van de komma's ben ik niet zeker.

Wat precies weet niemand, maar iedereen lijkt te weten: vasthouden of het zijn wij die vallen.
Neen, dan liever dat Verhofstadt II op zijn gezicht gaat, wanneer wij zijn succes mogen gaan afmeten aan de afname van het aantal kiezers voor het Vlaams Belang. Een spindokter gaat onze premier dan iets heel slim influisteren. Bij de debatten voor de verkiezingen gaat hij dan zeggen: “Meneer Bracke, ik heb u gezegd, meet mijn succes af aan de teloorgang van het Vlaams Blok. En er heeft er geen een op het Vlaams Blok gestemd!”
En dan gaat Bracke knikken, want inderdaad, de oude wijn wordt door nieuwe zakken opgediend, en het etiket van dienst titelt nu Vlaams Belang. Gothisch lettertype en op flessen getrokken in de kerkers van 't Klein Kasteeltje, erewoord.
Nooit verlegen om een kwinkslag, die premier van ons, en och: hij is de slechtste toch nog niet.
Die tweehonderd duizend nieuwe banen die onze premier ook beloofd heeft, daar heeft hij nog spijt van, onze spindokter.

Het is maandag, liefste maandag — wéér die komma's, maar kom, de komma's zijn bezijdens het punt. Het is maandag, en ik ben de enige werknemer die uitkijkt naar die dag. Morse op Canvas, vandaar. Er zijn er die het zielig vinden. Er zijn er die de nieuwe paus te links vinden, ook.
Oxford, een MKII, een raderwerkje waar alles op zijn plaats valt en in het decor karakters van vlees en bloed: meer vraag ik niet.

Ohja, en de Château La Tour heeft een dagje geademd; hij valt nu toch wel te drinken. Zou zonde geweest zijn, anders. Opbrengst van de tweede plaats — puntje achter de eerste — in die kwis in 't Kranske. Bloed, zweet en tranen van slimme vrienden heeft die fles gekost.

Kwissen en trainen, het is al wat ik nog in doe deze lente-avonden. Mens sana in corpore sano, het hoogste goed dezer dagen. Alles om toch maar niet op onze bek te gaan.

Mijn lief. Het punt staat je beter dan de komma. Laat ons splitsen.

Grootvader

| 6 reacties | 0 TrackBacks

Hier lag een hoopje mens te kermen. Mijn Bompa. Toen ze hem hadden verteld wat wij al twee jaar wisten, had hij ervoor gekozen thuis te sterven. “Uitgezaaid” is het lelijkste woord dat een mens in zijn leven te horen kan krijgen.

Hij lag er nu al meer dan een jaar en zijn lichaam eiste met de dag minder plaats op in het bed.

De handen die vroeger schroeven aandraaiden tot de draad stukging, waren nu nog wat knoken in een doorschijnend vliesje. Op die handen had hij zijn familie gedragen. Hij had er als jongen de gokschulden van zijn vader mee afbetaald. Zijn kinderen hadden gestudeerd van die handen, zodat zij tenminste hun handen nooit zouden moeten vuilmaken in de Haven van Antwerpen. Hij had er zijn sigaretten mee gerold, tot de dokter hem had gezegd dat dat niet meer kon.

Veel had het niet geholpen.

Hier lag de beer van weleer, de man van wie ze zeiden dat hij nooit kloeg, te jammeren als een kind.
En de dokter, hij zei: “Komkom, ge moet flink zijn he, meneer De Vries.” En de dokter, hij durfde niet meer pijnstillers voorschrijven, want dat zou schadelijk zijn, meer dan de maximumdosis. Het waren de tijden voor de euthanasiewet.

Hij lag te kermen en ik liep naar buiten. Ik ging nooit meer terug. Een maand later was hij eindelijk dood.

Op Grootmoeders wijze

| 6 reacties | 0 TrackBacks

Zij was vooraan in de tachtig en stond op de vensterbank van haar ziekenhuiskamer.
“Ik verveel me hier en die ramen zijn zo vuil.”
De dag ervoor had zij een hartaanval gehad.
Ik had nog even getwijfeld of ik pralines zou meebrengen, maar de dokter had gezegd dat haar ouderdomsuiker het herstel zou vertragen. Nu ik haar zag, had ik er spijt van. Zij ook; met een licht verwijtende blik nam zij de bloemen aan.

Een paar weken ervoor hadden zij en ik nog een kilo Neuhaus naar binnen gewerkt — op een namiddag. Mijn tante had gefronst toen zij die avond het suikergehalte van mijn grootmoeder had gemeten. Mijn grootmoeder had geknipoogd, en ik had tegen mijn tante iets gezegd van suiker in de tomatensaus. Partners in crime, samenzweerders in de gulzigheid.

Ik had de sleutel van haar appartement, voor in het weekend.
Zij maakte geen moeilijkheden over een uur en woonde in het stadscentrum. Als ik dan na het uitgaan om een of drie binnenkwam, riep zij vanuit haar slaapkamer.
“Frédéric, hoe is 't geweest?”
Waarna zij opstond en pannenkoeken begon te bakken. Of croque monsieurs. Dan moest ik vertellen welke meisjes ik tegen het lijf was gelopen. Als er niets noemenswaardig gebeurd was, verzon ik er wat bij om haar te plezieren. Soms vertelde zij dan over haar jongste zoon, nonkel M. Hoe hij haar na het uitgaan uit bed kwam bellen om naar de Chinees te gaan. (Nonkel M had zijn vrouwenverhalen nooit hoeven bijkleuren. Nonkel M was motorcrosser en rallykampioen van Congo geweest. In het vitrinekastje van mijn grootmoeder stond zijn paracommando insigne naast een foto van hem in uniform. Nonkel M was omgekomen in een motorongeluk.)

Kort nadat zij in het ziekenhuis was opgenomen, kreeg zij een tweede hartaanval. Na die aanval stond zij nooit meer op de vensterbank. Zij was in een klap voor de helft verlamd en kon nog nauwelijks spreken. Met de moeite van de wereld vroeg zij elke dag of er al iets nieuw hing in de boetieks in 't stad. Toen mijn neef uit Italië was overgevlogen om haar te zien, zei zij: “On va encore danser, petit, tu verras bien.”
Mijn neef had gelachen.
“Eh oui, Mammie!”

Een paar dagen heeft het toen nog geduurd.
Zij heeft nooit meer gedanst.

[Hij en zij zijn begonnen.]

Lentelucht

| 3 reacties | 0 TrackBacks

Bach weerklinkt in de oortjes, door het open raam waait lentelucht met een zachte bries naar binnen.

Voelt u dat ook, lentelucht?

Bernard wel.
Hij trok gisteren zijn leiband aan flarden. Een centimeter dik gevlochten nylonkoord: het brak met een snap. Bernard stond er een beetje gek naar te kijken; hij vergat zelfs even de hond waar hij net nog als een bezetene naartoe wilde.

Ook gisteren deed Joeri mij alle hoeken van de snookertafel zien. De pockets dan vooral, om zijn kleurtjes eruit te vissen — in het eerste frame had ik bij groen al snookers nodig. En ik speelde niet eens ondermaats. Joeri voelt hem ook, die lentelucht, zeker weten.

Van u hoop ik hetzelfde.

Familiefeestje

| 0 reacties | 0 TrackBacks

De familiefeestjes van de familie De Vries zijn berucht in de wijde omtrek van Mechelen. Zo zou de trouwerij die gisteren plaatsvond, oorspronkelijk drie weken geleden plaatsgrijpen. Tot de plaatselijke politiecommissaris er lucht van kreeg: met de derby der derbies én de trouw een mijner neven in hetzelfde weekend kon de veiligheid onmogelijk nog gegarandeerd worden door de ordediensten.

Fles en twee glazen wijnDaar werd een mouw aangepast: na de nodige steekpenningen over en weer kon de trouw dan toch doorgaan op de vooravond van de titelstrijd in derde klasse — al was het maar omdat die toch op verplaatsing gespeeld wordt.

Nu is het probleem met trouwerijen dat er twee families aanwezig zijn. Kijkt er bij ons niemand van op dat er nog genodigden twee uur na het dessert binnenlopen, bij de andere families wil dit al wel 's wrevel opwekken. Zo ook met de familievetes. De andere tafels verslikken zich gewoonlijk in het eten en zoeken dekking onder die tafels wanneer er bij ons een vlammende discussie oplaait; wij prijzen ons dan gelukkig dat het dit keertje bij een verbale schermutseling blijft.

Na gisteren is het blazoen van de familie De Vries dan toch danig opgepoetst; van de drie ambulances die zijn komen opdagen, was er maar eentje voor een directe bloedverwant.

't Zijn de goei die beteren, zou mijn grootvader zaliger zeggen.

Zij is mooi

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Zij is er een uit de duizend, en de wijn laat zich drinken. Zij stelt de verkeerde vragen, en hij antwoordt naar waarheid. Hij ziet haar bloeden, en herinnert zich een oud Japans gezegde: “De man drinkt de eerste fles sake. Bij de tweede fles maakt de man de fles leeg. Bij de derde fles drinkt de sake de man.”

Waren de dingen anders dan zij zijn, hij deed een knieval.

Zijn de dingen zoals zij zijn, hij ziet het bloeden met lede ogen aan. Zij zegt dat hij niet had mogen zeggen. Zij gaat weg. Zij is mooi en hij blijft achter. Hij sluit vrede met een vroegere verrader en doet boete. Hij smeekt haar: laat dit niet het einde zijn en hij bestelt een glas water.

Street fighting years

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Bernard trekt aan de leiband. Bernard heft een poot op voor Hun huis.

Het verhaal van Hun kan niet verteld zonder dat van Hem.

Hem pakt op het basketpleintje de bal af van een klein jongetje. Hem is dan een jaar of veertien, ik zestien. Die twee jaar meer zijn net genoeg om hem te verplichten de bal terug te geven. Het is Hem, die dan roept: “Ik maak u kapot!”

Hem is het broertje van. Broer is nog net minderjarig en volwassen gangster. Hem kijkt op naar broer.

Op een verkeerd ogenblik vallen een vriend ik binnen op een foute fuif. Eenmaal binnen, leert een blik dat de vriend en ik de twee enige blanken zijn. Meisjes zijn er niet meer. Hem spot ons en komt grijnzend voor mij staan.
“Gij zegt dat ik een dief ben of wat?”
(Ik had het gezegd: Hem had een paar weken daarvoor mijn Zippo gestolen. De Zippo had ik van een vriend gekregen; er stond een reliëf op van het fregat waar die vriend op voer — ik had gangsterbroer gevraagd of hij mij die Zippo terug kon bezorgen.)

Ik antwoord niet. Hij staart. Ik staar terug.

Mijn vriend kijkt naar de uitgang. Beseft dat we daar nooit geraken als Hem dat niet wil.

Hem klauwt naar mijn borst en heeft mijn vel tussen duim en wijsvinger. Hij nijpt uit alle macht en draait 180 graden. Ik kan kermen, maar verrek geen spier. Hem nijpt nog harder en ik blijf hem in de ogen kijken. Hij kijkt als eerste weg, laat los, en geeft me met de vlakke hand een klets tegen mijn wang. Dan draait hij zich om; wij komen goed weg.

Wanneer ik nog 's langs mijn ouders ga, zie ik Hem terug. Hem steekt opzichtig in het nieuw en komt net terug van de kapper. Hem groet mij.

Twee weken later wordt Hem gearresteerd. Hem had een week voordien een bejaard en gehandicapt echtpaar beroofd. Op een week had Hem het spaargeld van de oudjes erdoor gejaagd. Na die week was Hem teruggegaan naar het echtpaar, na een mislukte inbraak met een kompaan een paar huizen verder. Hem is high wanneer hij de bejaarde vrouw vermoordt met een hoofdkussen. Hem is nog stoned wanneer hij de man de schedel inslaat met een Engelse sleutel.

Wanneer de politie Hem komt halen, vinden ze Hem onder zijn bed. Hem had zich daar verborgen.

De feiten zijn nog geen vijf jaar koud wanneer ik Hem terugzie op café. Onze blikken hadden gekruist en hij had weggekeken. Hem is goed in wegkijken.

Bernard trekt aan de leiband ten teken dat we verder moeten.

Bulldozers en voetballers

| 5 reacties | 0 TrackBacks

Aan de overkant van de kantine op mijn werkplek gaan ze uitbreiden. Gisteren legde een bulldozer een ruw terrein van een paar honderd vierkante meter plat. Vandaag kijken een paar collega's en ik hoe het stalen gevaarte een heuveltje van vier meter hoog in luttele minuten tot een molshoop herleidt.
De man aan de hendels van de machtige krachtpatser heeft er plezier in. Hij leeft de droom van een zesjarig jongetje.

Nog steeds vanuit de kantine zie ik de ploeg trainen die dit seizoen dikke kans maakt om kampioen te spelen. Vandaag trappen zij balletjes vanop 30 meter naar het kader, muurtje ertussen. Op het veld staan 20 jongetjes die zijn blijven spelen.

Zelf enthousiast maar matig voetballer, was ik vooral bezeten van Technic Lego. En dan niet dat voorgevormde slappe spul van nu, neen, het echte recht-toe, recht-aan werk. Je had rechthoekjes, van een tot acht topjes in lengte, in breedte een en twee. Plat of hoog. Een paar assen, tandwielen, ellebooggewrichtjes en wielen, dat was het zo'n beetje geloof ik. Cilinders bouwde je zelf, al waren er wel al zuigers; de eerste tekenen van het voorgevormde onheil.

Ook tekenend voor de kleine Frédéric: strips. Wanneer mijn moeder naar de supermarkt ging, zette zij mij gewoon af bij de stripverhalen. Een dik uur en drie strips later vond ze mij daar dan gewoon terug. Af en toe mocht ik er dan eentje uitkiezen en als ik die dan erg mooi getekend vond, tekende ik met het puntje van mijn tong uit de mond de hoofdpersonnages thuis na. En liet die dan erg stoere dingen doen: mijn Rode Ridder heeft menig leraar onthoofd.

De oudere Frédéric laat de bulldozer en de voetballers voor wat zij zijn en kruipt terug achter zijn bureau. Hij steekt de witte oordschelpjes in en swapt van PhotoShop naar HomeSite naar FireFox naar IE naar PhotoShop. Het lachje om zijn mond is hetzelfde van toen. Al blijft de tong nu wel binnensmonds.

Tegen beter weten in

| 2 reacties | 1 TrackBack

Zij die gestorven zijn, groeten u. Op het appèl: Terry Shiavo en Karol Józef Wojtyla. Ook in het rijtje: een prins, maar die staat er wat lullig bij.

Ik zou nu graag in een hiernamaals geloven. Om te horen hoe Wojtila aan Shiavo uitlegt waarom zij moest eindigen als een plantje dat geen water meer kreeg. Omdat het clubje van Wojtilla en de zijnen vinden dat je elk menselijk leven in stand moet houden. Ook als dat plantaardig is. Door toedoen van een menselijke hand sterven is over de plas een recht dat enkel misdadigers toekomt.

Leg uit, Wojtila.

150 ‘apathische’ kinderen weigeren te eten, hun papa's en mama's worden uitgewezen. Dichter bij huis ontdekt een vuilnisman een babylijkje tussen het afval. Gesorteerd staat netjes. Een prins die nog leeft, trouwt zijn minnares. Een hamburgerventer in een voetbalstadion ziet zijn kot bijeengetrapt door hooligans van zijn eigen club. Groen-wit is hoog schaamrood.

De zon heeft even geschenen. Een tulp groeit in mijn tuin. Ik vind het leven mooi.

33

| 15 reacties | 0 TrackBacks

Mocht ik W. Amadeus heten, ik had sinds vandaag nog twee jaar voor de boeg. Was het Ayrton geweest, er was mij nog een dik jaar beschoren. Met de initialen JC zou ik dit jaar het onderspit moeten delven van Barabas.

Redenen te over om vandaag te feesten, zo begrijpt u.

Vulkaan met knikkende knieën

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Zij — goddelijk lichaam, ongemeen witty en toch blond — heeft je ooit toevertrouwd over Hem: “Da's een beer waar een slapende vulkaan in borrelt. En yes, reken maar dat je erbij wil zijn wanneer die nog 's uitbarst. Ik wil-ik wil-ik wil!” Zij had daar nog een kattig geluidje aan toegevoegd.

Hij — belichaming van de welgemeende fuck-you, all round computergenie en volmaakt ongevoelig voor uiterlijkheden — bekent je jaren later op de chat: “Dat is nu de enige vrouw waar ik ooit knikkende knieën bij gehad heb. Daarvoor dacht ik dat dat gewoon een stomme uitdrukking was.”

Zij had het over Hem en Hij had het over Haar. En jij vraagt je af: waarom-oh-waarom hebben die twee dat nooit tegen mekaar gezegd? En je denkt: sommige potjes hou je maar beter niet te lang toegedekt. Tenzij dan met het passende dekseltje, denk je nog. Tot je je herinnert dat je besloten had daar niet in te geloven. Waarop je jezelf onbevoegd verklaart in de materie, alle potten en deksels nog aan toe.

Nooit meer dromen

| 4 reacties | 0 TrackBacks

Ik probeer wakker te worden.
Hij houdt mij gevangen. Plukt een stofje van zijn schouder en glimlacht wanneer hij mijn lichte frons ziet. Ik zie de iris van zijn ogen door de dunne brilglazen, neutraal en helder blauw. Het wit errond is vlekkeloos en past bij de stofjas. Hij draagt een hemd met een licht- maar niet flauw-blauwe streep en een marinekleurige das, dik en symmetrisch geknoopt. Een volmaakt gebit, weet ik zeker. Ik heb zin om het eruit te slaan, maar mijn armen voelen als lood.

Hij heeft de woorden zacht uitgesproken, maar nu ik ze heb opgenomen, beitelen zij hun betekenis in de binnenkant van mijn schedel.

“Hoe lang nog?”
“Nog twee maanden.”
De beitels slaan op hol. Wanneer ik mij afvraag wat ik nog moet doen in de tijd die mij nog gegund wordt, slaan ze tilt.

Het is nog donker wanneer ik ontwaak.

IJs en waarheid

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Mijn twee handen grijpen naar mijn bovenbeen, nog in de val. Mijn longen persen zich leeg in een oogwenk — ik hoor dat ik een pijnkreet slaak. Ogen open-ogen open! bijt ik mezelf toe wanneer ik de grond voel. Mijn oogleden luisteren, maar ik zie alleen zwart.
Een fractie later is het alsof iemand het licht aandoet in het donker.

Op een voetbalveld ga je dan spontaan gras eten. Op de mat hap je naar adem als een verkouden zeehond. Er is een waarheid die zegt dat er maar één ding erger is dan de pijn. Dat is hem niet meer voelen. Een andere waarheid zegt dan weer dat je maar beter om ijs kan lopen dan Frédéric aan zijn kop te zeuren, op zo'n ogenblik.

Achter de computer thuis rust mijn been op de subwoofer. Er loopt een mail binnen en ik lees verwijt na beschuldiging na scheldwoord aan mijn adres. Ik ben het met afzender X eens over de hele lijn en herinner me een donkere Leffe in de koelkast. De trap terug opgemankt, begin ik een antwoord te typen. Het eerste paragraafje is nog niet af wanneer de volgende mail van X binnenloopt. Veronstschuldiging na excuus, dat het allemaal niet zo bedoeld was. Of ik niet kan bellen? Het mes is blijkbaar diep gegaan. En ik mag dat niet meer doen denk ik, ook al bedoel ik het goed in het begin weet ik.
Ik stuur een verontwaardigde mail terug en zeg geen contact meer te willen. Ooit.

Omdat ijs de wonde beter dept dan de waarheid.

Beloning voor de eerlijke vinder

| 9 reacties | 0 TrackBacks

Iemand mijn leven ergens zien rondslingeren? Ik zou toch gezworen hebben dat ik er vroeger een had.

KISS

| 10 reacties | 0 TrackBacks

“Keep It Simple and Stupid”
Het was het adaggio van mijn eerste creative director. Het design van de recente Apple hits bewijst zijn gelijk. Zijn tweede lijfspreuk — daar krijg ik stenen kloten van — is gelukkig nog niet doorgedrongen tot in de designafdeling van Steve Jobs.

Ik ben een fan van het KISS principe.

Wanneer ik bijvoorbeeld met HTML en CSS in de weer ben, durf ik wel 's tevreden kijken naar de eenvoud die ik net bij mekaar heb getypt. Waag ik mij aan een andere programmeertaal dan JavaScript, ligt het accent meer op de Stupid: je bent KISS of je bent het niet.

Vandaag was ik in mijn hoedanigheid van would-be geek op FOSDEM. Ik zag er onder andere een movieplayer die filmpjes niet toonde als een verzameling van bewegende pixels, maar als geanimeerde lettertjes. Een echte geek wees mij erop. Ik antwoordde hem naar waarheid dat ik dacht dat de videokaart van zijn laptop om zeep was. Later op de dag zag ik een demo van een E-commerce applicatie in Drupal. In drie kliks van de catalogus naar een afgewerkte bestelling. Een interface zo lichtvoetig dat je niet merkte dat je hem gebruikte en zo naadloos geïntegreerd in het CMS: ik heb in tijden niet meer zo luid geapplaudisseerd.
Achter mij hoorde ik een minder ingenomen bezoeker met een zwaar Nederlands accent: “Wat moest dit nou voorstellen? Man, dat is toch zooo verrekte simpel?”
Op zo'n ogenblik wil ik iemand slaan.

Mensen die niet hiet KISS principe niet aanhangig zijn: ik krijg er stenen kloten van.

Minder is meer

| 9 reacties | 0 TrackBacks

Noem het een fetisj: ik verzamel nummers in mijn gsm.

Bij het okkasioneel bladeren door mijn adresboek word ik lichtjes vrolijk. Een beetje dezelfde euforie als wanneer ik een vergeten BH of een verloren slip in huis aantref. Bij de V staat er bijvoorbeeld Valérie bovenaan. Ik heb Valérie al jaren niet meer gezien, maar wanneer ik haar naam lees en mij inbeeld dat ik haar terug zou kunnen zien wanneer ik eenvoudig 'bellen' uit het menuutje slecteer, krullen mijn mondhoeken een fractie naar boven.

Er zijn genoeg letters in het alfabet om mij op die manier een paar minuten vrolijk te maken op een verveeld moment.

Tot de opruimwoede de kop opsteekt. Dan moet die BH in de vuilbak, de slip weggegooid en het adresboek opgekuist. Bij het adresboek sta ik dan voor dilemma's. Wie blijft? Wie verdient de kostbare bytes in het beperkte geheugen van de telefoon? En wie is daarentegen het trieste lot van de vergetelheid beschoren?

Criteria dringen zich op. Tot voor kort was dat dan: wie zou ik vanavond nog kunnen uitvragen voor een etentje en een redelijke kans maken op een ‘Ja, ik wil.’ Werkbaar, tot voor kort. Tot het ogenblik dat je alweer tegen de limieten van je gsm geheugen aanloopt. Dàt is het ogenblik waarop je criteria bepaalt die zich richten op wat er na het dessert gebeurt. Dat is het moment waarop je Valérie naar de prullenbak verwijst.

Vandaag heb ik de helft van mijn adresboek leeggemaakt.

Cryptisch tegelen

| 6 reacties | 0 TrackBacks

Een graficus kan vlakken op vier manieren opvullen.
De eerste manier, de eenvoudigste, is de egale kleur. De tweede, lichtjes complexer, is de gradient of dégradé: van licht naar donker, van kleur A naar kleur B. Manier drie is een willekeurige verzameling pixels; bijvoorbeeld een achtergrondfoto. Tenslotte zijn er de patronen, of de patterns. Het tegelen met patronen is niets anders dan het herhalen van telkens dezelfde reeks pixels.

Patronen zijn pas interessant wanneer je niet meteen ziet dat het patronen zijn. Goede patronen vloeien zo naadloos over in de volgende herhaling dat het voor een ongeoefend oog moeilijk is de grenzen ervan af te bakenen. Sterker nog: een complete leek ziet vaak niet eens dat er patronen gebruikt worden.

Is het spotten van patronen in grafiek nog betrekkelijk eenvoudig, in cijferreeksjes ligt dat minder voor de hand. Vraag maar 's aan de cijferaars die al decennia op zoek zijn naar een herhaling in het getal π. Herkennen van patronen leidt in de exacte wetenschappen vaak tot erg interessante en vernieuwende inzichten. Beursanalysten, virologen en Sabine Hagedoren bestaan bij gratie van patronen.

Tot daar heb ik u en mijzelf niets nieuws verteld.

En toch bereikte mij vorige week een inzicht waar ik nog steeds van duizel. Afgelopen week diende er een knoop doorgehakt — of dan toch tenminste ontward. Na eindeloos geklooi in het kluwen zag ik een herhaling van telkens detzelfde knoop — door mijzelf aangebracht.
Al meer dan drie decennia lang.

Of dat van mij een fantastisch patroondesigner dan wel een blinde leek maakt, dat is dan weer een andere vraag.

Tough Crowd on Valentine's Eve

| 4 reacties | 0 TrackBacks

Met zijn vieren lachen we de barman uit.
“Een matrozenpak huren omdat je vriendin kickt op uniformen? Voor Valentijn?”
Hij heeft zijn publiek niet getroffen aan de toog. Vriend één moet nog een keer langs de notaris om zijn echtscheiding af te ronden. Vriend twee woont op dit ogenblik onder mijn dak door huwelijksperikelen. De derde is de baas van de barman en voor hem betekent Valentijn dat de koffieleverancier hem met koekjes in hartjesvorm heeft opgezadeld. Ik ben de vierde.
De barman heeft een klotepubliek getroffen.

Aan de toog wordt rijkelijk uit clichés getapt. Gemeenplaatsen uit een bodemloos vat.
“Al die commerce: den deze doet daar niet aan mee.”
“En die kitsch! Rode plastiek, dat is Valentijn.”
“Bij mij is 't 365 dagen op 't jaar Valentijn, en daar zal ze 't mee moeten doen.”

De toog vraagt om toogverhalen. Ik vertel het verhaal van de serveuse met Valentijn. (Dat gaat zo: op Valentijn krijgt een serveuse een envelope met daarin een sleutel. Op de sleutel staat een nummertje. De sleutel past op een locker in het treinstation. De serveuse heeft die dag dienst, maar brandt van nieuwsgierigheid — wat dacht u? Zij stuurt een vriendin eropuit. De vriendin komt met een grote zak in het café aan. In de zak een zilverkleurige doos met een strik errond. Ze openen het pak en zijn even ademloos wanneer ze de inhoud zien. Dure lingerie, een volledig setje, inclusief jarretellegordeltje en kousen. Maar geen naam van de afzender. De serveuse belt een hoop exen af om te horen wie het pak gestuurd heeft, maar vangt overal bot. Dat gaat zo een week door. Tot een vaste klant van middelbare leeftijd haar vraagt of het mooi paste — de serveuse kent zelfs de vrouw van de man. Het is nooit iets geworden tussen de man en de serveuse — het is mijn favoriet waargebeurd Valentijnsverhaal, ik heb de lingerie zelf gezien.)

Wanneer wij de rekening betalen lachen wij nog even met het matrozenpakje en gokken welke nummers ze morgen op Studio Brussel zullen spelen voor Melige Maandag. Niet dat wij ze zullen horen, want wij spreken als een man een radioboycot af, dat spreekt.

Thuisgekomen vraag ik mij af wie van ons vieren morgenvroeg zijn postbus niet gaat controleren. Ik zou mijn hand maar in het vuur durven steken voor een van ons.

House of Sand and Fog

| 1 reactie | 0 TrackBacks

Op dit log geen recensies van films of boeken. Ik zou maar afbreuk doen aan een meesterwerk. Ook voor ‘House of Sand and Fog’ ga ik het niet proberen. U doet het maar met de mededeling dat dit de beste film is die ik sinds ‘Todo sobre mi madre’ gezien heb.

Daar wil ik nog aan toevoegen dat Ben Kingsley een nog indrukwekkender acteerprestatie neerzet dan Brando's vertolking van kolonel Kurtz in Apocalypse Now.

Met name wanneer hij onderstaande gebed uitstort, maakt Kingsley aanspraak op onsterfelijkheid.

“Please God, don't take my joonam1. I make my nazr2. I will give anything to anyone who's less fortuned. Yes! I will make it for the broken bird. Please God, I'm making nazr for this woman. To Kathy Nicolo. And to You I promise, if You heal my son, I will return her father's house. I will also give to her all the money that I have. My God Kodha! I make nazr only for my son. I beg you, I will do whatever is Your will. I will purchase ten kilos of the finest seed and I will find an American mosk. And I will feed all the birds outside. I will let the birds cover me and peck out my eyes. Please God, my nazri is in your hands.”

1: niet zeker van de spelling en uit de context afgeleid: Zoon
2: Gebed, met dezelfde kanttekening als hierboven

De terugkeer van De Gast

| 0 reacties | 0 TrackBacks

Ik kreeg net een telefoontje van Mijn Gast.

Of ik de reservedekens nog had liggen. Dat ik ze nog had — ze komen regelmatig van pas. Af en toe voor een vrouw, maar dan pas wanneer zij en ik genoeg gewend zijn aan mekaar om elk onder ons eigen deken te slapen. Maar de laatste maanden is het erg rustig onder dit dak op dat vlak.

Nu zijn het in de eerste plaats de dekens van De Gast geworden. Mi casa e su casa, het spaanse woord voor dekens wil me even niet te binnenschieten. En daar maakt hij op ongeregelde tijden gebruik van. Zo ook vandaag blijkbaar.

Wanneer hij aankomt, zal De Gast een verhaal vertellen dat een variant is op de vorige. Wanneer het goed is, zal het misschien een nieuw lichtvlekje werpen op de zaken. De zaken zijn dan die omstandigheden die maken dat hij hier de laatste tijd met enige regelmaat de nacht doorbrengt. En zoals alle dingen des levens die ertoe doen, hebben die te maken met vrouwen. Dus praten De Gast en ik eigenlijk voortdurend over vrouwen. Als twee grote kenners onder mekaar.
Dat is dan redelijk absurd en een beetje belachelijk: hij zou hier niet zijn en ik zou geen dekens hebben voor hem als we alletwee experten in de materie waren.

De Gast en ik delen nog twee andere passies: XML en koffie. Hij zegt dan bijvoorbeeld welke lepe dataconversie hij net in productie gezet heeft en ik zeur een beetje dat de SVG-plugin maar niet wil doorbreken.
Dan nippen we even aan de koffie en gaat het weer over vrouwen.

Ondertussen is de gast aangekomen. Hij wast de modder van zijn leren jekker omdat hij een crash heeft gemaakt met zijn tweewieler. Wij gaan nu espresso décafféiné drinken.

Samenvatting

| 8 reacties | 0 TrackBacks

Ook uw dienaar heeft zijn mindere dagen. Vijf drafts staan in de steigers, maar geen een stukje is de publicatie waard. Doet u het even met de samenvatting:

  • Het autosalon heeft haar deuren geopend. Terreinwagens à la X5 en ML zijn als plateauschoenen: ik zal de rage nooit echt begrijpen.
  • Terug van weggeweest ten huize De Vries: Red Hat. Thuis draai ik nu Fedora Core 3. De installatie, inclusief het configureren van de ADSL internet verbinding, verliep even makkelijk als die van een Windows. Met als voornaamste verschil dat je geen registratienummertje moet intikken.
  • Ward Beysen heeft nog nooit zoveel vrienden gehad als deze week. Uit de mond van Filip Dewinter klonk de rouw om de verloren stemmen oprecht.
  • Als part-time vrijgezel is het doorgaans niet zo moeilijk om dates te vinden een filmpje. Voor “Der Untergang” gaat die regel vermoedelijk niet op.
  • Voor de zoveelste keer geeft KV Mechelen een comfortabele voorsprong bij de rust uit handen om te eindigen met een gelijkspel. Als er niet minstens een verdediger bij wijze van voorbeeld in de kleedkamer ritueel gekruisigd wordt, zit tweede klasse er ook dit jaar niet in.

Toeristische handleiding voor Hongarije

| 6 reacties | 0 TrackBacks

De doornsee westerling bekijkt de Hongaar een beetje meewarend. Maak de fout niet. Weinig trotser volken dan de zonen van Bártok en Kodaly. En tot voor Trianon hadden ze daartoe alle reden.

Nieuwjaar in Budapest

| 3 reacties | 0 TrackBacks

In de auto ligt een papiertje.
Er staat op geschreven:

Leuven - Lummen - Achen - Köln - Frankfurt - Wurzbürg - Nürnberg - Regensburg - Passau - Wien - Budapest.

Elf woorden, 1400 kilometer. Met dit papiertje rij je zonder wegenkaart of GPS van hier tot in Budapest. Afgelopen jaar legde ik de weg 3x in die richting af: voldoende om het papiertje niet meer nodig te hebben.

Na een vakantie of twintig noem ik Hongarije mijn tweede thuis. Deze keer was ik er voor het eerst in de winter en vierde ik er nieuwjaar. Een dezer leest u meer over dit thuis. In afwachting kan u even naar het fotolog doorklikken of dit experimentje met de panoramamaker van mijn fototoestelletje bekijken.

Ter aanvulling van de nieuwjaarswensen hieronder wens ik overigens alle middenrijders op de snelwegen een slepende ziekte toe.
Van harte.

Beste wensen

| 9 reacties | 0 TrackBacks

Het lief waaraan u denkt wanneer u de ogen sluit.
De wijn waarvoor u drie maanden rijverbod overheeft.
Het huisdier waar u als kind van droomde.
De 6 cijfers die op TV verschijnen ook op uw lotto formul